Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1927

van Dirk Claes (CD&V) d.d. 30 maart 2011

aan de minister van Justitie

Antisemitisme in BelgiŽ - Aantal gevallen - Vervolgingen

antisemitisme
gerechtelijke vervolging
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

30/3/2011 Verzending vraag
29/6/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-1927 d.d. 30 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het kader van mijn werkzaamheden in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van de Senaat kreeg ik graag een antwoord op volgende vragen:

1) Hoeveel gevallen van antisemitisme werden in 2009 en 2010 gemeld bij de officiŽle instanties? Graag kreeg ik een opdeling per provincie en een vergelijking met de voorgaande jaren.

2) Wat zijn de meest voorkomende klachten van antisemitisme?

3) In hoeveel van de dossiers inzake antisemitisme werd er effectief fysiek geweld gebruikt?

4) In hoeveel van die dossiers werd er effectief overgegaan tot vervolging?

Antwoord ontvangen op 29 juni 2011 :

In het licht van de antwoorden die door de bevoegde diensten, met name de federale politie en het College van procureurs-generaal, werden geformuleerd, kan ik volgende antwoordelementen meedelen:

Bij de invoer van een nieuwe zaak in het REA/TPI-informaticasysteem van de correctionele parketten, kan de gebruiker aangeven dat het misdrijf zich in een specifieke context heeft afgespeeld. Het contextveld van het REA/TPI-systeem bevat de optie “Racisme/Xenofobie”. Aan de hand van dit veld kan evenwel geen onderscheid worden gemaakt tussen gevallen van antisemitisme en de andere gevallen van racisme. De kwantitatieve gegevens zouden dus worden overschat.

Bijgevolg kan door de statistische analisten van het College van procureurs-generaal op geen enkele van de gestelde vragen een betrouwbaar antwoord worden gegeven.