Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-206

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 3 november 2014

aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen - Sociale onrust - Gevolgen voor het beleid van de gewesten en gemeenschappen - Overleg met de vakbonden

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
ambtenarenvakbond
verhouding land-regio

Chronologie

3/11/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
23/12/2014 Antwoord

Vraag nr. 6-206 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Door de beslissingen en de zware besparingen binnen de spoorwegen, werd het sociaal overleg met de vakbonden opgeblazen. Ook de uitspraken van de CEO van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) joeg de vakbonden in de gordijnen.

Nochtans moet de geachte minister niet verbaasd zijn over de sociale onrust bij de spoorwegen. De voorziene inperking van het budget is van die aard dat de werknemers van de NMBS elk vertrouwen in de regering en in het management dreigen te verliezen. Dat zal uiteraard enorme gevolgen hebben voor de politiek van de gewesten en gemeenschappen. Er dreigen spoorstakingen te komen en dat zal enorm negatief zijn voor het economisch beleid van de gewesten. Ook zal het overheidspersoneel van de gewesten en gemeenschappen massaal geraakt worden in hun bewegingsvrijheid. Daarmee wordt het werk van de gewest- en gemeenschapsadministraties in gevaar gebracht.

1) Waarom heeft de geachte minister geen grondig en diepgaand overleg gehad met de vakbonden en met de vertegenwoordigers van de gewesten en gemeenschappen over de enorme besparingen die de federale regering oplegt aan de NMBS? De besparingen hebben rechtstreekse gevolgen voor de mobiliteit binnen de gewesten en voor de gewestelijke vervoersmaatschappijen. Wanneer voorziet zij dit dringend en noodzakelijk overleg?

2) Hoe zal de federale regering ervoor zorgen dat haar beslissingen geen negatieve gevolgen hebben voor het beleid van de gewesten en gemeenschappen? Hoe zal de geachte minister voorkomen dat door haar handelen de economie van de gewesten ernstige schade wordt toegebracht?

3) Hoe zal zij ervoor zorgen dat de instellingen van de deelgebieden en van de lokale en provinciale entiteiten, die onder de bevoegdheid van de gewesten vallen, geen schade zullen oplopen door de ernstige en diepgaande besparingen die ze oplegt aan de federale overheidsbedrijven zoals de NMBS?

Antwoord ontvangen op 23 december 2014 :

1) Sinds mijn aantreden als minister heb ik de vakbondsorganisaties en mijn gewestelijke collega’s belast met Mobiliteit willen ontmoeten. We zitten in een moeilijke periode op budgettair vlak en besparingen zijn dan ook broodnodig. Het is niet eenvoudig. Ik begrijp dat men liever niet wenst te besparen maar we kunnen niet blijven boven onze stand leven. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is te besparen door overbodige zaken achterwege te laten, door onze efficiëntie te verbeteren en door de focus te leggen op de essentiële investeringen. Zowel de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) als Infrabel zijn aan de slag gegaan om met besparingsvoorstellen naar voor te komen. Deze voorstellen zullen uiteraard afgestemd worden met de vakbondsorganisaties.

2) & 3) Een groot deel van de economische hefbomen en van het mobiliteitsbeleid is, sinds de zesde Staatshervorming, in handen van de Gewesten. Ik neem me voor met hen te overleggen om een geïntegreerd mobiliteitsbeleid uit te werken. De doelstelling is niet het verschuiven van de taken van het federale naar het gewestelijke niveau maar te kijken, indachtig onze beperkte middelen, hoe het spoor het best kan bijdragen aan de economische ontwikkeling van de Gewesten.