Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-205

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 3 november 2014

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

Gezinnen met kinderen - Opsluiting in gesloten centra - Gevolgen voor de gemeenschappen - Beleid rond kinderrechten en jeugd - Overleg

rechten van het kind
illegale migratie
politiek asiel
gevangenisstraf
kind
asielzoeker

Chronologie

3/11/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
12/1/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-205 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De geachte staatssecretaris maakte bekend dat hij uitgewezen gezinnen met kinderen in de toekomst wil opsluiten in gesloten centra met het oog op de gedwongen uitwijzing uit ons land. Die beslissing is een ernstige breuk met het verleden, waarin geoordeeld werd dat het internationaal verdrag van de rechten van het kind zulke opsluitingen ten stelligste als onaanvaardbaar beschouwd.

Dit is ook steeds de visie geweest van de respectievelijke Vlaamse ministers die bevoegd waren voor jeugdbeleid en het beleid aangaande kinderrechten. Ook in de andere gemeenschappen werd de opsluiting van kinderen en jongeren als in strijd met de internationale rechten van het kind beschouwd.

1) Heeft de geachte staatssecretaris over deze concrete maatregel al overleg gepleegd met de verschillende gemeenschapsministers bevoegd voor kinderrechten en jeugdbeleid? Wat was het resultaat van dat overleg? Zal hij zulk een overleg plannen?

2) Beseft hij dat hij daarmee heel ons land en dus eveneens de gemeenschappen in ons land in een negatief daglicht zal plaatsen en een internationale veroordeling van ons land riskeert?

3) Waarom wenst de geachte staatssecretaris in te gaan tegen alle humanitaire internationale rechtsregels?

4) Werd er al overleg gepleegd met de respectievelijke kinderrechtencommissarissen van de verschillende gemeenschappen?

5) Beseft de geachte staatssecretaris dat hij met zijn beslissing de klok inzake het respecteren van de kinderrechten enorm terugdraait en ons eensklaps in de middeleeuwen doet belanden?

Antwoord ontvangen op 12 januari 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1) Het is zeker de bedoeling om hier het nodige overleg over te plegen met de bevoegde ministers.

2), 3), 4) & 5) Ik wil het geachte lid in eerste instantie erop wijzen dat de beslissing om de eengezinswoningen in te richten niet genomen is door deze regering. Deze beslissing werd reeds genomen door de vorige regering en deze regering voert de genomen beslissing uit. Wij maken niet de keuze om schadevergoedingen te betalen voor het dossier dat reeds werd aanbesteed maar wel voor de effectieve uitvoering van het beleid dat door de vorige regering werd uitgetekend.

Ik wil het geachte lid er op wijzen dat artikel 74/9 van de wet van 15 december 1980 maar ook artikel 17 van de Europese terugkeerrichtlijn van 16 december 2008 wel degelijk de opsluiting van minderjarigen met hun ouders toelaat, maar dit slechts als laatste middel. Wanneer alle andere middelen om een familie er toe te bewegen te vertrekken, gefaald hebben. Dit bovendien voor een zo kort mogelijke termijn (de strikt noodzakelijke tijd die nodig is voor de organisatie van de terugkeer). Bovendien moet – conform aan de jurisprudentie van het Europees Hof van de rechten van de mens en in opvolging van diverse rapporten van 2007 onder andere van de kinderrechtencommissaris, Sum Research – eerst een adequate, aan de kinderen aangepaste infrastructuur en leefomgeving in detentie bestaan, om dit te kunnen toepassen. Deze adequate infrastructuur is in voorbereiding. Ik verwijs hierbij naar het regeerakkoord (« De gesloten centra zullen worden uitgebreid. De regering zal zoveel mogelijk vermijden dat sommige kwetsbare doelgroepen er zullen worden vastgehouden. Het project woonunits (127bis) wordt gerealiseerd zodat aangepaste plaatsen worden voorzien voor sommige kwetsbare doelgroepen, zoals gezinnen met kinderen. »).

De Dienst vreemdelingenzaken (DVZ) zal enkel overgaan tot vasthouding in een gesloten omgeving als er een effectieve mogelijkheid tot effectieve terugkeer bestaat en bovendien de families zich bewust eerder hebben onttrokken aan de terugkeerprocedure, door bijvoorbeeld ervoor te kiezen te verdwijnen uit de woonunits om hun effectieve terugkeer te vermijden.

De DVZ zal bovendien starten met coaching vanuit de privéwoningen waar de onregelmatig verblijvende families zich reeds ophouden, overeenkomstig artikel 74/9 van de wet en conform de criteria en voorwaarden voor deze vorm van coaching, zoals vastgelegd in het koninklijk besluit van 17 september 2014.

Op deze wijze zal er op termijn een geïntegreerde aanpak voor families in onregelmatig verblijf zijn :

a) een eerste stap via de gemeente (Sefor procedure : aansporen tot vrijwillig vertrek) ;

b) vanuit hun privéwoningen volgens de voorwaarden van het voornoemde koninklijk besluit (KB) ;

c) daarna vanuit de woonunits, zoals die nu al bestaan ;

d) ten slotte, als ze uit de woonunit verdwijnen, van zodra er een aangepaste infrastructuur bestaat, en voor een zo kort mogelijke termijn, vanuit de eengezinswoningen in een gesloten omgeving.

Uiteraard zullen de diverse bevoegde diensten van de DVZ er alles aan doen opdat families ertoe bewogen worden vrijwillig te vertrekken, daarbij gebruik makend van alle ter beschikking staande terugkeer- en re-integratieprogramma’s.

Ik hoop bovendien dat het feit dat we deze eengezinswoningen in een gesloten omgeving zullen hebben, de families ertoe zullen aanzetten niet te ontsnappen uit de woonunits en onder te duiken en op die manier deze opsluiting te vermijden, zodat de terugkeer in de beste omstandigheden voor de familie kan plaatsvinden.