Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3924

van Piet De Bruyn (N-VA) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

BelgiŽ - Zelfdodingcijfers - Bronnen - Berekenwijze

zelfmoord
officiŽle statistiek
Algemene Nationale Gegevensbank (Politie)

Chronologie

23/12/2011Verzending vraag
6/3/2012Antwoord

Vraag nr. 5-3924 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In antwoord op vraag nr. 141 van de heer volksvertegenwoordiger Peter Logghe van 16 november 2010 gaf de minister van binnenlandse zaken een overzicht van het aantal overlijdens dat als zelfdoding geregistreerd staat.

Via een vraag om uitleg (5 - 446) probeerde ik meer duidelijkheid te krijgen over deze cijfers. Het antwoord dat minister Onkelinx verstrekte, zorgde evenwel absoluut niet voor de gevraagde verduidelijking. Integendeel. De minister deelde bovendien mee dat ze zich niet kon uitspreken over de cijfers die door de minister van binnenlandse zaken werden meegedeeld.

De cijfers die de minister in haar antwoord geeft voor het Vlaams Gewest, verschillen bijzonder sterk van de cijfers die op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid zijn te vinden. Voor 2008 spreekt de minister in haar antwoord over 2.531 overlijdens in Vlaanderen door suÔcide en het Agentschap over 1027. Het gaat hier dus niet om een klein verschil dat het gevolg zou kunnen zijn van een andere berekenwijze, maar om een verschil dat werkelijk niet te verklaren lijkt. De cijfers kunnen onmogelijk allebei juist zijn.

De cijfers die de minister geeft, verschillen ook zeer sterk van het cijfer dat doorgaans door specialisten uit zowel de academische wereld (Eenheid Zelfmoordonderzoek UGent, LUCAS) als uit de sector van de preventie van zelfdoding wordt gehanteerd (Centrum ter Preventie van Zelfdoding, Centre de Prevention du Suicide, Werkgroep Verder, Ö) en dat voor BelgiŽ uitgaat van gemiddeld 7 suÔcides per dag. Indien de cijfers van de minister correct zijn, dan zou dit betekenen dat er in BelgiŽ dagelijks meer dan dubbel zoveel mensen overlijden door suÔcide! Opnieuw lijkt het alsof niet beide cijfers tegelijk correct kunnen zijn.

Tegen deze achtergrond stelde ik de geachte minister graag de volgende vragen:

1) Heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken haar Vlaamse collega voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin gecontacteerd om meer duidelijkheid te verkrijgen en/of te verschaffen over de betwiste cijfers? Zoja, tot welke conclusie(s) zijn de bevoegde ministers gekomen?

2) Klopt het dat de cijfers die de geachte minister meedeelde uit de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) komen? Kan er meer uitleg gegeven worden over de gebruikte registratiemethode die aan de grondslag van de door haar verstrekte cijfers liggen? Indien de cijfers niet uit de ANG zouden komen, uit welke databank komen ze dan?

3) Indien zou blijken dat de meegedeelde cijfers niet (volledig) correct zijn, welke stappen zal de geachte minister dan zetten om er voor te zorgen dat een dergelijke fout in de toekomst wordt vermeden?

Antwoord ontvangen op 6 maart 2012 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Ik kan u bevestigen dat de gegevens die werden overgemaakt naar aanleiding van de parlementaire vraag van de heer. Peter Logghe (nr. 141 van 16 november 2010) afkomstig zijn uit de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG).

Voor feiten die om een of andere reden niet in de ANG zitten, worden aanvullingen gebruikt uit twee andere databanken, met name de statistische PCS-databank en het ISLP-archief, dat gegevens bevat uit de vattingsapplicaties die werkzaam waren voor de invoer van ISLP. De aanvullingen uit de hiervoor benoemde databanken zijn vooral van belang voor de oudere jaren.

Het basisgegeven voor de opmaak van de geregistreerde Politiële Criminaliteitsstatistieken (PCS) is steeds het aanvankelijke proces-verbaal dat door de politiediensten van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, werd opgesteld, ongeacht of het gaat om een voltooid misdrijf of een poging. Wanneer een dergelijk proces-verbaal meerdere feiten bevat, dan worden al die feiten gebruikt voor de opmaak van de PCS.

In onderstaande tabel wordt tenslotte een overzicht gegeven van de meest recente gegevens inzake zelfdoding. De gegevens worden gegeven per Gewest, met inbegrip van het onderscheid tussen “pogingen” en “voltooide feiten” (Bron: PCS – Afsluiting 21 oktober 2011).

Zelfdoding

 

 

 

 

 

 

 

 

2008

2009

2010

 

2011

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Voltooide feiten..

622

578

516

 

215

 

Pogging

42

37

37

 

15

 

Subtotaal

664

615

553

 

230

 

 

 

 

 

 

 

Onbekend

Voltooide feiten

67

13

 

 

 

 

Pogging.

 

 

2

 

 

 

Subtotaal

67

13

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlaams Gewest

Voltooide feiten.

2.375

2.562

2.502

 

1.248

 

Pogging.

156

149

182

 

89

 

Subtotaal

2.531

2.711

2.684

 

1.337

 

 

 

 

 

 

 

Waals Gewest

Voltooide feiten.

2.243

2.312

2.418

 

1.236

 

Pogging.

101

86

101

 

44

 

Subtotaal

2.344

2.398

2.519

 

1.280

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

5.606

5.737

5.758

 

2.847