Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2652

van Richard Miller (MR) d.d. 30 juni 2011

aan de minister van Landsverdediging

Het Libische cultureel erfgoed

LibiŽ
Unesco
cultureel erfgoed

Chronologie

30/6/2011 Verzending vraag
20/7/2011 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-774

Vraag nr. 5-2652 d.d. 30 juni 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

In LibiŽ zijn vijf sites opgenomen op de UNESCO-lijst van het werelderfgoed. Naast Leptis Magna, het beroemde Afrikaanse Rome, herbergt LibiŽ erfgoedschatten die van wezenlijk belang zijn voor de mensheid

Verontrust door de dreigende vernielingen ingevolge de oorlogstoestand in LibiŽ, heeft de UNESCO de alarmbel geluid en de staten van de coalitie bevolen het Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict te eerbiedigen.

Artikel 4 van dat verdrag luidt: "De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, zowel de culturele goederen welke zich op haar eigen grondgebied bevinden als die, welke zich bevinden op het grondgebied van andere Hoge Verdragsluitende Partijen, te eerbiedigen door zich te onthouden van ieder gebruik van deze goederen en van hun onmiddellijke omgeving of van de middelen voor hun bescherming, voor doeleinden, welke deze goederen aan vernietiging of beschadiging zouden kunnen blootstellen in geval van een gewapend conflict, en door zich te onthouden van iedere tegen zulke goederen gerichte vijandelijke daad."

1) Welke archeologische sites zijn het meest blootgesteld aan de verschillende aanvallen van de rebellen en van de troepen die Kadhafi trouw zijn gebleven?

2) Hoe is het vandaag gesteld met de conservatie van de vijf geklasseerde sites?

3) Heeft de UNESCO over die kwestie contact opgenomen met de staten van de coalitie?

4) Welke maatregelen zijn genomen of gepland om die sites te vrijwaren van elke vorm van collaterale schade ingevolge de oorlogssituatie?

5) In de veronderstelling dat men niet voornemens is enige actie in die zin te ondernemen, moet er dan niet snel tussenbeide worden gekomen om te vermijden dat een soortgelijke aanslag wordt gepleegd als op de boeddha's van Bamiyan?

6) Hebt u naast de specifieke kwestie van de vijf archeologische sites kennis van de vernietiging of beschadiging van andere Libische culturele sites?

7) Moeten de Belgische strijdkrachten operaties uitvoeren in de nabijheid van die sites?

Antwoord ontvangen op 20 juli 2011 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

Op operationeel militair niveau werd door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) een lijst met de niet te bombarderen objectieven (genoemd “No Strike List”) opgesteld. Deze lijst bevat onder andere de door de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) weerhouden sites en wordt door onze militaire capaciteiten strikt gerespecteerd. Hiervoor werd er immers in de commandostructuur een officier in plaats gesteld die de nationale functie van de “Red Card Holder” bezet en waarvan de opdracht bestaat om te controleren of de objectieven die aan onze piloten worden toegekend niet op deze lijst werden hernomen. Geen enkele interventie van onze F-16 wordt uitgevoerd zonder zijn expliciete akkoord.

Voor meer details met betrekking tot de andere vragen, verwijs ik het geachte lid naar de minister van Buitenlandse Zaken, bevoegd in deze materie en die bovendien over dit onderwerp werd gecontacteerd door UNESCO.