Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-192

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 3 november 2014

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Kernramp van Fukushima - Gevolgen op het beleid van de gewesten en gemeenschappen

kernongeval
Japan
verhouding land-regio
institutionele samenwerking
nucleaire veiligheid
nucleaire beveiliging

Chronologie

3/11/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode

Vraag nr. 6-192 d.d. 3 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een ramp die al tijdenlang wordt doodgezwegen is Fukushima. Elke dag blijft er dodelijke straling in de zee lekken. De toestand is nog altijd niet onder controle. Niemand weet hoe diep de radioactieve kernen van de verschillende getroffen kerncentrales zich in de grond aan het boren zijn.

De verwoeste centrales worden gekoeld met zeewater, dat op zijn beurt corrosie veroorzaakt en de tanks met opgevangen radioactief water aantast, waardoor ze beginnen te lekken. Besmet grondwater lekt ondertussen ongezuiverd in de zee. Vele pogingen om de grond te bevriezen zijn immers mislukt. Een steeds groter gebied op land en over zee geraakt besmet. Dokters waarschuwen, vissers en zeilers doen verontrustende waarnemingen.... En nog steeds vindt het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) de rapporten van TEPCO geloofwaardig en grijpt het niet in.

Dit is een catastrofe van wereldformaat, die wellicht al het leven op aarde kan bedreigen.

Het hoeft geen uitleg dat de gevolgen van deze kernramp gevolgen hebben voor heel het beleid van de gewesten, de gemeenschappen en de federale overheid. Enerzijds mag verwacht worden dat de federatie en de deelgebieden de handen in elkaar slaan om vanuit hun specifieke bevoegdheden op het vlak van energie, volksgezondheid, buitenlandse zaken, buitenlandse handel, onderzoek en ontwikkeling, leefmilieu en internationale samenwerking samen te werken om de gevolgen van deze enorme ramp in te dijken en anderzijds dat ze er lessen uit trekken om zulke wereldrampen te voorkomen.

1) Welke initiatieven heeft de geachte minister genomen om in overleg te treden met de gewesten en gemeenschappen teneinde zo een gemeenschappelijke actie op touw te zetten om de gevolgen van deze natuurramp mee te helpen bestrijden en vooral om zulke zaken te voorkomen?

2) Wie vervult in ons land de rol van coŲrdinator?

3) Heeft de minister deze internationale aangelegenheid ook besproken met de Europese collega's?

4) Werden de gewesten en gemeenschappen hiervan in kennis gesteld? Zal de geachte minister hiervoor een taskforce oprichten? Zal zij de ministeriŽle conferentie volksgezondheid bijeenroepen?