Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2628

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 juni 2011

aan de minister van Justitie

Notarissen - Werking - Antwoord op de schriftelijke vraag nr. 5-2005 - Ontbreken van gegevens

notaris

Chronologie

23/6/2011 Verzending vraag
16/9/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-2628 d.d. 23 juni 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 5-2005 over de notarissen, stelde de geachte minister dat er geen gegevens beschikbaar zijn over (1) het gedwongen einde van het mandaat van notaris, (2) over het aantal gerechtelijke onderzoeken tegen notarissen, (3) over veroordelingen, (4) over faillissementen, (5) over lopende gerechtelijke onderzoeken en (6) betreffende de duiding en evaluatie van de ontwikkelingen hieromtrent.

Dit antwoord bevreemdt en beangstigt. Het gaat hier over notarissen, die gedeeltelijk als ambtenaar werken, aangesteld zijn door de overheid en een maatschappelijk een belangrijke, zelfs cruciale rol, vervullen. Hierin speelt hun aureool en ook wettelijk statuut van door de overheid aangestelde ambtenaar een doorslaggevend element. Tegelijkertijd blijkt de overheid, die juist deze publieke dienstverlening waarborgt, niet bij machte om over dit korps van ambtenaren toch wel belangrijke informatie te produceren. Temeer omdat het hier gaat over elementen die gegevens verstrekken over de graad van vertrouwen en / of wantrouwen en de evolutie hiervan.

Voor mijn volstaan deze antwoorden niet, vandaar kreeg ik graag een antwoord op deze bijkomende vragen:

1) Hoe verklaart de geachte minister dat hij niet beschikt over de gevraagde informatie, dit in het licht van een ambtenarenkorps dat expliciet gewaarborgd wordt door de federale overheid en belast is met uiterst gevoelige en belangrijke juridische en maatschappelijke opdrachten?

2) Beaamt de hij dat het ontbreken van deze informatie een evaluatie en monitoring van de wijze waarop notarissen evolueren in het vervullen van hun belangrijke opdrachten belet?

3) Is hij bereid om hieromtrent alsnog de gevraagde informatie te verzamelen, in achtneming dat deze opdracht moeilijk als arbeidsintensief of moeilijk kan worden beoordeeld?

4) Waarom beperkte hij zijn antwoord op deze relevante vragen tot dergelijk nietszeggende en zelfs wat denigrerende elementen?

Antwoord ontvangen op 16 september 2011 :

Het geachte lid geeft zelf de elementen van het antwoord in zijn vraagstelling. De notarissen zijn deels ambtenaar en deels beoefenaar van een vrij beroep. In hun ambtsuitoefening staan ze onder toezicht en disciplinair gezag van de rechterlijke overheden. Ze staan dus niet onder het onmiddellijk gezag van de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie en de minister van Justitie. Dit verklaart waarom de FOD Justitie niet beschikt over de door het geachte lid gevraagde informatie. Het is slechts in de mate van bepaalde beslissingen van de disciplinaire overheden gevolgen hebben op de statutaire toestand van de notarissen dat de administratie van de FOD Justitie betrokken partij wordt (bijvoorbeeld bepaalde tuchtsancties zoals schorsing of afzetting).

Ik begrijp dan ook de bewering van het geachte lid niet dat mijn antwoorden denigrerend zijn, kwalificatie die ik betwist en voor rekening van het geachte lid laat.

Ik zal zowel de Nationale Kamer van de Notarissen als de rechterlijke overheden ondervragen of zij over informatie beschikken die het geachte lid wenst te verkrijgen.