Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7192

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 23 oktober 2012

aan de minister van Justitie

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (CAHVIO) - Ratificatie - Stand van zaken - Tijdsplanning

ratificatie van een overeenkomst
Europese Conventie
huiselijk geweld
seksueel geweld

Chronologie

23/10/2012 Verzending vraag
19/12/2012 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7190
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7191

Vraag nr. 5-7192 d.d. 23 oktober 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 7 april 2011 nam het Comitť van Ministers van de Raad van Europa een nieuw verdrag aan inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het Verdrag spoort de lidstaten van de Raad van Europa onder meer aan om een globaal, geconcentreerd en geÔntegreerd beleid te ontwikkelen om effectief op deze vormen van geweld te kunnen antwoorden en reageren.

Het verdrag is een mijlpaal in de aanpak van het geweld tegen vrouwen in Europa. Het is namelijk het eerste bindende instrument op Europees niveau dat een omvattend wettelijk kader creŽert om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders te berechten. Het definieert en bestraft verschillende vormen van geweld tegen vrouwen, waaronder huiselijk geweld, gedwongen huwelijken, vrouwelijke genitale verminking, stalking en fysisch, psychologisch en seksueel geweld. Tevens werd er een internationale groep van onafhankelijke experts in het leven geroepen die moet toezien op de naleving van deze nieuwe wetgeving op nationaal niveau.

Het verdrag staat sinds 11 mei 2011 open voor ondertekening en ratificatie door lidstaten van de Raad van Europa, de Europese Unie en niet-Europese landen. Sindsdien hebben reeds 24 van de 42 landen het verdrag ondertekend. BelgiŽ ondertekende op 11 september 2012 het verdrag. Met de ondertekening voert de regering een engagement uit dat in het "Nationaal Actieplan Partnergeweld en andere vormen van familiaal geweld" staat, en toont zij dat deze thematiek voor de regering van belang is. Het verdrag werd echter nog maar door ťťn land geratificeerd, namelijk door Turkije. De andere landen zitten nog volop in de ratificatieprocedure, waaronder BelgiŽ.

Graag had ik van de minister het volgende vernomen:

1) In welke fase bevindt het dossier zich vandaag? In welke fase bevindt de ratificatieprocedure zich momenteel?

2) Welke tijdslijn voorziet u voor de ratificatie van dit verdrag? Wanneer verwacht de minister dat deze ratificatie afgerond zal zijn?

3) Welke maatregelen plant hij in overleg met de minister van Werk te nemen om dit verdrag te implementeren? Waar bevindt elke maatregel zich in de tijdsplanning?

Antwoord ontvangen op 19 december 2012 :

1. 2. 3. Zoals de geachte senatrice aanhaalt heeft België inderdaad zeer recentelijk, op 11 september 2012, het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ondertekend. Naar aanleiding hiervan heb ik, samen met de Minister van Buitenlandse Zaken en in naam van de hele regering benadrukt dat we zeer verheugd zijn met deze ondertekening. Dit recente verdrag van de Raad van Europa is immers het eerste juridisch dwingende instrument dat voorziet in een geheel van maatregelen in dit domein. De snelle ondertekening door België weerspiegelt dan ook het belang dat zowel de federale als de gefedereerde bevoegde autoriteiten aan deze thematiek hechten. De volgende stap, zoals u aangeeft, is de bekrachtiging van het Verdrag.

De bekrachtigingsprocedure is intussen in voorbereiding maar zal nog enige tijd in beslag nemen. Het Verdrag is immers een gemengd Verdrag en moet aldus niet alleen door het federale niveau maar ook door de verschillende deelstatelijke Parlementen worden bekrachtigd. Voor wat het federale niveau betreft, zijn er, gelet op de toe te juichen holistische aanpak van de thematiek, verschillende departementen betrokken. Vanzelfsprekend zal de voorbereiding van de bekrachtiging gebeuren in overleg met al deze betrokken departementen.

Ik wil echter benadrukken dat België niet heeft gewacht tot het Verdrag van de Raad van Europa in voege treedt om actie te ondernemen tegen geweld op vrouwen en partnergeweld. Getuige daarvan de Nationale Actieplannen inzake de strijd tegen partnergeweld, waarvan het meest recente loopt van 2010 tot 2014. Deze nationale actieplannen worden tevens gedragen door alle bij de thematiek betrokken ministers en departementen, zowel op federaal als op gemeenschaps – en gewestniveau, en worden telkens voorgesteld en goedgekeurd op interministeriële conferenties. Men kan dus stellen dat België reeds gedurende een belangrijke tijd ervaring heeft in het opbouwen van een geïntegreerde aanpak inzake de thematiek van geweld op vrouwen en huiselijk geweld. Het Verdrag van de Raad van Europa zal voor België een stimulans zijn om verder te werken op deze geïntegreerde manier.