Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8263

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 20 februari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Het nultolerantiebeleid inzake verkrachtingen

seksueel geweld
gerechtelijke vervolging
officiŽle statistiek
huiselijk geweld

Chronologie

20/2/2013 Verzending vraag
15/4/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2692

Vraag nr. 5-8263 d.d. 20 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

BelgiŽ is ťťn van de landen waar per 100 000 inwoners de meeste verkrachtingen worden gerapporteerd, zo becijferde UNODC, de afdeling van de VN die zich bezighoudt met criminaliteit. Daarmee komen we op een zesde plaats in een lijst van vijftig landen. Helemaal bovenaan op de lijst staat Lesotho, gevolgd door Trinidad en Tobago en Zweden. Enerzijds duidt dit erop dat verkrachtingen vaker worden gerapporteerd, anderzijds becijferde het IGVM dat slechts 6% van de vrouwelijke slachtoffers en 1% van de mannelijke slachtoffers aangifte doet van verkrachting bij de politie of contact opneemt met een advocaat. Dat is bitter weinig. Bovendien is de vervolgingsgraad (14%) van die 7% aangiftes uitzonderlijk laag. Men kan dus stellen dat er wel degelijk een probleem is.

De beleidsnota Gelijke Kansen stelt een aantal maatregelen voor om het nultolerantiebeleid te versterken, zoals een hogere vervolgingsgraad, strengere bestraffing, betere behandeling en follow-up van de daders. De beleidsnota blijft echter vaag en weinig concreet.

Graag had ik van de minister een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Welke concrete maatregelen zijn reeds genomen om het nultolerantiebeleid te versterken? Welke concrete maatregelen voorziet de minister in de toekomst, in samenwerking met de minister van Justitie, om het nultolerantiebeleid te versterken?

2) Wordt in een bewustmakingscampagne voorzien om aangifte te doen?

3) Zijn er genderstatistieken, voor zowel daders als slachtoffers, beschikbaar?

4) Zijn er statistieken beschikbaar over het aantal minderjarige/meerderjarige slachtoffers? Melden die statistieken ook hoeveel seponeringen er zijn wat betreft minderjarige slachtoffers?

5) Hoeveel klachten over verkrachting binnen het huwelijk (of samenlevingscontract of feitelijke samenleving) ontving de politie de afgelopen jaren?

6) Welke stappen zullen worden gezet of zijn reeds gezet om tot een hogere vervolgingsgraad te komen? Is hiervoor reeds een werkgroep politie en justitie opgericht? Heeft dit reeds merkbare gevolgen in de aangifte- en vervolgingsgraad?

7) In hoeveel gespecialiseerd personeel met v/m evenwicht wordt voorzien voor de vervolging van seksuele misdrijven, zoals magistraten voor seksueel geweld, gerechtelijk personeel en politie?

Antwoord ontvangen op 15 april 2013 :

1)en 2) Ik heb het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen de opdracht gegeven om een werkgroep op te richten om aanbevelingen voor beleidsinitiatieven te formuleren met betrekking tot een beleid inzake seksueel geweld en meer specifiek het nultorelantiebeleid te versterken. Het Instituut zal in 2013 het middenveld en professionals op het terrein samenbrengen om alle knel- en aandachtspunten inzake het beleid en de uitvoering van het beleid te verzamelen. In samenwerking met een werkgroep die zal bestaan uit onder andere leden van de departementen justitie en  politie zal het instituut dan ook deze ‘vertalen’ naar ontwerpen van beleidsinitiatieven die, op korte termijn, kunnen opgenomen worden in het nieuw Nationaal actieplan 2014 – 2018. Op 1 maart 2013 zal hier een colloquium over plaatsvinden in de Senaat. 

3) Ik bevestig dat genderstatistieken bestaan zowel voor de plegers als voor de slachtoffers. Ik kan u hiervan een afschrift bezorgen. 

4)De politie-, parket-, en veroordelingsstatistieken maken wat betreft de geregistreerde feiten van verkrachting een opdeling naar leeftijd van het slachtoffer. De gegevens betreffende de seponering en de motivering waarom tot seponering werd overgegaan worden geregistreerd door de parketten. 

5) Ik geef hier een afschrift van de statistieken betreffende de verkrachtingen binnen het koppel evenals genderstatistieken betreffende de verkrachtingen voor de 5 laatste jaren. 

6)Het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen maakt deel uit van de werkgroep die de evaluatie van de richtlijn van het College van Procureurs-Generaal inzake de seksuele agressie set (SAS) begeleidt. Het college zit deze werkgroep voor waarin vertegenwoordigers van zowel politie, justitie en het wetenschappelijk veld zitten. De seksuele agressie set en de bijhorende richtlijn hebben tot doel de verzameling van de bewijzen bij seksuele misdrijven te verbeteren om zodoende te komen tot meer kansen om te vervolgen of te veroordelen. 

7)Momenteel is er nog geen zicht op het aantal gespecialiseerd personeel voor de vervolging van seksuele misdrijven maar dit wordt zeker besproken in de werkgroep zoals vermeld in de punten 1 en 2.