Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6193

van Piet De Bruyn (N-VA) d.d. 4 mei 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Transgenders - Klachten rond discriminatie - Follow-up - Specialisatie - Samenwerking

seksuele minderheid
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
genderidentiteit
geslachtsverandering

Chronologie

4/5/2012Verzending vraag
25/7/2012Antwoord

Vraag nr. 5-6193 d.d. 4 mei 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het "Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen" is onder meer bevoegd voor de follow-up van klachten over discriminatie tegen transgenders.

Om de klachten op een correcte manier te kunnen volgen, moet het Instituut voldoende expertise ter beschikking hebben. Omdat nu eenmaal niet iedereen in alles specialist kan zijn, werkt het Instituut bij de uitoefening van zijn taken in een geest van dialoog en medewerking samen met verenigingen, instellingen, organen en diensten die hierbij betrokken zijn.

Tegen deze achtergrond stelde ik de minister graag volgende vragen:

1) Op welke wijze maakt het Instituut kenbaar dat het ook bevoegd is voor de follow-up van klachten betreffende de discriminatie tegen transgenders?

2) Zijn sommige personeelsleden van het Instituut specifiek belast met de follow-up van het thema transgenders? Om hoeveel medewerkers gaat het?

3) Hoeveel klachten van discriminatie tegen transgenders zijn sinds de oprichting van het Instituut ontvangen? Graag een overzicht per kalenderjaar.

4) Kan de minister meedelen welke gevolgen aan de klachten zijn gegeven? Werden er beleidsconclusies of beleidsvoorstellen uit gedistilleerd?

5) In welke mate is er sprake van een structurele betrokkenheid van het middenveld en de belangenorganisaties bij de uitvoering van de taken van het Instituut betreffende transgenders? Om welke verenigingen, organisaties, belangengroepen, gaat het daarbij?

Antwoord ontvangen op 25 juli 2012 :

1. In het kader van zijn juridische missie heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen een studie laten uitvoeren betreffende de discriminatie en de sociale situatie van transgender personen in België. Het omvat een overzicht van de problemen, discriminaties en ongelijkheden waarmee transgender personen te maken krijgen in hun dagdagelijkse bestaan. Het omvat eveneens de beleidsaanbevelingen wat betreft het (federale) beleid ten opzichte van de doelgroep van transgender personen. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in het rapport ‘Leven als transgender in België: de sociale en juridische situatie van transgender personen in kaart gebracht’. Het onderzoeksrapport werd voorgesteld tijdens een internationaal seminarie.

In het kader van het Europees project “ sensibiliseringsprogramma inzake discriminatie en wetgeving ter bestrijding van discriminatie ”, heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, samen met het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding en de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg ( FOD WASO), een reeks van seminaries georganiseerd, verspreid over het hele land en met als doel de uitwisseling van kennis en ervaring op het vlak van bestrijding van discriminatie te bevorderen en de mensen te sensibiliseren. De inspectiediensten, preventieadviseurs, vakbonden, sociaal-juridische actoren, politieagenten en magistraten vormden de voornaamste doelgroep.

Meer specifiek heeft het Instituut ook een workshop geleid tijdens een studiedag gericht op de vorming van politieagenten met betrekking tot de behandeling van klachten van transgenders, op de studiedag "Transfoob geweld en discriminatie van transgenders" op 10 mei 2012 in het provinciehuis te Leuven. Eveneens is er in samenwerking met de Brusselse politie, met de verenigingen voor de rechten van holebi’s en transgenders en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een campagne gelanceerd rond geweld en agressie tegen holebi’s en transgenders, de zogenaamde . campagne hatecrime.be

In kader van de klachtenbehandeling heeft het Instituut haar klachtenformulier aangepast teneinde open te staan voor alle transgenders die zich niet kunnen vinden in de man/vrouw onderverdeling. In de nabije toekomst zal er op de website een pagina gemaakt worden rond transgenders.

2. Zowel de personen belast met het onderzoek als de juristen van het Instituut volgen dit thema trouw op.

3. Hieronder geven wij een overzicht, per kalenderjaar, van het aantal klachten van discriminatie tegen transgenders die het Instituut sedert zijn oprichting ontving.

2005

2

2006

0

2007

8

2008

7

2009

15

2010

16

2011

18

2012 (tot 1/6/2012)

8



4. Met betrekking tot de wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit.

In 2010 heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen aan externe experts een studie gevraagd over de wet betreffende de transseksualiteit. Deze studie betreft een diepgaande analyse van de belangrijkste knelpunten van de wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit (waaronder de strikte medische criteria). Het Instituut bestudeert momenteel de resultaten van deze studie en zal op basis daarvan aanbevelingen formuleren. Ik wijs er evenwel op dat de wet betreffende de transseksualiteit onder de bevoegdheid van de minister van Justitie valt, en niet onder de bevoegdheid van de minister van Gelijke Kansen.

Met betrekking tot de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (of de zogenaamde Genderwet).

Voor de toepassing van de genderwet van 10 mei 2007 wordt een direct onderscheid op grond van geslachtsverandering gelijkgesteld met een direct onderscheid op grond van geslacht (art. 4 §2).

Naar de letter van de wet is dit beginsel enkel toepasbaar op transseksuele personen, dit is op personen die van plan zijn een geslachtsveranderende behandeling te ondergaan, die deze behandeling aan het ondergaan zijn, of die een behandeling hebben ondergaan. Dit betekent dat transgender personen in de ruime betekenis van het woord (naast transseksuelen, ook travesties en transgenderisten, dit is zij die zich als zowel man als vrouw identificeren of als noch man noch vrouw) door de genderwet van 10 mei 2007 niet beschermd zijn tegen discriminatie. In 2011 heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen een studie gevraagd aan externe experts over de integratie van de motieven genderidentiteit en/of genderexpressie in de Belgische federale antidiscriminatiewetgeving. Het Instituut bestudeert momenteel grondig dit advies en zal op basis daarvan een aanbeveling formuleren aan de bevoegde minister.

Met betrekking tot. de zogenaamde haatmisdrijven.

De antidiscriminatiewet voegt in het wetboek van strafrecht een verzwaring van de straf in voor bepaalde misdaden wanneer de beweegreden haat, minachting of vijandigheid is tegenover een persoon op basis van bepaalde beschermde criteria. Geslacht wordt beschouwd als een beschermd criterium. Echter, het strafrecht wordt restrictief geïnterpreteerd, waardoor het criterium geslacht in deze niet kan worden uitgebreid, zoals in de genderwet, tot geslachtsverandering. Daarom zou genderidentiteit expliciet moeten worden toegevoegd aan de lijst van de beschermde criteria. Het Instituut heeft in dit kader een advies gevraagd. Dit valt onder de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie.

Aanbevelingen met betrekking tot de wijziging van voornaam op getuigschriften en op diploma's van onderwijsinstellingen, na geslachtsverandering.

In het kader van het protocol tussen de Federatie Wallonië-Brussel en de Ombudsman van de Federatie heeft het Instituut een advies uitgebracht over de discriminerende gevolgen van de regelgeving en praktijken bij het wijzigen van de naam op titels, diploma’s en andere gecertificeerde documenten door de verschillende onderwijsinstellingen in de Federatie Wallonië-Brussel.

Overige aanbevelingen.

Naast de bovenvermelde aanbevelingen, omvat ten slotte het rapport “Leven als transgender in België: de sociale en juridische situatie van transgender personen in kaart gebracht”, ook andere beleidsaanbevelingen wat betreft het (federale) beleid ten opzichte van de doelgroep van transgender personen.

5. Het Instituut heeft een ad hoc-samenwerking met de verschillende organisaties die de belangen van transgender personen verdedigen, door bijvoorbeeld regelmatig bijeen te komen om de actuele problemen te lokaliseren en gezamenlijke oplossingen te vinden of via de gezamenlijke organisatie van studiedagen. Er is ook een samenwerking  in de context van de klachten van transgenders die deze organisaties ontvangen. De betrokken organisaties zijn momenteel, Cavaria, T-Werkgroep, Genres Pluriels en Maisons Arc-en-ciel.