Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1055

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 5 oktober 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Veiligheid bij manifestaties en activiteiten - Omzendbrief - Kosten voor de organisatoren - Gevolgen voor de Gemeenschappen en de Gewesten - Privatisering van de veiligheidsdiensten

openbare veiligheid
privatisering
culturele manifestatie
sportmanifestatie
beveiliging en bewaking

Chronologie

5/10/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/11/2016 )
6/12/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-1055 d.d. 5 oktober 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds de aanslagen van maart 2016 heerst er begrijpelijkerwijs een situatie van permanente angst in ons land. Terecht worden er maatregelen genomen om zulke gruwel te vermijden.

De uitdaging bestaat er echter in om een goed evenwicht te vinden tussen ernstige veiligheidsmaatregelen en het laten doorgaan van het normale leven van elke dag. Het zou immers zeer onverstandig zijn om zulkdanige veiligheidsmaatregelen te nemen waardoor het normale leven onmogelijk wordt. Dan hebben uiteraard de terroristen bereikt wat ze willen bereiken.

Ook de Gewesten en de Gemeenschappen worden geconfronteerd met deze problematiek. Tal van gemeenten zitten met de handen in het haar als het gaat over manifestaties en activiteiten op hun grondgebied. De plaatselijke politie weet niet steeds hoe ze dit moet aanpakken. Ook de Gemeenschappen organiseren tal van activiteiten op het vlak van cultuur, jeugdwerk, sport, welzijn, onderwijs, enz.

Er bestaat een omzendbrief van de minister in verband met de aanpak door de federale en lokale politie van manifestaties en activiteiten die op het openbaar domein georganiseerd worden. Wat opvalt is dat hij de facto bezig is met een privatisering van de veiligheidsdiensten. Steeds meer stellen we vast dat de politiediensten hun verantwoordelijkheid beperken tot het opleggen van ernstige veiligheidsvoorwaarden zonder dat ze zelf nog aanwezig zijn op feesten, festivals of manifestaties. Er worden zware voorwaarden opgelegd die zeer veel geld kosten. Studentenactiviteiten of culturele activiteiten kosten plots stukken van mensen. In één jaar tijd zijn de kosten voor de beveiliging met 300% gestegen. Dat brengt het voortbestaan van tal van activiteiten in gevaar. Universiteiten, studentenclubs, culturele organisaties, sportmanifestaties, jeugdorganisaties, enz., worden hiermee keihard geconfronteerd.

Natuurlijk hebben ze geen keuze. Uiteraard wil niemand het risico lopen op aanslagen of onveilige situaties. Maar het lijkt er meer en meer op dat de politie haar verantwoordelijkheid niet opneemt en ze doorschuift naar onder andere privébewakingsdiensten, en dit ten koste van vele organisaties die met de kosten opgezadeld worden. Dit kan toch niet de bedoeling zijn. Op deze wijze ontloopt de minister zijn verantwoordelijkheid en schuift hij het zorgen voor veiligheid weg van de overheid naar de privé.

1) Heeft de minister overleg gepleegd met de Gewesten en Gemeenschappen in verband met zijn omzendbrief aangaande de veiligheidsvoorschriften bij openbare feesten, manifestaties of activiteiten ?

2) Is hij zich bewust van de enorm toegenomen kost voor tal van openbare en private organisaties ?

3) Waarom verschuift hij zijn verantwoordelijkheid voor het handhaven van de veiligheid naar de privéveiligheidsdiensten ? Beseft hij dat hij op deze wijze het veiligheidsbeleid aan het privatiseren is ?

4) Beseft hij dat tal van organisaties daardoor een verdrievoudiging meemaken van het veiligheidsbudget en dat daardoor tal van jongerenorganisaties, culturele, sportieve, educatieve en militante organisaties meer en meer onmogelijk worden ?

5) Beseft hij dat hiermee in de kaart wordt gespeeld van de terroristen, die niet liever hebben dan dat het gewone leven in het gedrang wordt gebracht ?

6) Zal hij deze problematiek bespreken met de Gewesten en de Gemeenschappen ?

Antwoord ontvangen op 6 december 2016 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

Het is niet helemaal duidelijk naar welke ministeriële omzendbrief precies wordt verwezen :

– de ministeriële omzendbrief OOP 41 van 31 maart 2014 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte naar aanleiding van gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen ;

of

– de ministeriële omzendbrief van 26 mei 2016 betreffende de Veiligheid van festivals en evenementen met een grote volkstoeloop in het kader van het dreigingsniveau 3.

De ministeriële omzendbrief OOP 41 van 31 maart 2014

De OOP 41 is een interpretatieve omzendbrief van de minister, geen dwingende richtlijn. Deze ministeriële omzendbrief heeft niet de bedoeling om de veiligheid te privatiseren of om taken door te schuiven naar de organisator. Ze heeft wel de bedoeling om alle partners in de veiligheidsketen, overheden, politiediensten, organisatoren, hulpdiensten, enz., te wijzen op hun verantwoordelijkheden en om deze aan te zetten, via het concept van genegotieerd beheer en multidisciplinaire aanpak, tot een betere samenwerking met het oog op een veilig en vlot verloop van evenementen.

Bij het tot stand komen van deze omzendbrief werden alle bevoegde bestuursniveaus betrokken, samen met de betrokken departementen federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken, FOD Justitie, FOD Volksgezondheid, enz., en de geïntegreerde politie. Het zijn weliswaar vooral de bestuursniveaus met politionele bevoegdheden in het domein van openbare orde die een actieve bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze omzendbrief, in het bijzonder de gemeentelijke bestuursniveaus en de provinciale bestuursniveaus, gelet op de bevoegdheden van de burgemeester en van de provinciegouverneur in het domein van openbare orde.

De ministeriële omzendbrief van 26 mei 2016 betreffende de Veiligheid van festivals

Deze ministeriële omzendbrief ligt volledig in de lijn van de filosofie van het genegotieerd beheer opgenomen in de OOP 41 en houdt rekening met de bepalingen van de wet van 10 april 1990 op de private en bijzondere veiligheid. De bedoeling van deze omzendbrief is de waakzaamheid op alle gebied te verhogen en alle betrokkenen te sensibiliseren voor de problematiek in de huidige context van dreigingsniveau 3.

De omzendbrief bevat een aantal aandachtspunten, maatregelen en tips voor de organisatoren van een evenement en voor de lokale overheden op wiens grondgebied die evenementen kunnen plaatsvinden. Er wordt in de omzendbrief ook toegelicht dat, gelet op de huidige terreurdreiging, elke persoon onderworpen mag worden aan een controle van kledij en goederen (systematische controle) door bewakingsagenten, zoals bedoeld in de wet private veiligheid. Er dient ook een bijzondere aandacht besteed te worden aan de alertheid inzake bommen en / of evacuatie van het festivalterrein. Voor bepaalde security-taken kunnen verenigingen ook hun eigen effectieve leden inzetten. Er dient ook gezorgd te worden voor een verhoogde politionele zichtbaarheid in en rond de locatie van een evenement.

De verantwoordelijkheden

De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde op het grondgebied van de gemeente waar een evenement wordt georganiseerd. Dit doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van een organisator voor de veiligheid van de deelnemers aan een evenement of festival. Voor, al dan niet commerciële, evenementen en festivals die georganiseerd worden op voor publiek toegankelijk plaatsen (voetbalwedstrijd, muziekevenement in een gebouw of in een afgebakende feestzone, meeting, enz.) heeft de organisator een belangrijke verantwoordelijkheid inzake het nemen van de nodige veiligheidsmaatregelen op zijn niveau, al is het maar om rampen te voorkomen (cf. Duisburg, Pukkelpop, enz.). Dit is niet nieuw.

De Gewesten en Gemeenschappen hebben geen bevoegdheden van openbare orde. De bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de Gewesten en Gemeenschappen, heeft een aantal bevoegdheden betreffende de samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking van de provinciale en gemeentelijke instellingen geregionaliseerd, met uitzondering van de regelingen betreffende de algemene politiebevoegdheden opgenomen in de Nieuwe Gemeentewet en in de Provinciewet. De gemeenschaps- en gewestorganen hebben aldus geen bevoegdheid inzake algemene bestuurlijke politie. Ze zijn wel bevoegd voor een aantal gedefederaliseerde materies van bijzondere bestuurlijke politie : bescherming van het leefmilieu, afvalstoffenbeleid, gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven, sneeuwplan, enz. Ze kunnen in dit domein politiemaatregelen treffen en desgevallend de openbare macht vorderen.

Een uitzondering hierop wordt gemaakt met de bijzondere wet met betrekking tot de zesde Staatshervorming van 6 januari 2014 die voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de functie van gouverneur van het administratief arrondissement Brussel Hoofdstad afschaft en aan de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aantal politionele bevoegdheden inzake de openbare orde toekent, naar analogie van deze toegekend aan de gouverneur. De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan dus politiebesluiten nemen op basis van artikelen 128 et 129 van de Provinciewet en artikel 11 WPA (Subsidiariteit).

Het is niet aan de minister van Binnenlandse Zaken of aan de politiediensten van de lokale politie of van de federale politie om veiligheidsvoorwaarden op te leggen aan de organisator, maar wel aan de gemeentelijke bestuursorganen via een gemeentereglement uitgevaardigd door de gemeenteraad of een politiebesluit genomen door de burgemeester conform de bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet. In uitzonderlijke omstandigheden kan de burgemeester ook een evenement verbieden (cf. vuurwerk in Brussel op de Nationale Feestdag).

De dreigingsanalyse, de risicoanalyse en de inzet van politiediensten

De politiediensten besteden heel wat capaciteit aan de veiligheid rond evenementen. Daarnaast dient opgemerkt dat de politiediensten momenteel ook geconfronteerd worden met belangrijke nieuwe uitdagingen inzake openbare orde (vluchtelingencrisis, terreurdreiging en -aanslagen, gevangenisstaking van uitzonderlijke duur, enz.) en met grootschalige en gelijktijdige gebeurtenissen. Deze hebben een ongeziene weerslag op de diensten van de geïntegreerde politie en op de ingezette politiecapaciteit. Zo kan vastgesteld worden dat de voorziene kredietlijnen inzake de solidariteitsmechanismen tussen de politiezones voor een groot aantal politiezone al medio 2016 opgebruikt zijn.

Momenteel blijft het dreigingsniveau 3 (ernstig) behouden voor gans het grondgebied. Dit betekent dat de dreiging waarschijnlijk en ernstig is en dat één of meerdere terroristische acties mogelijk en waarschijnlijk zijn. Deze dreigingsanalyse wordt gemaakt door OCAD. Het OCAD benadrukt ook « soft targets » als potentiële doelwitten : massabijeenkomsten, manifestaties, concerten, festiviteiten, sportevenementen, enz. Op basis van deze dreigingsanalyse worden op lokaal niveau specifieke multidisciplinaire risicoanalyses uitgevoerd per evenement. Het is op basis van deze risicoanalyse dat de lokale overheid voorwaarden kan opleggen aan de organisator en dat concrete politiemaatregelen worden genomen. Het Crisiscentrum stelt op zijn website een multidisciplinaire vragenlijst voor organisatoren van evenementen ter beschikking. Dit is een uniforme en unieke tool voor de risicoanalyse die door meerdere disciplines moet georganiseerd worden in de voorbereiding van een evenement.