Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5966

van Richard Miller (MR) d.d. 23 maart 2012

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Het project van een Europees ratingbureau

financiŽle solvabiliteit
eurozone

Chronologie

23/3/2012 Verzending vraag
31/7/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1970

Vraag nr. 5-5966 d.d. 23 maart 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

In een gesprek met La Libre Belgique op 13†februari 2012 verwijst Philippe Maystadt, de gewezen voorzitter van de Europese Investeringsbank, naar het project om een Europees ratingbureau op te richten. De consultancy group bestudeert dat project momenteel en acht het de komende maanden haalbaar.

Momenteel speelt de Europese Centrale Bank slechts een beperkte rol, omdat ze krachtens het Verdrag van Maastricht niet aan staten mag lenen. Als de drie grote ratingbureaus, Standard and Poor's, Moody's en Fitch Ratings, de kredietwaardigheid van verschillende landen van de eurozone verlagen, kijken bepaalde staten tegen rentevoeten aan die het hen moeilijk maken nog leningen aan te gaan. We kunnen alleen maar vaststellen hoeveel strenger die drie ratingbureaus zijn voor de landen van de eurozone dan voor de schuld en het tekort van Japan bijvoorbeeld, en hoe oligopolide hun analyses wel zijn. In het licht van die vaststelling moeten er uiteraard absoluut maatregelen genomen worden. Ik weet dat dit onderwerp zeer breed en complex is en ik zou me willen beperken tot het project van een Europees ratingbureau.

Hebt u kennisgenomen van het project dat door de consultancy group wordt bestudeerd? Welke voor-en nadelen zou de oprichting van zo een ratingbureau opleveren? Hoe kunnen we waarborgen dat het nieuwe ratingbureau, als het er moet komen, niet in hetzelfde bedje ziek wordt als de drie bovengenoemde ratingbureaus? Hoe kunnen met andere woorden ondoorzichtige evaluatiemethodes, belangenconflicten of analysefouten vermeden worden?

Ik hou uiteraard rekening met het antwoord van de minister op mondelinge vraag 5-370 van de heer Laaouej van 19†januari 2012 (Senaat, Handelingen nr.†5-44 van 19†januari 2012, blz.†20). De Commissie heeft zich er inderdaad toe verbonden om de weerslag van kredietwaardigheidsbeoordelingen te beperken en de automatische verrekeningen van een kredietwaardigheidsverlaging in de financiŽle sector af te schaffen. De Europese Commissie heeft zich echter niet uitgesproken over de oprichting van een Europees ratingbureau.

Antwoord ontvangen op 31 juli 2013 :

Zoals op 15 februari 2012 in de Senaat werd verklaard in het antwoord op de mondelinge parlementaire vraag van mevrouw Arena over de oprichting van een Europees ratingbureau, geniet het voorstel om een privaat Europees ratingbureau op te richten momenteel een vrij brede consensus. Dit nieuwe bureau zou het statuut van een onderneming zonder winstgevend doel krijgen en zou opgericht en ontwikkeld worden door de Europese financiële sector. Er zou contractueel bepaald worden dat de leden van het bureau onafhankelijk moeten zijn en dat de regeringen niet mogen worden betrokken bij het opmaken van de ratings. Dit voorstel wordt door België ondersteund en werd ook aangehaald door de consultants van Roland Berger, die in de vraag worden vermeld.  

Het idee om de mededinging in deze sector te verhogen, begint stilaan vorm te krijgen binnen de werkgroep van de Raad van de Europese Unie, welke het voorstel van 15 november 2011 van de Commissie over de ratingbureaus moet onderzoeken. Het idee om een nieuw privaat Europees ratingbureau op te richten hoort daar ook bij. De Commissie en de meeste Lidstaten wijzen een nieuw openbaar bureau daarentegen duidelijk van de hand omwille van de geloofwaardigheid. 

Een nieuw ratingbureau zal hoe dan ook meerdere jaren nodig hebben om de markten ervan te overtuigen dat het in staat is objectieve ratings te geven, die gebaseerd zijn op een nauwkeurige methodiek.  

Daarom worden op Europees vlak ook andere ideeën bestudeerd die de problemen, die ratingbureaus door hun optreden veroorzaken, sneller kunnen oplossen. Het bovenvermelde voorstel van de Europese Commissie, wil met name de afhankelijkheid van de markt ten aanzien van de ratingbureaus verminderen, hun toezicht versterken, belangenconflicten voorkomen en de ondoorzichtigheid van de gebruikte methodes van de ratingbureaus vermijden.  

België zal dus zijn steun verlenen aan een snel onderzoek van deze tekst van de Commissie. Ideaal gezien zou deze tekst een beschikkend gedeelte moeten bevatten waarin de oprichting van een nieuw Europees ratingbureau wordt aangemoedigd.