Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1970

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 2 oktober 2018

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Hybride vliegtuigen - Ontwikkeling - Wetenschappelijk onderzoek - Ondersteuning - Voortrekkersrol van BelgiŽ - Overleg met de deelstaten

vliegtuig
minder vervuilend voertuig
onderzoek en ontwikkeling
luchthaven
luchtverkeer
luchtvaartindustrie

Chronologie

2/10/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/11/2018 )
16/11/2018 Rappel
5/12/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1970 d.d. 2 oktober 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De problematiek van de vliegtuigen in en rond Zaventem is een transversale aangelegenheid. Enerzijds is de federale minister van Mobiliteit bevoegd voor de vliegroutes en anderzijds zijn de Gewesten bevoegd voor de geluidsnormen.

Het wetenschappelijk en industrieel beleid, evenals de steun aan dit beleid, behoren tot de bevoegdheid van de federale ministers die belast zijn met Economie of met Wetenschapsbeleid, maar zijn tevens een bevoegdheid van de Gemeenschappen en Gewesten.

Het ondersteunen en ontwikkelen van hybride vliegtuigen is een transversale aangelegenheid waarin de minister van Economie een belangrijke rol in kan spelen.

Onlangs werd in de pers bericht dat sommige vliegtuigbouwers eindelijk oor hebben voor de vraag van vele overheden en mensen om stillere en properdere vliegtuigen te bouwen. Zo was er het nieuws dat men begint met de bouw van passagiersvliegtuigen die elektrisch kunnen landen en opstijgen. Uiteraard zou die technologische revolutie een enorme stap voorwaarts zijn in het oplossen van de geluids en uitstootproblematiek van de luchthaven van Zaventem.

Indien de vliegtuigen in de toekomst elektrisch kunnen landen en opstijgen, zal er een pak minder schadelijke uitstoot zijn en zullen de omwonenden van de luchthaven eindelijk kwaliteitsvol kunnen leven.

De wetenschappelijke en industriŽle domeinen die specifiek nodig zijn voor de productie van die vliegtuigen (batterijen, chemie, elektrische aandrijving, vliegtuigbouw, enz.), zijn in BelgiŽ goed ontwikkeld en dus is het erg waarschijnlijk dat BelgiŽ een voortrekkersrol zal (kunnen) spelen in de ontwikkeling van dergelijke hybride lijnvliegtuigen.

1) Wat heeft de geachte minister reeds gedaan om mee ervoor te zorgen dat onder andere onze luchthaven op relatief korte termijn verplicht kan worden om enkel nog hybride passagiers en cargotoestellen toe te laten ?

2) Wat heeft hij reeds gedaan om mee de internationale druk op te voeren bij de vliegtuigbouwers en maatschappijen en om zo snel mogelijk deze stillere en meer propere vliegtuigen te laten produceren en te gebruiken ? Kan hij, samen met de gewestregeringen, initiatieven in dat verband nemen en ondersteunen?

3) Wanneer denkt hij dat er regelmatig zal kunnen gebruik gemaakt worden van hybride vliegtuigen? Is dit niet een zaak waar ons land een voortrekkersrol in kan spelen ?

4) Kan het economisch draagvlak daarrond niet mee ondersteund worden door de federale regering?

Antwoord ontvangen op 5 december 2018 :

1) De hybride luchtvaarttechnologie maakt grote sprongen voorwaarts, maar is op dit ogenblik nog niet voldoende ontwikkeld om reeds op ruime schaal commercieel uitgerold te worden.

2) Dit gezegd zijn, heeft België inderdaad een zeer actieve luchtvaartindustrie en moedigt de regering deze sector aan om zich in te schrijven in duurzame productie- en exploitatieprocessen.

3) Het zwaartepunt van de gezamenlijke Europese inspanningen voor een groenere luchtvaarttechnologie bevindt zich bij het Clean Sky initiatief. Dit is een gezamenlijk technologie-initiatief van de Europese Commissie en de Europese luchtvaartindustrie dat zich richt op het vergroenen en verduurzamen van de luchtvaart door de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Ook Belgische bedrijven nemen hieraan deel.

4) Clean Sky is sinds 2014 (Clean Sky 2) een onderdeel van Horizon 2020 en heeft voor de periode 2014-2023 de beschikking over een budget van 4,05 miljard euro, waarvan 1,8 miljard euro uit Horizon 2020. De programmatorische federale overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid is het federale contactpunt voor de activiteiten in het kader van Horizon 2020.