Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2659

van Helga Stevens (N-VA) d.d. 1 juli 2011

aan de minister van Justitie

De mogelijkheid om een schadevergoeding te eisen van op heterdaad betrapte winkeldieven

diefstal
detailhandel
administratieve sanctie
strafprocedure

Chronologie

1/7/2011 Verzending vraag
14/9/2011 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-750

Vraag nr. 5-2659 d.d. 1 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Nederland betalen betrapte winkeldieven vanaf 30 maart 2011 een schadevergoeding aan gedupeerde winkeliers. Dankzij die nieuwe maatregel - gekend als 'Afrekenen met winkeldieven' - kan in Nederland voortaan van iedere aangehouden winkeldief, los van het strafrechtelijk traject, ook een schadevergoeding van 151 euro geŽist worden.

Dit initiatief komt er op verzoek en met een budget van het ministerie van Veiligheid en Justitie en in samenwerking met het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, HBD. Het nieuwe systeem staat de winkelier toe om via registratie op www.afrekenenmetwinkeldieven.nl de schade gemakkelijker op de winkeldief te verhalen.

UNIZO blijkt zeer enthousiast te zijn over dit systeem en dringt er al langer op aan ook in BelgiŽ dergelijke "administratieve boete" in te voeren. Dat zou gedupeerde winkeliers zelf meer wettelijke mogelijkheden geven om winkeldieven af te schrikken. Volgens UNIZO zou een proefproject en een duidelijk kader waarbinnen de winkeliers zelf - mits tussenkomst van de politie - diefstallen kunnen afhandelen, ook bij ons snel opgezet moeten worden.

Mijn vragen aan de minister:

Wat vindt u van het voorstel van UNIZO om naar Nederlands voorbeeld dergelijk proefproject op te starten? Heeft u hierover van gedachten gewisseld met UNIZO en NSZ? Wat zou de budgettaire implicatie zijn van zo'n proefproject? Plant u hierover ook eventueel overleg met de minister van Economie?

Antwoord ontvangen op 14 september 2011 :

Winkeldiefstallen zijn uiteraard zeer schadelijk voor ons economisch bestel en kunnen grote impact hebben op de leefbaarheid van onze ondernemingen, in het bijzonder ook de kleine en middelgrote ondernemingen. Ik deel dan ook de mening van vakorganisaties als UNIZO dat er efficiënt tegen moet worden opgetreden.

Daartoe moet in de eerste plaats optimaal en maximaal beroep worden gedaan op de bestaande wettelijke mogelijkheden.

Het Nederlandse voorbeeld is gebaseerd op het principe dat een winkeldiefstal, net als naar Belgisch recht, naast een strafbaar feit ook een onrechtmatige daad uitmaakt.

Het slachtoffer vordert er na tussenkomst van de politie, via het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD), dat als een soort privaat invorderingsbureau optreedt, een forfaitaire schadevergoeding van de op heterdaad betrapte dief voor de geleden schade. Deze werd bepaald op 151 euro, te vermeerderen met kosten van directe schade die bijvoorbeeld is ontstaan door het verwijderen van de beveiligingslabels of het vernielen van de verpakkingen. Het HBD zorgt voor de inning van dit bedrag en maakt desnoods gebruik van de tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder.

Deze vordering staat echter los van de strafrechtelijke vervolging van justitie die gewoon verder gaat.

Het is in feite een louter private aangelegenheid naar burgerlijk recht, want indien de dader weigert het schadeverhaalformulier te ondertekenen en/of de vergoeding te betalen, zal het slachtoffer evenzeer (via tussenkomst van het HBD) een burgerlijke vordering moeten instellen. Er is met name geen uitvoerbare titel waarmee de vergoeding onmiddellijk kan worden geïnd.

Uit informatie ingewonnen bij het HBD en het Nederlandse ministerie van Veiligheid en Justitie blijken er verder ook geen formele afspraken te bestaan tussen het HBD en justitie. De tussenkomst van de overheid zou zich naar verluidt beperken tot het informeren van de korpschefs van de lokale politie van het bestaan van dit initiatief.

Ook in België is een dergelijk privaat initiatief denkbaar, maar bestaat momenteel nog niet.

Evenwel bestaan er mijn inziens ook binnen ons rechtssysteem voldoende andere middelen om winkeldieven efficiënt aan te pakken.

Ik verwijs hier vooral naar de mogelijkheden van afhandeling bij snelrecht of de minnelijke schikking. Daarenboven wordt in bepaalde steden op heden ook de mogelijkheid onderzocht van een administratieve afhandeling in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.

Het is belangrijk dat deze inbreuken een passend antwoord krijgen vanwege politie en justitie om straffeloosheid of het gevoel van straffeloosheid tegen te gaan.

Gelet op het feit dat (kleinere) winkeldiefstallen gericht zijn op het wederrechtelijk verkrijgen van vermogensvoordelen, lijkt het gepast deze inbreuken vooral met een pecuniaire straf te bestraffen.

Ons strafrechtelijk beleid is daar momenteel al op gericht: de winkeldiefstallen staan in de top 10 van de inbreuken die het meeste worden afgehandeld via de minnelijke schikking. De minnelijke schikking kan maar worden voorgesteld wanneer de veroorzaakte schade volledig werd vergoed. Het slachtoffer dient zich daarenboven eerst akkoord te verklaren met de omvang van de te vergoeden schade. In dit kader zou bijv. ook een kost voor de administratieve last kunnen worden gevraagd.

Waar ik echter geen voorstander van ben, is dat de strafrechtelijke afhandeling zou worden geprivatiseerd doordat bijv. het slachtoffer mee de omvang kan bepalen van de opgelegde straf of de te betalen geldsom van de transactie.

De opportuniteitsbeoordeling bij het vorderen van een strafrechtelijke geldboete of het voorstellen van een geldsom bij een minnelijke schikking moet tot de autonome bevoegdheid blijven behoren van het Openbaar ministerie.