Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-174

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 oktober 2014

aan de minister van Justitie

het uitstel van de mogelijkheid voor een jeugdrechter om therapie voor jongeren met psychische problemen op te leggen

rechtspraak voor minderjarigen
geneeswijze

Chronologie

23/10/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2014 )
8/9/2017 Rappel
9/11/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-174 d.d. 23 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De media, zich baserend op het Staatsblad, berichtten dat de regering recent de mogelijkheid voor een jeugdrechter om aan minderjarigen met een psychisch probleem een therapie op te leggen, met twee jaar uitstelde. Deze maatregel werd in 2006 mogelijk gemaakt in het hervormde jeugdrecht, maar bleef tot op heden dode letter. Toch werd deze mogelijkheid als erg belangrijk ingeschat, onder andere om de plaatsing van jongeren te voorkomen en te vervangen door een ambulante verzorging en behandeling. Deze maatregel richtte zich heel speciaal naar jongeren met problematisch seksueel gedrag of verslavingsproblemen.

Dit uitstel wordt onder andere bijzonder betreurd door de Vlaamse Kinderrechtencommissaris, want daardoor blijft er een uiterst belangrijke schakel ontbreken in de keten van behandeling en aanpak van jongeren met ernstige problemen.

Deze beslissing mag minstens als eigenaardig en wellicht ook onverklaarbaar worden ge´nterpreteerd. Iedereen met gezond verstand weet dat hoe vroeger een ernstige psychische en sociale problematiek wordt aangepakt, hoe meer kans op een positieve impact ervan. Met deze beslissing laat men een groep jonge mensen met een kwalitatief uitzonderlijk relevant probleem, grotendeels in de kou staan. Dit lijkt dan ook op een ernstige gemiste kans.

Bevestigt de minister dat de regering besliste om de mogelijkheid voor een jeugdrechter om aan minderjarigen met een psychisch probleem een therapie op te leggen, met twee jaar uit te stellen? Zo ja, hoe verklaart de minister dat deze mogelijkheid, ruim zeven jaar na de hervorming van het jeugdrecht, nog steeds niet operationeel beschikbaar is en nu weerom wordt verdaagd? Bevestigt de minister dat een adequate, dus zo vroeg mogelijke therapie voor jonge mensen met ernstige psychische problemen, de meeste kansen biedt op een positieve impactů en daardoor vele kosten kan besparen? Met welke argumenten kan de minister deze gang van zaken nog goedpraten? Gaat de minister met mij akkoord dat dit soort van besparingen, uitstel of terughoudendheid juist de tegenovergestelde effecten scoort, namelijk jonge mensen die amper worden geholpen bij hun problemen, met alle mogelijke gevolgen voor zichzelf en de samenleving die daarbij kunnen worden voorspeld?

Zal de minister alsnog deze maatregel proberen te activeren?

Antwoord ontvangen op 9 november 2017 :

Met de zesde staatshervorming werden verschillende bevoegdheden inzake het jeugdbeschermingsrecht aan de Gemeenschappen overgeheveld. Onder de communautarisering van het jeugdbeschermingsrecht valt onder meer het bepalen van de aard van de maatregelen ten aanzien van de minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. De federale overheid is bijgevolg enkel nog bevoegd voor aanpassingen aan de procedure of de gerechtelijke organisatie.