Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1906

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 15 juni 2018

aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen

Luchthaven van Zaventem - Opstijgende en landende vliegtuigen - Afzwakken van de windnorm - Redenen

luchthaven
luchtverkeer
norm
atmosferische omstandigheden

Chronologie

15/6/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/7/2018 )
25/9/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1906 d.d. 15 juni 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uiteraard is de zaak van de vliegtuigen in en rond Zaventem een aangelegenheid die transversaal is. De federale minister van Mobiliteit is bevoegd voor de vliegroutes en de Gewesten zijn bevoegd voor de geluidsnormen.

Onlangs nam de geachte minister het initiatief om de bestaande windnormen op sommige banen van de luchthaven van Zaventem soepeler te maken. Daardoor is het opnieuw mogelijk om de geluidshinder meer te concentreren en af te schuiven op een klein deel van de bevolking.

Nochtans zijn windnormen een absoluut element van veiligheid. Het is vreemd dat de minister veiligheid ondergeschikt wil maken aan de economische wensen van de luchthaven en haar privéaandeelhouders.

Het absoluut te verkiezen scenario is dit waar een landend en opstijgend vliegtuig tégen de wind in opstijgt en landt. Dit zorgt voor heel wat minder geluid. Het is bovendien veel veiliger én het zorgt voor minder uitstoot van gevaarlijke stoffen. Tegen de wind opstijgen en landen biedt dus vele voordelen.

Het is dan ook totaal onbegrijpelijk en eveneens onrechtvaardig dat de minister op basis van zuiver economische belangen de veiligheid en gezondheid van de omwonenden op de helling wil zetten door de windnormen op sommige banen (25R en 25L) te versoepelen. Zo kunnen vliegtuigen met de wind mee landen en opstijgen, wat veel meer lawaai, uitstoot én onveiligheid oplevert.

Hoe is het mogelijk dat de geachte minister zich voor de kar van het pure economische belang laat spannen ? Hoe is het mogelijk dat hij niet als absoluut principe vooropstelt dat er steeds tégen de wind in moet geland en opgestegen worden ? Mag ik ervan uitgaan dat hij zal terugkomen op zijn voornemen, dat de veiligheid en de gezondheid van de omwonenden in het gedrang zal brengen ?

Antwoord ontvangen op 25 september 2018 :

In tegenstelling tot wat de geachte senator blijkbaar meent en tot wat bepaalde ministers in het verleden mochten gedaan hebben, heb ik met mijn voorstel niet de bedoeling om het Preferential Runway System (PRS) of de windnormen te wijzigen, maar wel om die normen te verduidelijken.

In tegenstelling tot wat de geachte senator beweert, herhaal ik dat de veiligheid de absolute prioriteit is en blijft.

Mijn voorstel vloeit voort uit de conclusies van de audit over het gebruik van het PRS op de luchthaven Brussel-Nationaal, die ik aan het directoraat-generaal Luchtvaart heb gevraagd; daarin vroegen alle actoren in dit dossier een verduidelijking van de toepasselijke instructies.

Op basis daarvan heb ik verder gewerkt om een dossier voor te leggen met duidelijker omschreven normen, die het voor de luchtverkeersleiders mogelijk moeten maken om in een meer overzichtelijke en veilige context te werken. Er dient een einde te worden gemaakt aan de huidige verwarring tussen de instructies die in het verleden werden genomen en de toepasselijke windnormen, waardoor de keuze van de vliegroutes soms moeilijk te verantwoorden valt.

De vele instructies scheppen een zodanige situatie dat vandaag luchtverkeersleiders worden ondervraagd door een onderzoeksrechter over de baankeuze.

Concreet wordt in mijn voorstel het gebruik van de preferentiële banen, en dus de logica van de preferentiële exploitatie van de luchthaven, langer gehandhaafd.

Mijn voorstel verduidelijkt de windnormen : er moet inderdaad meer dan 7 knopen rugwind zijn om van het PRS af te wijken. Voor de definitie van de windstoot neem ik de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) over, die als norm gelden op internationaal vlak.

Ik wil die verduidelijking eveneens koppelen aan een nieuwe procedure voor het opstijgen, die voor minder geluidsimpact op de grond zorgt, door sneller een hogere hoogte te bereiken. Er zou ook een gelijkaardige procedure ingevoerd kunnen worden voor de landingen, met name de Continuous Descent Operations (CDO).

De maatregelen om de hinder te beperken zullen overigens elk Gewest ten goede komen.

Over dit voorstel bestaat er momenteel nog geen eensgezindheid. Er wordt verder gepraat en ik zie erop toe dat de oplossing in het voordeel is van de inwoners van de drie Gewesten van ons land.