Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5054

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Mensenhandel - Mensensmokkel - Vervolging

mensenhandel
officiŽle statistiek

Chronologie

28/12/2011Verzending vraag
12/3/2012Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3495

Vraag nr. 5-5054 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Belgische parketten hebben in 2008 2 895 nieuwe dossiers inzake mensenhandel en -smokkel geopend. Jammer genoeg bleek in 2009 dat niet minder dan 1 857 van die dossiers zonder gevolg werden geklasseerd. In 312 dossiers had het parket in 2009 de verdachten kunnen voordragen bij de correctionele rechtbank wat leidde tot 687 veroordelingen, aldus cijfers van het college van de procureurs-generaal.

Ik had hieromtrent dan ook graag volgende schriftelijke vragen voorgelegd aan de bevoegde minister:

1) Kan de geachte minister van Justitie aangeven hoeveel nieuwe dossiers voor mensenhandel en -smokkel werden geopend in respectievelijk 2009 en 2010? Is er sprake van een tendens en zet deze zich ook door in 2011? Kan u dit uitvoerig toelichten?

2) Kan hij toelichten hoeveel van de nieuwe dossiers in respectievelijk 2009 en 2010 er respectievelijk werden geklasseerd zonder gevolg? Kan hij deze cijfers duiden?

3) Kan de geachte minister aangeven bij hoeveel van deze nieuwe dossiers voor mensenhandel en -smokkel in respectievelijk 2009 en 2010 deze voor de correctionele rechtbank konden worden gebracht alsook in hoeveel van deze dossiers voor respectievelijk 2009 en 2010 er daadwerkelijk daders werden veroordeeld? Kan hij deze cijfers toelichten?

Antwoord ontvangen op 12 maart 2012 :

1. Voorafgaande opmerkingen - afbakening van het gevoerde onderzoek

De statistisch analisten van het openbaar ministerie zijn erin geslaagd uit de informatie opgeslagen in de gegevensbank van het College van procureurs-generaal informatie te extraheren met betrekking tot het aantal zaken betreffende mensenhandel en mensensmokkel.

Teneinde een vergelijkende studie ten opzichte van het jaar 2008 mogelijk te maken, werden gegevens van de jaren 2008, 2009 en 2010 geëxtraheerd. De analisten geven geen informatie voor het jaar 2011 aangezien de laatste gegevensextractie, die dateert van juli 2011, niet de mogelijkheid biedt een volledig beeld voor dat jaar te schetsen.

Om de gestelde vraag te beantwoorden, beschikt de gegevensbank van het College van procureurs-generaal over specifieke tenlasteleggingscodes die het mogelijk maken de zaken betreffende mensenhandel en mensensmokkel die in de loop van de jaren 2008, 2009 en 2010 bij de correctionele parketten zijn ingeleid, te groeperen. De statistisch analisten zijn ook erin geslaagd informatie te extraheren over de voortgangsstaat van deze zaken, tot 10 juli 2011.

Ten slotte werd bijzondere aandacht besteed aan de redenen voor sepot, alsook aan de veroordelingen ter zake uitgesproken door de correctionele rechtbanken.

Alvorens de geëxtraheerde kwantitatieve gegevens van de statistisch analisten van het openbaar ministerie te onderzoeken, is het echter nuttig de volgende opmerkingen te formuleren om het onderzoeksveld af te bakenen:

1. De cijfers in onderstaande tabellen zijn geëxtraheerd uit de gegevensbank van het College van procureurs-generaal, waarin de registraties van de correctionele afdelingen van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg worden ingevoerd (REA/TPI-systeem). Onderstaande gegevens komen overeen met de staat van de gegevensbank op 10 juli 2011.

2. Van de 28 'eersterangsparketten' in ons land (27 parketten van eerste aanleg + het federaal parket) zijn er 27 die de correctionele zaken invoeren in het REA/TPI-computersysteem. Enkel het parket te Eupen registreert zijn dossiers niet in het computersysteem omdat er geen Duitstalige versie bestaat.

3. De gegevens die gebruikt zijn om op deze vraag te kunnen antwoorden, hebben enkel betrekking op misdrijven gepleegd door meerderjarige personen. De procedures aangespannen tegen minderjarigen worden behandeld door de jeugdsecties van de parketten, waarvoor de statistisch analisten nog niet over bruikbare gegevens beschikken.

4. Het computersysteem biedt de mogelijkheid een voornaamste tenlastelegging en secundaire tenlasteleggingen te registreren. De in de tabellen opgenomen zaken betreffen de misdrijven vastgesteld op grond van de volgende voornaamste of secundaire tenlasteleggingscodes:

Wanneer diverse tenlasteleggingscodes in het kader van eenzelfde zaak zijn geregistreerd, wordt enkel de belangrijkste code in overweging genomen.

De aandacht moet worden gevestigd op het gegeven dat artikel 77 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen als dusdanig niet is opgenomen in de lijst van de tenlasteleggingscodes geregistreerd in het computersysteem van de correctionele parketten. Artikel 77 is immers onrechtstreeks opgenomen via de code '55A Wet op de vreemdelingen, onwettig verblijf'. Er bestaat echter geen specifieke code voor dit artikel.

De code 55H Schijnhuwelijk (art. 79bis, wet op de vreemdelingen) is niet opgenomen in deze studie aangezien het niet mogelijk is om een schijnhuwelijk gekoppeld aan zaak betreffende mensenhandel of mensensmokkel van andere schijnhuwelijken te onderscheiden.

5. De door de statistisch analisten van het college van procureurs-generaal ingewonnen gegevens worden hieronder door middel van vijf tabellen weergegeven:

Hoewel de eerste vier tabellen de strafzaak als rekeneenheid gebruiken, geeft de vijfde tabel het aantal beklaagden weer waarvoor de correctionele rechtbank een vonnis heeft gewezen.

2. Verzamelde gegevens en desbetreffende context

Tabel 1: Aantal zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die bij de correctionele rechtbank in de loop van de jaren 2008 tot 2010 zijn ingeleid.

Gegevens per tenlasteleggingscode, volgens het jaar van instroom van de zaak bij het parket(a en % in kolom).

 

2008

2009

2010

TOTAAL

a

%

a

%

a

%

a

%

29E – Mensenhandel – uitbuiting van de bedelarij (art. 433quinquies, § 1, 2°)

12

0,41

10

0,26

5

0,17

27

0,28

37L – Mensenhandel – seksuele uitbuiting (art. 433quinquies, § 1, 1°)

129

4,42

180

4,74

175

5,87

484

4,99

55A – Wet op de vreemdelingen, onwettig verblijf

1 941

66,47

2 923

76,94

2 168

72,78

7 032

72,51

55C – Huisjesmelkerij (art. 433decies, 433undecies, 433duodecies)

121

4,14

105

2,76

126

4,23

352

3,63

55D – Mensenhandel – uitbuiting door arbeid (art. 433quinquies, § 1, 3)

203

6,95

167

4,40

134

4,50

504

5,20

55E – Mensenhandel – illegaal wegnemen van organen (art. 433quinquies, § 1, 4°)

.

.

1

0,03

1

0,03

2

0,02

55F – Mensenhandel – het opleggen inbreuken te plegen (art. 433quinquies, § 1, 5°)

31

1,06

20

0,53

20

0,67

71

0,73

55G – Mensensmokkel (art. 77bis, art. 77ter, art. 77quater, art. 77quinquies, wet van 15 december 1980)

483

16,54

393

10,34

350

11,75

1 226

12,64

TOTAAL

2 920

100,00

3 799

100,00

2 979

100,00

9 698

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal – Statistisch analisten.

De eerste tabel geeft het aantal zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel weer die tijdens de jaren 2008, 2009 en 2010 bij de Belgische correctionele rechtbanken zijn ingeleid.

De gegevens zijn uitgesplitst per tenlasteleggingscode, volgens het jaar van instroom van de zaak bij het parket.

De zaken die geregistreerd zijn onder de tenlasteleggingscode "55A – Wet op de vreemdelingen, onwettig verblijf" maken duidelijk de grootste categorie uit. Daarna volgen de zaken betreffende mensensmokkel.

Tabel 2: Voortgangsstaat (vastgesteld op 10 juli 2011) van de zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die in de loop van de jaren 2008 tot 2010 bij de correctionele parketten zijn ingeleid.

Gegevens per voortgangsstaat, volgens het jaar van instroom van de zaak bij het parket (a en % in kolom).

 

2008

2009

2010

TOTAAL

a

%

N

%

a

%

a

%

Opsporingsonderzoek

53

1,82

108

2,84

276

9,26

437

4,51

Sepot

2 045

70,03

2 643

69,57

1 892

63,51

6 580

67,85

Terbeschikkingstelling

253

8,66

216

5,69

205

6,88

674

6,95

Minnelijke schikking

9

0,31

9

0,24

11

0,37

29

0,30

Gerechtelijk onderzoek

37

1,27

43

1,13

96

3,22

176

1,81

Raadkamer

91

3,12

77

2,03

42

1,41

210

2,17

Dagvaarding en vervolg

431

14,76

701

18,45

455

15,27

1.587

16,36

Onbekend/error

1

0,03

2

0,05

2

0,07

5

0,05

TOTAAL

2 920

100,00

3 799

100,00

2 979

100,00

9 698

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal – Statistisch analisten.

De tweede tabel geeft de verschillende voortgangsstaten weer van de zaken die tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010 zijn ingestroomd bij de correctionele parketten.

Bij samengevoegde dossiers werd de voortgangsstaat onderzocht van het dossier waaraan de zaak werd gevoegd (de moederzaak).

Voor een betere interpretatie van de tabel moet worden onderstreept dat deze gegevens overstemmen met de staat van de gegevensbank op 10 juli 2011. Het is dus mogelijk dat uiteindelijk andere oriëntaties aan deze zaken werden gegeven. Bovendien moet rekening worden gehouden met de ouderdom van het weergegeven cohort. Een zaak die in 2010 in REA/TPI-computersysteem geregistreerd werd, is vaak te jong om in het stadium van dagvaarding te geraken. De hierboven beschreven situatie is dus een tijdsgebonden beeld van de voortgangsstaten van zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel.

In het licht van de extractiedatum (10 juli 2011) stemmen de vermelde kwantitatieve gegevens immers overeen met dossiers die tussen zes en dertig maanden oud zijn. Daarom moeten bepaalde dossiers dan ook nog evolueren naar een andere voortgangsstaat. Dat impliceert dat er verschillende verhoudingen worden vastgesteld naargelang het bestudeerde cohort. Het is bijvoorbeeld logisch om verhoudingsgewijs een groter aantal zaken in opsporingsonderzoek aan te treffen bij de dossiers van het cohort 2010 dan bij die van 2008. Omgekeerd zal een groter aantal dagvaardingen worden aangetroffen bij de oudste zaken.

Wanneer we de cijfers bekijken die tijdens de persconferentie van oktober 2009 werden meegedeeld, kunnen we reeds een evolutie van de voortgangsstaten vaststellen. Op 10 juli 2009 was er namelijk sprake van 69 “dagvaardingen en vervolg” voor de zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die in de loop van het jaar 2008 werden ingeleid. Vandaag behoren 431 zaken van 2008 tot de categorie “dagvaardingen en vervolg”. Deze cijfers bevestigen dus de evolutie van de voortgangsstaten in de tijd.

In de tweede tabel worden de volgende voortgangsstaten opgemerkt:

Opsporingsonderzoek

Deze categorie omvat alle zaken die op 10 juli 2011 nog in het stadium van het opsporingsonderzoek verkeerden.

Sepot

Het sepot is de voorlopige beslissing af te zien van vervolging en maakt een einde aan het opsporingsonderzoek. De beslissing tot sepot is altijd voorlopig. Zolang de strafvordering niet is vervallen, kan de zaak opnieuw worden geopend.

Terbeschikkingstelling

Deze rubriek bevat de zaken die op 10 juli 2011 ter beschikking zijn verzonden. Zolang de zaken niet worden teruggestuurd naar het parket-verzender, blijven zij in deze voortgangsstaat bij het parket van oorsprong. Voor dit parket kunnen zij dus als afgesloten worden beschouwd. Deze zaken worden bij het doelparket onder een ander nummer opnieuw worden geopend.

Minnelijke schikking

Deze categorie bevat de zaken waarvoor een minnelijke schikking is voorgesteld en waarin op een eindbeslissing wordt gewacht (daaronder begrepen de gedeeltelijk betaalde minnelijke schikkingen), de zaken die zijn afgesloten door de betaling van de minnelijke schikking en waarvoor de strafvordering is vervallen en ten slotte de zaken waarvoor de minnelijke schikking is geweigerd, maar die sindsdien nog niet naar een nieuwe voortgangsstaat zijn geëvolueerd.

Gerechtelijk onderzoek

De rubriek onderzoek bevat de zaken ter zake waarvan een gerechtelijk onderzoek is ingesteld en waarvoor de raadkamer nog geen rechtsdag heeft bepaald met het oog op de regeling van de rechtspleging.

Raadkamer

De rubriek raadkamer bevat de zaken vanaf de fase van de regeling van de rechtspleging tot op het tijdstip waarop eventueel een rechtsdag voor de correctionele rechtbank wordt bepaald. De zaken waarin is afgezien van vervolging behouden deze stand van zaken.

Dagvaarding en vervolg

De rubriek dagvaarding en vervolg bevat de zaken waarin er sprake is van een dagvaarding of een beslissing na de dagvaarding. Het betreft zaken waarvoor er een dagvaarding is, een rechtsdag voor de correctionele rechtbank bepaald is, een vonnis, verzet, hoger beroep, enz. is.

Tabel 3: Voortgangsstaat vastgesteld op 10 juli 2011 van de zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die in de loop van de jaren 2008 tot 2010 bij de correctionele parketten zijn ingeleid.

Gegevens per voortgangsstaat, volgens geregistreerde tenlasteleggingscode (a en % per lijn).

 

Opsporingsonderzoek

Sepot

Terbeschikkingstelling

Minnelijke schikking

Gerechtelijk onderzoek

Raadkamer

Dagvaarding

 en vervolg

Niet bekend/

fout

TOTAAL

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

29E – Mensenhandel – uitbuiting van de bedelarij (art. 433quinquies, § 1, 2°)

1

3,70

18

66,67

6

22,22

.

.

1

3,70

1

3,70

.

.

.

.

27

100,00

37L – Mensenhandel – seksuele uitbuiting (art. 433quinquies, § 1, 1°)

65

13,43

220

45,45

55

11,36

1

0,21

49

10,12

35

7,23

59

12,19

.

.

484

100,00

55A – Wet op de vreemdelingen, onwettig verblijf

199

2,83

5 038

71,64

366

5,20

3

0,04

48

0,68

132

1,88

1 241

17,65

5

0,07

7 032

100,00

55C – Huisjesmelkerij (art. 433decies, 433undecies, 433duodecies)

63

17,90

147

41,76

9

2,56

25

7,10

16

4,55

5

1,42

87

24,72

.

.

352

100,00

55D – Mensenhandel – uitbuiting door arbeid (art. 433quinquies, § 1, 3)

48

9,52

194

38,49

158

31,35

.

.

33

6,55

13

2,58

58

11,51

.

.

504

100,00

55E – Mensenhandel – illegaal wegnemen van organen (art. 433quinquies, § 1, 4°)

.

.

1

50,00

.

.

.

.

.

.

.

.

1

50,00

.

.

2

100,00

55F – Mensenhandel – het opleggen inbreuken te plegen (art. 433quinquies, § 1, 5°)

11

15,49

28

39,44

13

18,31

.

.

7

9,86

4

5,63

8

11,27

.

.

71

100,00

55G – Mensensmokkel (art. 77bis, art. 77ter, art. 77quater, art. 77quinquies, wet van 15 december 1980)

50

4,08

934

76,18

67

5,46

.

.

22

1,79

20

1,63

133

10,85

.

.

1 226

100,00

TOTAAL

437

4,51

6 580

67,85

674

6,95

29

0,30

176

1,81

210

2,17

1 587

16,36

5

0,05

9 698

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal – Statistisch analisten

De tweede en derde tabel geven dezelfde gegevens weer, maar in de derde tabel worden de cijfers volgens hun tenlasteleggingscode uitgesplitst.

Zoals wij kunnen vaststellen, wordt een groot aantal zaken betreffende onwettig verblijf geseponeerd. Inbreuken inzake onwettig verblijf zijn echter slechts zelden feiten van mensenhandel. De meerderheid van de vastgestelde inbreuken betreft illegalen die niet naar België zijn gekomen in het kader van het verschijnsel mensensmokkel.

Het aan het openbaar ministerie ter beschikking gestelde computersysteem biedt echter niet de mogelijkheid om

een onderscheid te maken tussen de feiten van onwettig verblijf in verband met het verschijnsel mensenhandel enerzijds en feiten van onwettig verblijf zonder verband met het verschijnsel mensenhandel anderzijds.

Het is wetenschappelijk niet correct om uit de meegedeelde cijfers af te leiden dat 67 % van dossiers werden geseponeerd aangezien dat percentage ook van toepassing is op inbreuken die niet onder het toepassingsgebied van de mensenhandel als dusdanig vallen.

Tabel 4: Aantal zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010 bij de correctionele parketten werden ingeleid en geseponeerd op 10 juli 2011.

Gegevens volgens reden voor sepot en per jaar van instroom van de zaak bij het parket (a en % in kolom).

 

2008

2009

2010

TOTAAL

a

%

a

%

a

%

a

%

Opportuniteit

(1) beperkte maatschappelijke weerslag

68

3,33

168

6,36

116

6,13

352

5,35

(2) toestand geregulariseerd

30

1,47

37

1,40

23

1,22

90

1,37

(3) misdrijf van relationele aard

.

.

1

0,04

1

0,05

2

0,03

(4) schade gering

4

0,20

2

0,08

4

0,21

10

0,15

(5) redelijke termijn overschreden

7

0,34

9

0,34

1

0,05

17

0,26

(6) afwezigheid van voorgaanden

81

3,96

157

5,94

159

8,40

397

6,03

(7) toevallige feiten – specifieke omstandigheden

7

0,34

4

0,15

8

0,42

19

0,29

(8) wanverhouding gevolgen – maatschappelijke verstoring

30

1,47

50

1,89

50

2,64

130

1,98

(9) houding van het slachtoffer

.

.

1

0,04

.

.

1

0,02

(10) vergoeding van het slachtoffer

.

.

2

0,08

2

0,11

4

0,06

(11) te weinig recherchecapaciteit

23

1,12

16

0,61

14

0,74

53

0,81

(12) andere prioriteiten

1 383

67,63

1 800

68,10

1 145

60,52

4 328

65,78

Totaal rubriek

1 633

79,85

2 247

85,02

1 523

80,50

5 403

82,11

Techniek

(13) geen misdrijf

107

5,23

85

3,22

104

5,50

296

4,50

(14) onvoldoende bewijzen

200

9,78

193

7,30

171

9,04

564

8,57

(15) verjaring

1

0,05

.

.

.

.

1

0,02

(16) overlijden van de dader

3

0,15

1

0,04

2

0,11

6

0,09

(17) onbevoegdheid

9

0,44

9

0,34

8

0,42

26

0,40

(18) kracht van gewijsde

15

0,73

28

1,06

23

1,22

66

1,00

(19) strafuitsluitende verschoningsgrond

.

.

.

.

2

0,11

2

0,03

(20) dader onbekend

61

2,98

67

2,53

39

2,06

167

2,54

Totaal rubriek

396

19,36

383

14,49

349

18,45

1 128

17,14

Andere

(21) administratieve geldboete

.

.

1

0,04

1

0,05

2

0,03

(22) pretoriaanse probatie

8

0,39

7

0,26

9

0,48

24

0,36

(23) seining van de dader

8

0,39

5

0,19

10

0,53

23

0,35

Totaal rubriek

16

0,78

13

0,49

20

1,06

49

0,74

TOTAAL

2 045

100,00

2 643

100,00

1 892

100,00

6 580

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal – Statistisch analisten

 De vierde tabel geeft details weer over de redenen voor sepot van zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel die in de loop van de jaren 2008 tot 2010 bij de correctionele parketten zijn ingeleid en die op 10 juli 2011 waren geseponeerd.

Het sepot is de voorlopige beslissing af te zien van vervolging en maakt een einde aan het opsporingsonderzoek. Zolang de strafvordering niet is vervallen, kan de zaak opnieuw worden geopend.

De parketten beschikken over een verfijnde categorisering van de redenen voor sepot die als gevolg van de Franchimont-hervorming is geformaliseerd en geüniformeerd.

Tabel 5: Aantal beklaagden betrokken bij zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel en waarvoor de correctionele rechtbank een vonnis heeft gewezen in de loop van de jaren 2008, 2009 en 2010.

Gegevens per jaar, volgens het gewezen vonnis (a en % in kolom).

 

2008

2009

2010

TOTAAL

a

%

a

%

a

%

a

%

Veroordeling

Veroordeling

418

58,63

410

56,09

495

62,50

1 323

59,17

Veroordeling met uitstel

227

31,84

206

28,18

213

26,89

646

28,89

Veroordeling met probatie-uitstel

1

0,14

3

0,41

2

0,25

6

0,27

Gewone opschorting

20

2,81

33

4,51

29

3,66

82

3,67

Probatieopschorting

.

.

1

0,14

.

.

1

0,04

Internering

.

.

1

0,14

1

0,13

2

0,09

Totaal rubriek

666

93,42

654

89,47

740

93,43

2 060

92,13

Vrijspraak

Vrijspraak

46

6,45

60

8,21

37

4,67

143

6,40

Totaal rubriek

46

6,45

60

8,21

37

4,67

143

6,40

Andere

Vervallen strafvordering

.

.

9

1,23

2

0,25

11

0,49

Vrijspraak zonder kosten

.

.

.

.

2

0,25

2

0,09

Opslorping

1

0,14

5

0,68

1

0,13

7

0,31

Onontvankelijkheid/onbevoegdheid

.

.

1

0,14

4

0,51

5

0,22

Varia

.

.

2

0,27

6

0,76

8

0,36

Totaal rubriek

1

0,14

17

2,32

15

1,89

33

1,48

TOTAAL

713

100,00

731

100,00

792

100,00

2 236

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal – Statistisch analisten.

De vijfde tabel betreft het aantal beklaagden betrokken bij zaken betreffende mensenhandel en/of mensensmokkel en waarvoor de correctionele rechtbank een vonnis heeft gewezen in de loop van de jaren 2008, 2009 en 2010.

De rekeneenheid is de beklaagde betrokken bij een zaak waarover in de loop van de jaren 2008, 2009 of 2010 uitspraak werd gedaan, ongeacht het jaar van instroom van de zaak bij het parket.

Voor 92 % van de beklaagden die terecht staan in het kader van een zaak betreffende mensenhandel en mensensmokkel werden de inbreuken als gegrond beschouwd door de verschillende feitenrechters en zijn de beklaagden veroordeeld of geïnterneerd.