Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-158

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 oktober 2014

aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

De wijzigende inzichten inzake het beleid op het vlak van cannabis en soortgelijke drugs

verkoopvergunning
handel in verdovende middelen
verdovend middel

Chronologie

23/10/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2014 )
8/9/2017 Rappel
16/11/2018 Rappel
14/1/2019 Rappel
23/5/2019 Einde zittingsperiode

Vraag nr. 6-158 d.d. 23 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Steeds vaker en luider klinken stemmen van diverse experts die het repressieve beleid tegenover het gebruik van cannabis sterk en zelfs totaal relativeren. De argumenten daartoe zijn van heel uiteenlopende aard. Zo leiden de illegale kweek en verkoop van o.a. cannabis en marihuana tot producten die erg veel en zelfs te veel schadelijke stoffen bevatten. Daarnaast vormt de illegaliteit van deze handel een basis voor wijdvertakte en ernstige criminaliteit. Tenslotte, als doorslaggevend argument, blijken de decennia repressief beleid geenszins de verhoopte effecten te scoren. Wel integendeel, want algemeen stijgt het gebruik en misbruik van illegale drugs wereldwijdÖ met alle eerder geschetste gevaren en gevolgen.

Recent klonk er weerom een opvallend pleidooi van drie Vlaamse wetenschappers uit diverse disciplines, nl. farmacoloog Jan Tytgat, econoom Paul De Grauwe en criminoloog Tom Decorte, waarbij ze een legalisering van 'softdrugs' voorstellen. Dit pleidooi wordt binnenkort meer uitgebreid toegelicht, maar al eerder stelde professor Tytgat dat de overheid best zelf de kweek van goede cannabis zou regisseren om een slimme prijs- en verkoopsstrategie het illegale circuit compleet buiten spel zou zetten. Deze analyse en remedies zijn niet revolutionair. In Uruguay en de VS-staten Colorado en Washington, is een legalisering al een feit.

In een eerder antwoord (5-9482) stelde de minister van Justitie dat de huidige aanpak niet in vraag wordt gesteld maar dat deze evoluties ook niet werden geagendeerd, noch op bij de InterministeriŽle Conferentie Drugs noch op de Algemene Cel Drugs. Nochtans illustreert de recente communicatie van de drie professoren een weids gedeelde mening bij heel wat experts, wereldwijd. Ik stel deze vraag niet vanuit een overtuiging voor of tegen legalisering, wel vanuit de bekommernis om op de meest adequate wijze met deze fenomenen om te gaan, met daarbij aandacht voor o.a. de volksgezondheid en de criminaliteitsbestrijding.

Hoe apprecieert en evalueert de minister het recente pleidooi van drie Vlaamse professoren, elk vanuit hun eigen discipline zijnde toxicologie, economie en criminologie, waarin ze het huidige beleid omtrent cannabisgebruik veroordelen als inefficiŽnt en ineffectief en als alternatief pleiten voor een legalisering en een actieve regie van productie en verkoop van deze producten? Zijn deze analyses en remedies, die eerder al werden gelanceerd en ook wereldwijd worden geopperd en toegepast, ondertussen al behandeld door de InterministeriŽle Conferentie Drugs en de Algemene Cel Drugs? Zo ja, in welke richting ontwikkelt zich hier een standpunt, welke argumenten worden als doorslaggevend beschouwd? Zo niet, hoe verklaart de minister dat deze cruciale actoren zich niet over dit bijzonder relevant maatschappelijk en wetenschappelijk fenomeen buigen? Welke concrete initiatieven zal de minister hieromtrent zelf nemen, binnen welke timing en met welke methodiek?