Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-195

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 3 november 2014

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Gedetineerden - Ziekte-uitkering - Schrapping - Gevolgen voor de gemeenschappen - Armoedebeleid - Re-integratiebeleid - Overleg

gedetineerde
ziekteverzekering
armoede
reclassering
verhouding land-regio
institutionele samenwerking

Chronologie

3/11/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode

Vraag nr. 6-195 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De federale regering overweegt de ziekte-uitkering voor gedetineerden te schrappen. Dat heeft grote gevolgen voor het beleid van de gemeenschappen in dit land. Zowel op het vlak van armoedebestrijding en volksgezondheid, maar ook op heel het welzijnsbeleid en het re-integratiebeleid voor ex-gedetineerden heeft die maatregel grote gevolgen. De beslissing van de federale overheid verzwaart bijgevolg ernstig de opdrachten en taken van de Gemeenschappen.

Tussen criminaliteit en armoede bestaat een duidelijke correlatie. Heel wat ex-gedetineerden belanden in de armoede na het uitzitten van hun straf. Daarnaast zijn er ook mensen in armoede die (kleinere) criminele feiten plegen. Zij kennen bovendien vaak de rechtsprocedures niet en kunnen evenmin een advocaat betalen. Dit maakt dat er sprake is van een relatief groot aantal mensen in armoede in de Belgische gevangenissen en een relatief groot aantal mensen die de gevangenis verlaten in armoede.

Een veroordeling tot een gevangenisstraf is zeer ingrijpend. Je wordt gestraft voor een misdrijf. Je straf bestaat uit vrijheidsberoving, eventueel samen met een boete en/of schadevergoeding. Het doel van de straf bestaat onder andere uit een na te streven herstel tussen dader en slachtoffer, de rehabilitatie van de dader en de re-integratie in de vrije samenleving na afloop van de straf. Op een ondoordachte wijze ingrijpen in de financiŰle situatie van (ex-)gedetineerden kan een ernstige hypotheek plaatsen op dat laatste.

Vandaag zien we al een zeer dubbelzinnig beleid: sommige uitkeringen worden geschorst, de schaarse gevangenisarbeid levert slechts een fractie van het minimumloon op en tegelijk sta je als gedetineerde in voor eigen kosten Ún de vergoeding die aan slachtoffers betaald moet worden.

Het voornemen van de regering om tot een logische regeling te komen voor de verschillende soorten vervangingsinkomens voor gedetineerden, is aanvaardbaar. Vandaag worden pensioenen nog tijdelijk en ziekte-uitkeringen voor de ene gedetineerde wel en de andere niet verder uitbetaald. Deze stroomlijning moet echter op een billijke wijze gebeuren, met aandacht voor het uiteindelijke objectief van de gevangenisstraf, met name de re-integratie van de (ex-)gedetineerde in de samenleving, met de grootst mogelijke kans op slagen.

Maar er staat meer op het spel dan dat. Een gevangenisstraf moet in de eerste plaats bedoeld zijn om mensen die een misdrijf gepleegd hebben, opnieuw op het rechte pad te krijgen. Het is duidelijk dat het ondoordacht schorsen van uitkeringen veel ex-gedetineerden veroordeelt tot de vicieuze cirkel van armoede. Indien mensen schulden opbouwen tijdens hun verblijf in de gevangenis, indien zij nog vˇˇr hun vrijlating al zonder een minimum aan financiŰle ademruimte vallen, vergroot bovendien het risico dat de re-integratie na hun vrijlating mislukt. Met nadelige gevolgen voor de samenleving. Ook de slachtoffers zijn niet gebaat met zo'n maatregel, integendeel, zij riskeren zo nooit de schadevergoeding te krijgen waar ze recht op hebben.

Men mag zich niet laten leiden door wrok of verbittering. Indien de regering het voornemen heeft een regeling uit te werken die zowel de rechten van slachtoffers als die van daders respecteert Ún die het algemeen belang dient, dan is een evenwichtiger aanpak van deze kwestie nodig. Eenzijdig de ziekte-uitkering ontnemen tijdens de gevangenschap is niet de juiste weg.

Een grondig overleg met alle partners op het terrein is daarvoor aangewezen. Dit vereist dat de Gemeenschappen bij dit overleg betrokken worden en dat net de gevolgen van deze federale maatregel op het beleid van de gemeenschappen op het vlak van armoedebestrijding en welzijnsbeleid ernstig worden onderzocht. De geplande maatregel dreigt net veel miserie te doen ontstaan, en dat komt ten nadele van de gemeenschappen.

1) Zal de geachte minister dit overleg opstarten? Zal zij met haar collega's van de gemeenschappen overleggen en met dit overleg rekening houden?

2) Heeft de geachte minister al onderzocht wat de nadelige gevolgen kunnen zijn van deze eenzijdige maatregel van de federale regering?

3) Lijkt het ook voor de geachte minister geen uitdrukkelijk kortzichtige maatregel te zijn die op middellange termijn slechts nadelig zal zijn voor het harmonisch functioneren van heel de samenleving?