Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1907

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 15 juni 2018

aan de minister van FinanciŽn, belast met de Bestrijding van de fiscale fraude

Woonkrediet - Toegang voor armere gezinnen - Sociale opdracht voor de banken

krediet op onroerende goederen
eigendomsverkrijging
huisvesting
recht op huisvesting
sociaal achtergestelde groep

Chronologie

15/6/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/7/2018 )
16/11/2018 Rappel
9/12/2018 Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 6-2164

Vraag nr. 6-1907 d.d. 15 juni 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Huisvesting en armoedebestrijding zijn gemeenschapsbevoegdheden, financiŽn en de controle op de banksector zijn federale bevoegdheden. Deze vraag betreft dus een transversale aangelegenheid.

De Nationale Bank van BelgiŽ (NBB) waarschuwt ervoor dat de huizen in ons land steeds duurder worden en dat er door de banken veel te gemakkelijk woonkredieten worden toegestaan. Het aandeel van het gezinsinkomen dat naar de afbetaling van woonkredieten gaat, neemt steeds hogere proporties aan.

Nochtans is het verwerven van een woning de beste waarborg tegen armoede op latere leeftijd. Het is dus meer dan noodzakelijk dat banken hun rol van kredietverlener blijven spelen en het verwerven van woningen moet een recht zijn voor brede lagen van de bevolking. We mogen niet belanden in een situatie waarbij het verwerven van een eigen huis opnieuw het privilege van een kleine minderheid wordt.

Welk beleid wil de geachte minister hierover voeren ? Is hij zich bewust van de noodzaak van het verlenen van goedkope kredieten aan gezinnen voor de verwerving van woningen ? Hoe zal hij echter voorkomen dat gezinnen woonkredieten aangaan die ze amper kunnen afbetalen ? Hoe zal hij ervoor zorgen dat onze banken een sociale opdracht vervullen en goedkope woonkredieten op de markt brengen en blijven brengen ? Heeft hij al overlegd met de bevoegde ministers van deze Gemeenschappen en de Gewesten om de uitdagingen het hoofd te bieden ? Zal hij hierrond een sociaal beleid ontwikkelen of laat hij het allemaal over aan de financiŽle markt, met alle gevolgen van dien ?