Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6945

van Piet De Bruyn (N-VA) d.d. 29 augustus 2012

aan de minister van Landsverdediging

Zelfmoordpreventie in het leger - Stand van zaken

krijgsmacht
zelfmoord
geestelijke gezondheid
mentale spanning
arbeidspsychologie
militair personeel

Chronologie

29/8/2012Verzending vraag
1/10/2012Antwoord

Vraag nr. 5-6945 d.d. 29 augustus 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit wetenschappelijk onderzoek naar preventie van zelfdoding blijkt duidelijk dat een vroege detectie van su´cidaliteit de kans op het voorkomen van een zelfdodingpoging aanzienlijk vergroot. Uiteraard is een vroege detectie maar mogelijk indien de personen die verantwoordelijk zijn voor het sociaal en emotioneel welbevinden van het personeel, zelf over de nodige deskundigheid beschikken. Het gaat hierbij onder meer om elementen als het tijdig herkennen en erkennen van signalen die kunnen wijzen op su´cidale gedachten, het verwerven van een aantal basisverhoudingen en het beheren van een aantal technieken met betrekking tot het voeren van een gesprek met (mogelijk) su´cidale medewerkers, inzicht hebben in het su´cidaal proces en kennis hebben van wat kan omschreven worden als de sociale kaart.

Het leger kan gezien worden als een bijzonder grote entiteit met veel personeel. Voor veel van deze mensen geldt bovendien dat zij regelmatig blootstaan aan een grote (werk)druk. Het lijkt dus aangewezen om bij de medewerkers van defensie, die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van het personeel, ervoor te zorgen dat zij voldoende kennis en deskundigheid hebben wat betreft het correct omgaan met su´cidaliteit.

Tegen deze achtergrond stelde ik de minister graag volgende vragen:

1) Erkent de minister de noodzaak aan voldoende kennis en deskundigheid betreffende omgaan met su´cidaliteit bij de medewerkers van het leger die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van het legerpersoneel?

2) Hoe wordt er voor gezorgd dat deze kennis en deskundigheid op voldoende wijze aanwezig is? Wordt hiervoor beroep gedaan op externen? Wie zijn dit?

3) Maakt preventie van su´cide op een structurele wijze deel uit van het (welzijns)beleid van het leger? Zo ja, kan de minister hier dan meer duidelijkheid over verschaffen? Zo neen, overweegt de minister defensie de opdracht te geven dit op structurele wijze in haar beleid te incorporeren? Indien niet, wat zijn daar dan de redenen voor?

4) Welke concrete initiatieven werden er sinds 2005 genomen om te zorgen dat er voldoende kennis en deskundigheid betreffende preventie van su´cide aanwezig is bij de verantwoordelijke medewerkers van defensie? Graag en opsplitsing per jaar met aandacht voor de precieze aard van het initiatief, de betrokken partners (intern of extern) die instonden voor het initiatief en de kostprijs ervan.

Antwoord ontvangen op 1 oktober 2012 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

1. tot 3. De preventie met betrekking tot zelfdoding maakt deel uit van een geheel van preventiemaatregelen, psychosociale hulp of begeleiding die aan het personeel wordt aangeboden.

De primaire preventie begint bij de selectie van de kandidaten die geëvalueerd worden op hun geschiktheid voor het militaire beroep. Daarnaast krijgen de militairen, in de voorbereidingsfase van een operatie, een training om ze met de psychologische en sociale uitdagingen van de zending te leren omgaan.

Er dient ook nog te worden gemeld dat een officier psycholoog van de Defensiestaf aan een NATO-studieproject over de preventie van zelfdoding deelneemt.

Daarnaast biedt de sociale dienst van Defensie eerstelijnshulp bij problemen, dit onder de vorm van informatie, advies, en psychosociale ondersteuning. De sociale dienst stelt 67 personen tewerk waarvan 31 maatschappelijke assistenten.

Defensie beschikt ook over een netwerk van lokale vertrouwenspersonen tot wie het personeel zich kan wenden voor problemen van psychosociale aard.

Er dient tevens te worden vermeld dat militairen met geestelijke gezondheidsproblemen niet meer deel nemen aan langdurige opdrachten en dit tot ze opnieuw geschikt worden bevonden. Deze militairen kunnen doorverwezen worden naar het Centrum voor Geestelijke Gezondheid waar ze opgevangen en begeleid worden door specialisten. Dit centrum stelt ook een brochure ter beschikking om militairen en hun collega´s die geconfronteerd worden met een poging tot zelfdoding gepast bij te staan.

Tenslotte werkt Defensie momenteel een psychsociale risicoanalyse uit als onderdeel van het dynamisch risicobeheersingssysteem. De registratie van incidenten van psychosociale aard maakt deel uit van deze risicoanalyse.

4. De centrale bemiddelaars van de Dienst Klachtenmanager (DKM) van de Algemene Directie Juridische steun en Bemiddeling (DG JM) worden gevormd door medewerkers van de Suïcidepreventiewerking Vlaanderen, Centra Geestelijke Gezondheidszorg en le Centre de Prévention du Suicide. Deze bemiddelaars geven op hun beurt een opleiding over zelfmoord, gedurende twee dagen, aan de lokale vertrouwenspersonen. Het doel van de cursus is het herkennen van zelfdodingsgedachten.

Daarnaast werd een werkgroep Zelfmoordpreventie binnen Defensie opgericht en een informatiecampagne zal de komende maanden hieromtrent worden gelanceerd.