Steunpunt Armoedebestrijding - Overheveling naar de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie
armoede
Unia
sociale integratie
Myria
| 4/5/2012 | Verzending vraag |
| 31/7/2012 | Antwoord |
In het regeerakkoord staat "Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) zal een onafhankelijk interfederaal orgaan worden en in dit kader zal het steunpunt armoedebestrijding naar de Programmatorische Overheidsdienst (POD) maatschappelijke integratie overgeheveld worden om de armoedebestrijding te optimaliseren."
Het steunpunt zou van deze beleidskeuze echter helemaal niet op de hoogte zijn, laat staan erbij betrokken zijn. Ook het begeleidingscomité, dat onder andere is samengesteld uit spelers uit het middenveld, bleek totaal niet ingelicht. Er komen vanuit die hoek dan ook heel wat vragen over de doeltreffendheid van deze "transfusie".
Het Steunpunt Armoedebestrijding is immers al een interfederaal orgaan. Het blijft dan ook enigszins duister waarom men dit steunpunt in het kader van de omvorming van het CGKR in een onafhankelijk interfederaal orgaan overhevelt naar een federale administratie. De plausibele redenering zou juist andersom klinken want het steunpunt lijkt, gelet op zijn eigenschappen, beter te passen in het nieuwe interfederale kader dat men voor het CGKR wil creëren.
Met het oog op verduidelijking, volgende vragen:
1) Op basis van welke argumenten is ervoor gekozen dit steunpunt over te hevelen naar de POD Maatschappelijke Integratie (MI)? Hoe valt dit te rijmen met zijn interfederale karakter en met de breed gedragen opvatting dat het zijn opdracht volledig onafhankelijk moet kunnen uitvoeren? Is deze beslissing genomen in overeenstemming met de Gemeenschappen en de Gewesten? Zal het steunpunt na de overheveling op interfederaal niveau blijven opereren? Welke gevolgen heeft deze overheveling voor het samenwerkingsakkoord van 1998?
2) Hoever staat het met de overheveling naar de POD Maatschappelijke Integratie? Wanneer en op welke wijze zal dit gebeuren? Behoudt het steunpunt daarbij dezelfde opdrachten en dezelfde structuur? Zo neen, welke wijzigingen zijn gepland?
3) Hoe verklaart de minister dat het begeleidingscomité hier niet bij betrokken werd? Wat gebeurt er met het begeleidingscomité? Zal men het behouden of zal men het middenveld op andere manieren proberen te betrekken?
4) Op welke wijze zal de minister garanderen dat het steunpunt zijn opdrachten na de overheveling nog kan blijven vervullen? Hoe wil zij garanderen dat het steunpunt onafhankelijke (en kritische) rapporten blijft uitbrengen als het rechtstreeks zal ressorteren onder de bevoegdheid van de minister die het armoedebestrijdingbeleid uittekent? Vreest zij niet dat deze overheveling de relatie met het middenveld zal verstoren en de structurele dialoog zal doorkruisen?
Deze vragen behoren tot de bevoegdheid van mijn Collega, de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding.