Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6670

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 3 juli 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Antisemitisme - Racisme - Evolutie - Aangiftes bij de politie - Veroordelingen - Prioriteit - Slachtoffers - Internet

gerechtelijke vervolging
slachtoffer
antisemitisme
racisme
officiŽle statistiek
strafsanctie

Chronologie

3/7/2012Verzending vraag
1/8/2012Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6671

Vraag nr. 5-6670 d.d. 3 juli 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Nederlandse CIDI (Centrum Informatie en Documentatie IsraŽl) registreerde in 2011 28 gevallen van lastigvallen en schelden, tegen negen gevallen in 2010. Het totaal aantal antisemitische incidenten nam af van 124 in 2010 naar 113 vorig jaar. Die afname is vooral te danken aan het kleinere aantal haatmails dat werd ontvangen. Het CIDI noemt de toename van het aantal scheldpartijen aan het adres van Joden fors. In 2009 kwamen er bij de organisatie 20 meldingen binnen van confrontaties op straat met als aanleiding de IsraŽlische acties in Gaza. Vorig jaar was er geen buitenlandse oorzaak aan te wijzen, aldus het CIDI. Het CIDI noemt het verontrustend dat slachtoffers de scheldpartijen vaak niet melden. De mensen die worden uitgescholden en lastiggevallen, denken dat de daders toch niet kunnen worden opgespoord omdat het onbekenden zijn, luidt de verklaring.

Ook in ons land bleek uit diverse berichten uit de media dat er nog steeds sprake is van antisemitisme, waarbij naast verbaal geweld ook fysiek geweld niet geschuwd wordt.

Ik had graag volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:

1) Kan u aangeven hoeveel maal er respectievelijk in 2009, 2010 en 2011 er aangiftes werden gedaan bij de politie voor respectievelijk antisemitisme en racisme? Om welk soort misdrijven gaat het? Hoeveel mensen werden er daarvoor per jaar beboet of kregen een alternatieve straf opgelegd?

2) In Nederland zou er een geringe bereidheid zijn bij de politie om aangiftes van antisemitisme op te nemen. Kan u de situatie in ons land bespreken?

3) Kan u aangeven hoeveel maal iemand werd veroordeeld voor respectievelijk antisemitisme en racisme en kan u het aantal veroordelingen op jaarbasis geven voor de jaren 2009, 2010 en 2011 en kan u eventueel eveneens ingaan op de strafmaat? Kan u die cijfers uitvoerig duiden en aangeven of uw beleid op dat vlak werkt?

4) Welke mogelijkheden ziet u om te bevorderen dat het openbaar ministerie meer prioriteit zal geven aan het vervolgen van antisemitisme, mede vanwege het risico op verjaring?

5) Op welke manier wordt aan slachtoffers van antisemitisme gerapporteerd over eventuele aanhoudingen?

6) Welke concrete activiteiten worden er ondernomen om antisemitisme op het internet, met name op discussiesites, actief op te sporen? Hoeveel rechercheurs houden zich hiermee bezig?

7) Meent u dat er bijkomende stappen moeten worden gezet om het racisme op het internet en het antisemitisme in het bijzonder aan te pakken en te vervolgen?

8) Is er sprake van een bepaalde tendens wat betreft antisemitisme?

Antwoord ontvangen op 1 augustus 2012 :

Deze parlementaire vraag valt niet onder mijn bevoegdheiden, maar onder de bevoegdheiden van mijn collega, de minister van Justitie, aan wie u de vragen tevens gesteld heeft.