Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5308

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 18 januari 2012

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Banken - Buitenlandse banken actief in BelgiŽ - Beschermingsfonds voor deposito's en financiŽle instrumenten - Depositobeschermingsregelingen - Communicatie naar klanten

kredietinstelling
bankdeposito
Garantiefonds voor financiŽle diensten
consumentenvoorlichting

Chronologie

18/1/2012Verzending vraag
16/2/2012Antwoord

Vraag nr. 5-5308 d.d. 18 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Verscheidene buitenlandse banken zijn in ons land actief op grote schaal en werven vele spaarders. Nu blijken enkele onder hen niet te zijn geregistreerd bij het Beschermingsfonds voor deposito's en financiŽle instrumenten. Het betreft ondermeer Nederlandse en Duitse banken. Europa heeft weliswaar de bankgarantie vastgelegd op 50 000 euro maar in ons land genieten de spaarders van de banken die bij het hoger vermeld fonds zijn aangesloten een bescherming van 100 000 euro. Wat ik vreemd vind is dat deze banken klanten mogen werven zonder dat zij dienen te vermelden dat zij onder een andere depositobeschermingsregeling vallen, in casu dikwijls de Duitse en de Nederlandse maar mogelijks zijn er nog andere.

Gezien het voorgaande kreeg ik graag een antwoord op volgende vragen:

1) Klopt mijn informatie als zouden verschillende grote buitenlandse spaarbanken niet onder de Beschermingsfonds voor deposito's en financiŽle instrumenten vallen en zo ja, kan u deze oplijsten en aangeven of en zo ja, welke verschillen er zijn tussen de verschillende depositobeschermingsregelingen?

2) Vindt u het niet aangewezen dat desbetreffende banken in hun communicatie naar de spaarder toe dit duidelijk aangeven alsook op hun websites en hun advertenties? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u gedetailleerd toelichten?

Antwoord ontvangen op 16 februari 2012 :

Instellingen opgericht naar Belgisch recht dienen aan te sluiten bij de Belgische beschermingsregeling. De deposito's bij in België gevestigde bijkantoren worden in principe gedekt door het beschermingssysteem van kracht in het land van oorsprong van het bijkantoor. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen bijkantoren van instellingen opgericht naar het recht van een Europese unie (EU)-lidstaat en bijkantoren van instellingen opgericht naar het recht van een niet EU-lidstaat.

Wat deze laatste categorie betreft, is toetreding vereist tot de Belgische beschermingsregeling als de bescherming geboden door het land van oorsprong (niet EU-lidstaat) niet gelijkwaardig is aan de bescherming verleend door het beschermingssysteem van het land van vestiging (in casu België). Dit is thans het geval voor alle in België gevestigde bijkantoren die vallen onder het recht van een niet-EU-lidstaat en die bijgevolg toegetreden zijn tot de Belgische beschermingsregeling.

Wat de bijkantoren betreft van instellingen opgericht naar het recht van een EU-lidstaat, is geen toetreding vereist tot de Belgische beschermingsregeling. Deposito's bij deze bijkantoren vallen immers onder de beschermingsregeling in voege in het land van oorsprong zoals geregeld door de Europese richtlijn inzake depositogarantie. In alle EU-landen geldt vanaf 2011 de verplichting om de deposito's te beschermen tot een maximum van 100 000 euro per begunstigde en per financiële instelling. Een groot aantal landen voerde dit verhoogde dekkingsbedrag vroeger in, waaronder België dat het beschermingsniveau van 100 000 euro reeds in oktober 2008 aannam.

De richtlijn stelt verder dat de betrokken instellingen hun bestaande en potentiële cliënten inlichten over het bestaan van de beschermingsregeling, maar verbiedt tegelijkertijd dat deze informatie gebruikt wordt voor publiciteitsdoeleinden.

Een koninklijk besluit van 25 mei 1999 stelt dat de kredietinstellingen naar Belgisch recht en de in België gevestigde bijkantoren naar buitenlands recht waarvan de tegoeden zijn gedekt door de beschermingsregeling, aan de cliënten schriftelijk informatie moeten worden verstrekkent over :

  1. de beschermingsregeling,

  2. het bedrag van de geboden dekking,

  3. de gedekte deposito's.

Voor de bijkantoren van instellingen naar EU-recht geldt de wetgeving zoals ze in de betrokken Staat werd uitgevaardigd op grond van de richtlijn.

De Nationale Bank van Belgïe publiceert de lijst van de kredietinstellingen die onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorteren en een in België geregistreerd bijkantoor hebben zie : (http://www.nbb.be/pub/cp/domains/ki/li/k2_li.htm?l=nl). Hierop staan een 50-tal kredietinstellingen met bijkantoor in België verspreid over acht lidstaten. Indien deze instellingen deposito's aanhouden die voor bescherming in aanmerking komen, worden deze deposito's beschermd door de regeling van kracht in het betrokken land. Door de gelijkschakeling van het dekkingsbedrag op 100 000 euro is de belangrijkste oorzaak van verschil tussen deze regelingen verdwenen. Het komt de kredietinstelling toe haar cliënten hierover in te lichten.

Op dit ogenblik worden dus de regels gevolgd van de Richtlijn die een beperkte informatie voorschrijft van de cliënten. Er is thans een herziening aan de gang van de Europese richtlijn, waarbij bijzondere aandacht wordt gegeven aan de verbetering van de voorlichting van de deposanten. Deze herziening zal nog dit jaar aanleiding geven tot een nieuwe Richtlijn. Op dat ogenblik zal nagezien worden welke nieuwe maatregelen zich opdringen.