Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1798

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 15 maart 2018

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad - Eerstelijnsgezondheidszorg - Toegankelijkheid - Tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad - Eerstelijnsgezondheidszorg - Toegankelijkheid - Nederlandstalige bevolking - Artsen en huisartsen - Spoeddiensten - Tweetaligheid

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
gezondheidsverzorging
taalgebruik
tweetaligheid
ziekenhuis
geneeskundige noodhulp
eerste hulp
rechten van de zieke

Chronologie

15/3/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/4/2018 )
28/5/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1798 d.d. 15 maart 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het beleidsdomein volksgezondheid is een aangelegenheid van de Gemeenschappen, waar de federale overheid voor bevoegd is. Uiteraard zijn er overlappingen. Onder andere de contingentering van artsen is een federale aangelegenheid, de numerus clausus is dan weer een gemeenschapsaangelegenheid.

De taalwetgeving is een federale bevoegdheid, maar de controle op de taalwetgeving is een gedeelde bevoegdheid van de Gewesten en de federale overheid.

Binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad doet er zich vandaag een ernstig probleem voor. Meer en meer Nederlandstalige artsen, Vlaamse artsen, verdwijnen vanwege ouderdom, overlijden of pensionering. Vele Nederlandstalige huisartsen stoppen ermee. Er komen wel anderstalige en vaak Franstalige artsen in de plaats, maar deze artsen, huisartsen, maar ook artsen binnen de officieel tweetalige ziekenhuizen, weigeren Nederlands te spreken of kunnen het gewoon niet. Ze vinden het duidelijk niet belangrijk om ook de Nederlandstalige gemeenschap binnen Brussel in hun taal te woord te staan.

Daardoor komt meer en meer de waarborg van een goede eerstelijnsgezondheidszorg in het gedrang. Dit is echter een waarborg die een land zoals het onze dient te geven aan al haar bewoners.

Tijdens weekends is het meer en meer onmogelijk om binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad nog een Nederlandstalige huisarts te krijgen. Via de wachtdiensten moet men vaak meer dan zes uur wachten op een Nederlandskundige arts. Ze moeten zelfs niet Nederlandstalig zijn, of een Brusselse Vlaming zijn, maar gewoon Nederlands verstaan en kunnen spreken blijkt onmogelijk te zijn.

Ook via de 100 of via de mobiele urgentie groepen (MUG) gebeurt het zeer vaak dat er gťťn Nederlandstalige arts of zelfs verpleger aanwezig is. Het is erger dan ooit tevoren.

Nochtans is de waarborg op tweetaligheid een wettelijke vereiste.

Maar ook in de officieel tweetalige ziekenhuizen is het dweilen met de kraan open. Nog steeds weigeren vele dokters om de patiŽnten in het Nederlands te woord te staan. Dit is meer dan ergerlijk. Dit is ronduit schandalig en onaanvaardbaar.

1) Wat zal de geachte minister doen om te verzekeren dat ook Nederlandstaligen hun recht op goede en toegankelijke eerstelijnsgezondheidszorg behouden†?

2) Zal ze in samenspraak met de Gemeenschappen en ook met het college van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie initiatieven nemen om in meer Nederlandskundige artsen en huisartsen te voorzien voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad†? Zo ja, welke†?

3) Wat zal ze doen om de tweetaligheid van officiŽle spoeddiensten, van de 100 en van de MUG's in Brussel te waarborgen†?

4) Is ze bereid om de erkenning van sommige spoeddiensten van ziekenhuizen in te trekken indien de tweetaligheid niet gewaarborgd wordt†?

5) Hoe zal ze de wettelijke verplichting van de 100-diensten en van alle MUG's binnen Brussel waarborgen†?

6) Wat zal ze doen om de officieel tweetalige openbare ziekenhuizen te verplichten de taalwet na te leven†?

7) Is ze bereid om de erkenning en de subsidiŽring van sommige openbare ziekenhuizen in te trekken bij herhaalde schending van de taalwetgeving†?

8) Waarom heeft de patiŽnt het recht niet om de opgeroepen ambulance te verplichten naar een Nederlandstalig of naar een Nederlandskundig ziekenhuis gebracht te worden†?

Antwoord ontvangen op 28 mei 2018 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Ik onderschrijf uw bezorgdheid in deze materie. Ik besef maar al te goed dat een duidelijke communicatie tussen patiënt en zorgverlener onontbeerlijk is voor een kwaliteitsvolle zorg.

Het voorontwerp van wet inzake kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg dat ik zo snel mogelijk wens in te dienen, gaat in op de taalproblematiek, niet alleen in Brussel, maar in gans België. In dat kader heb ik in het voorontwerp dwingende regels voorzien inzake taalkennis voor alle gezondheidszorgbeoefenaars, zowel Belgen als buitenlanders. Deze regels bepalen dat de gezondheidszorgbeoefenaar te allen tijde moet kunnen bewijzen dat hij beschikt over een voldoende kennis van de taal of één van de talen van het taalgebied waar hij gezondheidszorg verstrekt.

Bovendien voorzie ik ook dat de gezondheidszorgbeoefenaar verplicht moet bekendmaken in welke taal of talen hij patiënten kan behandelen zodat de patiënt vooraf duidelijk geïnformeerd is.

Als federale minister ben ik niet bevoegd voor het bepalen van de erkenningsnormen van ziekenhuizen, noch voor de controle, noch om een erkenning van spoeddiensten in te trekken. Het zijn de bevoegde gemeenschapsministers inzake Volksgezondheid die op dat vlak kunnen optreden.

In het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening dienen uiteraard de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, te worden nageleefd. Deze wetten zijn immers van toepassing op elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een taak van algemeen belang in opdracht van de overheid vervult (zie artikel 1, § 1, 2°, van deze wetten).

Daar waar het verzekeren van de dringende geneeskundige hulpverlening tot mijn bevoegdheid behoort, is mijn collega de heer Jambon, minister van Binnenlands Zaken, bevoegd voor de het toezicht op de taalwetgeving.

Wat uw laatste vraag betreft, wens ik u te wijzen op het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel.

In toepassing van dit besluit wordt de patiënt in principe overgebracht naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg. Er is enkel een uitzondering mogelijk op verzoek van een arts, de MUG-arts of behandelend arts, om een ander ziekenhuis als meest aangewezen aan te duiden onder de voorwaarden bepaald in de wetgeving.

Deze regel is ingegeven door het feit dat publieke middelen op de meest efficiënte manier moeten worden ingezet en is in het belang van de patiënt en van de volksgezondheid. Dit neemt niet weg dat de rechten van de patiënt, waaronder recht op een communicatie in een duidelijke taal, moeten worden nageleefd door de verschillende zorgverleners.