Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1912

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 27 juni 2018

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Strijd tegen cariŽs of tandbederf - Preventie - Rol van de Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) - Initiatieven - Samenwerking met de Gemeenschappen

tandheelkunde
infectieziekte
voorkoming van ziekten
bewustmaking van de burgers
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Chronologie

27/6/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 26/7/2018 )
16/11/2018 Rappel
18/12/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1912 d.d. 27 juni 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volksgezondheid is een uiterst transversale bevoegdheid, daar zowel de federale overheid als de Gemeenschappen voor grote delen bevoegd zijn.

Zo is de Rijksdienst voor ziekte en invaliditeitsverzekering (RIZIV) en het federaal niveau zeker bevoegd voor de terugbetaling van medische handelingen door tandartsen, maar zijn de Gemeenschappen anderzijds bevoegd voor een sterk beleid rond preventie. Op vele domeinen moeten ze samenwerken om tot een efficiŽnt gezondheidsbeleid te kunnen komen.

Dat is ook het geval bij de strijd tegen cariŽs of tandbederf. Het is de meest voorkomende infectieziekte ter wereld. Massa's mensen en kinderen hebben ermee te maken. De kostprijs voor de gemeenschap is bovendien gigantisch.

Nochtans kan via preventie heel veel gedaan worden om deze infectieziekte de wereld uit te helpen.

De vraag is echter of er voldoende interesse is om in deze preventie te investeren. Heel veel mensen en belangengroepen profiteren immers van de strijd tegen cariŽs en zien niet graag via preventie hun macht en vermogen verminderen. Gaten of openingen in de tanden zorgen voor veel leed. Via de tandheelkunde vond men een middel om deze openingen in tanden op te vullen. De commercialisering van dat opvullen heeft de tandheelkunde in een richting gestuurd waar goed te verdienen viel, zeker door de producenten van de vullingen. Alles wat deze belangen afremt, wordt minachtend en stiefmoederlijk behandeld.

Nochtans kan preventie enorm veel leed ťn kosten voorkomen. Ook dit kan commercieel ontwikkeld worden. Het maatschappelijk voordeel is enorm.

Preventie, onder andere op scholen, zou een enorm positief gevolg kunnen hebben.

1) Is de geachte minister het met me eens dat preventie veel leed kan voorkomen ?

2) Neemt de RIZIV initiatieven om die preventie mee te ondersteunen ?

3) Neemt de federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid initiatieven om, samen met de Gemeenschappen, een ernstige preventiecampagne op te zetten ?

4) Overweegt de minister om te praten met de collega's van Welzijn en Gezondheid van de Gemeenschappen en van Onderwijs binnen de Gemeenschappen, om een grootschalige preventieactie te ondernemen in de scholen met het oog op het voorkomen van tandproblemen ?

5) Is ze het met me eens dat op die wijze vele miljoenen binnen het budget van de RIZIV kunnen bespaard worden ?

6) Hoe verklaart ze het falen op het vlak van het voorkomen van tandproblemen ? Botst ze zelf op machtige lobbygroepen die graag verder de bestrijding van tandproblemen commercieel blijven controleren ?

Antwoord ontvangen op 18 december 2018 :

1) & 2) Preventieve tandzorg is belangrijk en blijft één van mijn prioriteiten. In het kader van het toekomstpact met de verzekeringsinstellingen heb ik beslist, in samenspraak met de verzekeringsinstellingen, om in te zetten op preventieve mond- en tandzorg. Een actieplan « mond- en tandzorg » werd opgesteld in samenwerking met de verschillende verzekeringsinstellingen en wordt geconcretiseerd in de Nationale Commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen. Het actieplan benadrukt het belang van goede tand- en mondzorg, het beschrijft de huidige problematiek en identificeert de succesfactoren. Daarbij worden de verschillende acties per werkingsjaar vermeld, alsook de wijze van evaluatie van deze acties. Daarnaast heeft de Nationale Commissie tandheelkundigen- ziekenfondsen een mondzorgtraject ingevoerd om preventie te stimuleren. Dit moet worden geëvalueerd vooraleer andere maatregelen worden genomen.

3) Het organiseren van sensibiliseringscampagnes in het kader van preventie is een bevoegdheid van de deelstaten. De terugbetaling van medische prestaties blijft de bevoegdheid van de federale ziekteverzekering. Om een coherent preventiebeleid te verzekeren, organiseert de federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid in het kader van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid overleg tussen de federale overheid en de deelstaten, onder meer voor wat betreft preventie. Zo werden in het protocolakkoord preventie van 21 maart 2016 afspraken vastgelegd met de deelstaten, ook voor mondgezondheid. Hierin hebben de Gemeenschappen / Gewesten zich geëngageerd tot het sensibiliseren van de bevolking, en de federale overheid engageerde zich tot het onderzoeken wat de functie is van verschillende beroepen, en in het bijzonder de tandartsen en mondzorghygiënisten, inzake de preventieve mondzorg. Op 28 maart 2018 werd dan het koninklijk besluit betreffende het beroep van mondhygiënist gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De mondhygiënisten staan de tandartsen en artsen bij in het bevorderen van de mondgezondheid van de Belgische bevolking, voornamelijk op het vlak van de preventieve mondzorg.

4) Ik sta open voor overleg met de bevoegde organen op het Gemeenschapsniveau. Inzake de preventie in scholen heeft het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) in 2009 de sensibiliseringscampagnes rond mondgezondheid « sourire pour tous » en « glimlachen.be » gefinancierd. Deze campagnes werden in 2015 als gevolg van de zesde Staatshervorming overgedragen naar de Gemeenschappen / Gewesten.

5) Het klopt dat het uitstel van een tandartsbezoek de kosten doet stijgen voor de patiënt en voor de verzekering voor geneeskundige verzorging. Preventie moet dus een prioriteit blijven. Bovendien stellen we, sinds de invoering van het mondzorgtraject, een stijging vast van de uitgaven voor preventieve handelingen, terwijl de uitgaven voor de conserverende verstrekkingen dalen. We moeten echter voorzichtig blijven vooraleer we hieruit conclusies trekken op begrotingsvlak.

6) De obstakels voor een bezoek aan de tandarts kunnen heel gevarieerd zijn. Vanuit het standpunt van de patiënt kunnen er financiële of psychologische obstakels zijn of een gebrek aan informatie. Ik verwijs naar het eindrapport dataregistratie- en evaluatie mondgezondheid Belgische bevolking 2012-2014. We constateren dat een groot deel van de bevraagden eigenlijk geen reden heeft om niet jaarlijks op tandartsbezoek te gaan (44,9 %). Daarnaast vindt 23,3 % dat bij de afwezigheid van symptomen een tandartsbezoek niet nodig is ; 18,1 % heeft angst en 16,4 % geeft financiële redenen aan. Ook tijdsgebrek is een factor (13,4 %). We hebben evenwel met de invoering van het mondzorgtraject, een stijging met 9,8 % tussen het jaar 2014 en 2015 vastgesteld van het aantal personen dat minstens één contact heeft gehad met een tandarts.