Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5666

van Piet De Bruyn (N-VA) d.d. 17 februari 2012

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

De zelfdoding op het spoor

zelfmoord
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen

Chronologie

17/2/2012Verzending vraag
19/3/2012Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1812

Vraag nr. 5-5666 d.d. 17 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

BelgiŰ staat nog steeds aan de top van de Europese landen wat het aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen betreft, vooral in vergelijking met de ons omringende landen. Een aanzienlijk aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen heeft plaats op het spoor, jaarlijks een honderdtal. Dit werd onlangs bevestigd door cijfers die Infrabel publiceerde over het aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen voor 2011. Infrabel wijst zelfs op een stijging van het aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen op het spoor. Binnen de NMBS werd, onder andere op aansturen van de overheid, een ambitieus plan opgevat om dat aantal te reduceren. In de beheersovereenkomst met de NMBS-Groep werd gevraagd een Actieplan tegen zelfdodingen op het spoor uit te werken en uit te voeren. Dit plan werd eind 2008 aan de voorganger van de minister bezorgd. Dit plan was ook reeds meermaals onderwerp van bespreking in deze vergadering. Enige onduidelijkheid is er evenwel over de precieze stand van zaken voor wat betreft de uitvoering van de verschillende onderdelen van het plan. Tevens rijst de vraag of het plan niet aan een grondige evaluatie en eventueel aan een bijsturing toe is? Ondanks de geleverde inspanningen en de bereidheid van de NMBS-Groep om hier prioritair werk van te maken, is het aantal zelfdodingen en pogingen immers niet gedaald.

Tegen deze achtergrond stelde ik de minister graag de volgende vragen:

1) Wat is de concrete stand van zaken met betrekking tot het actieplan?

2) Werden alle zogenaamde hotspots ondertussen aangepast?

3) Is er een evaluatie van het huidige actieplan gepland om eventuele aanpassingen te doen? Acht de minister dit wenselijk na het bekend geraken van de nieuwe, onrustwekkende cijfers?

4) Zal de minister de goede traditie van samenwerking met de gekende actoren op het domein van su´cidepreventie voortzetten?

Antwoord ontvangen op 19 maart 2012 :

In toepassing van de bepalingen van artikel 18 van het beheerscontract afgesloten tussen de Staat en Infrabel stelt de infrastructuurbeheerder op basis van de ongevallenstatistieken van de voorbije tien jaar een lijst op met plaatsen waar er zich meer zelfdodingen of pogingen tot zelfdoding voordoen dan elders. Naast deze lijst bestaat er ook een actieplan waarover voorafgaand overleg werd gepleegd met de verschillende betrokkenen. Dit actieplan bevat maatregelen om het aantal zelfdodingen of pogingen tot zelfdoding op deze plaatsen terug te dringen.

Infrabel maakt deze lijst en het bijhorende actieplan over aan de ministers van Overheidsbedrijven en Mobiliteit.

Conform de deontologie met betrekking tot de communicatie rond zelfdodingen worden deze documenten niet openbaar gemaakt. Infrabel spreekt zich ook nooit uit over afzonderlijke gevallen om te vermijden dat er zich hierdoor vergelijkbare feiten zouden voordoen.

De lijst met hoogrisicolocaties of hotspots werd door Infrabel eind 2008 opgesteld. Toen werden vierendertig hotspots gedetecteerd, verspreid over eenentwintig gemeenten. Deze lijst wordt steeds bijgewerkt wanneer er nieuwe jaargegevens ter beschikking zijn. Zo werden begin 2010 acht hoogrisicolocaties toegevoegd, verspreid over vier gemeenten. Begin 2011 werd nog 1 extra hotspot toegevoegd, wat het aantal hotspots op drieenveertig brengt (verspreid over zesentwintig gemeenten).

Daarnaast worden nog enkele locaties met verhoogd risico preventief opgevolgd.

Momenteel gebeurt de uitgebreide analyse van de aanrijdingen van 2011, zodat de lijst spoedig kan geactualiseerd worden.

Er was overleg met alle betrokken en geïnteresseerde lokale autoriteiten en psychiatrische ziekenhuizen. In sommige psychiatrische ziekenhuizen vond reeds een opvolgingsvergadering plaats. Verder werd er een uitgebreid netwerk opgebouwd met experts uit België en Nederland, onder andere het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, Centre de Prévention du Suicide, Werkgroep Verder, KUL,Tele onthaal Infrabel zorgde ook voor input voor, en nam ook deel aan, de Vlaamse “Gezondheidsconferentie Suicidepreventie” van december 2011.

Op negenentwintig locaties van deze locaties werden omheiningen en/of poortjes voorgesteld (voor vier locaties was dit in combinatie met het verwijderen van storende vegetatie). Op tweeëntwintig van de negenentwintig locaties zijn de werken intussen uitgevoerd. Alle andere werken worden uitgevoerd voor juli 2012.

Op een locatie werd enkel storende vegetatie verwijderd.

Op een locatie werden extra camera's toegevoegd.

Op de overige twaalf locaties zijn momenteel geen infrastructurele maatregelen voorzien wegens geen meerwaarde. Voor deze locaties bekeken Infrabel met onder andere de lokale politie of extra toezicht mogelijk is.

In maart 2011 werden affiches van Tele-Onthaal, Télé-Accueil en Telefonhilfe in verschillende stations opgehangen, en dit voor een periode van een jaar.

De communicatiedienst doet al het mogelijk om zo neutraal mogelijk te communiceren over zelfdoding. De dienst volgt ook alle artikels rond de problematiek verder op en geeft feedback waar nodig. Te gedetailleerde artikels kunnen immers leiden tot copy cat- gedrag.

Verder is er een interne werkgroep suïcidepreventie opgericht door Infrabel, alsook een internationaal UIC-project “Reduction of Suicides and Trespasses on RAILway Property” (RESTRAIL), waar Infrabel aan deelneemt.

De doelstellingen voor 2012 zijn de volgende :

Daarnaast zijn er nog enkele voorstellen van nieuwe maatregelen, die verder worden bestudeerd en indien mogelijk worden getest.

Positief nieuws is dat we op de omheinde locaties voorlopig geen dodelijke aanrijdingen meer vaststelden. Ook is er regelmatig overleg met de verschillende externe experts. De officieuze evaluaties die zij van ons project maakten, zijn positief.

Voor een wetenschappelijke evaluatie van het actieplan zijn er zeer goede contacten met de KUL. Aangezien nog niet alle maatregelen uitgevoerd zijn, is het voorlopig echter nog te vroeg om de evaluatie te starten. Er moet bovendien ook een nameting kunnen gebeuren. De wetenschappelijke evaluatie kan bijgevolg ten vroegste aanvangen in 2014.