Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1702

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 10 maart 2011

aan de minister van Justitie

De strijd tegen extreemrechtse organisaties

extreem rechts
racisme
antisemitisme
xenofobie
gerechtelijke vervolging

Chronologie

10/3/2011 Verzending vraag
19/4/2011 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-557

Vraag nr. 5-1702 d.d. 10 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Reeds vele jaren waarschuwen vele alerte observatoren de overheid dat extreem rechtse groeperingen in Vlaanderen en Europa veel beter zijn georganiseerd dan velen denken. Dit geldt zeker voor het netwerk van extreemrechtse organisaties, gekoppeld aan Blood and Honour. Dit blijft met de regelmaat van de klok voor geweld zorgen. Blood and Honour- Vlaanderen en o.a. organisaties zoals Combat 18, Odal Actie Comitť, Stahlhelm, NSV, het Franstalige Nation, Groen Rechts, de Zwarte Zon en Kwelhekse, manifesteerden zich met wapensmokkel, wapendracht, gewelddelicten, onderlinge afrekeningen enz. Er bestaan bewijsbare Europese verbanden tussen de verschillende afdelingen van deze organisaties in Vlaanderen, Groot-BrittanniŽ, Duitsland, Nederland en andere EU-landen. BelgiŽ speelt een duidelijke sleutelrol binnen het internationaal georganiseerde extreemrechtse crimineel netwerk. Via dekmantels, waaronder muziekgroepen, preekt men systematisch en voortdurend haat en onverdraagzaamheid, propageert men racisme en belijdt men revisionisme. Nu en dan onderneemt men "vergeldingsmaatregelen" tegen mensen zonder papieren en of legale mensen van vreemde - gekleurde - afkomst. De bijeenkomsten krijgen vaak vorm onder het mom van een muziekfestival, met volop racistische en antizionistische liederen, de uitwisseling van extreemrechtse literatuur en een draaischijf voor afspraken en samenwerkingsverbanden allerlei. De IJzerwake vormt daarbij een hoogtepunt. Onder het mom van een bedevaart ter herdenking van de oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog, organiseert men een internationaal extreemrechts treffen.

De gevaren van deze bendes kunnen moeilijk worden onderschat. Blood and Honour-Combat 18 toont zich nog radicaler en vooral gewelddadiger dan het 'officiŽle' Blood and Honour-Vlaanderen. Ze zijn ook in het buitenland actief, vooral in Nederland, waar ze deelnamen aan aanslagen tegen buitenlanders en linkse doelwitten. Daarbij horen traditioneel kloppartijen, molotovcocktails en driest vandalisme. Verscheidene politiebronnen bevestigden dat zowat alle kernleden van Blood and Honour-Combat 18 de voorbije jaren ettelijke keren zijn opgepakt wegens verboden bezit van wapens en munitie, slagen en verwondingen, xenofobie en inbreuken op de racismewet. Vreemd genoeg leidden al deze interventies niet ťťn keer tot een gerechtelijke vervolging, laat staan een veroordeling. Daarbij blijft de hamvraag hoe gevaarlijk deze extreemrechtse organisaties wel zijn. Nu en dan manifesteren zich vreselijke geweldsuitbarstingen, gepaard met extreem geweld en moord. In sommige ophefmakende gerechtelijke zaken werd de band met extreemrechtse skinheads ook overduidelijk aangetoond. In het buitenland zijn er zware geweldacties geweest in Duitsland, Zweden en Frankrijk, aanslagen op woningen van asielzoekers, raids op moskeeŽn en synagogen. Bij onderzoeken nam men revolvers, geweren en oorlogswapens in beslag. Steeds opnieuw wordt het duidelijk dat extreemrechtse organisaties bewust en systematisch een klimaat van onrust en terreur ontwikkelen, waardoor de bevriende politieke organisaties hun repressief beleid van law and order maximaal kunnen promoten, omdat ze volop profiteren van deze bewust gecreŽerde onveiligheid. Dit alles vraagt de grootst mogelijke waakzaamheid. Vandaar enkele vragen aan de minister.

Hoe prioritair acht de minister deze problematiek? Wat ondernemen justitie en de gerechtelijke diensten concreet en systematisch om deze extreemrechtse organisaties te volgen, screenen en tegen te werken? Welke concrete onderzoeken hebben justitie en de gerechtelijke diensten hieromtrent al ondernomen? Werd deze aangelegenheid reeds besproken op het College van Procureurs-generaal? Werd een nationaal magistraat of procureur belast met de coŲrdinatie van de verschillende gerechtelijke onderzoeken? Beschikken justitie en de gerechtelijke diensten over een speciale onderzoekscel rond extreemrechts? Kadert deze aanpak in een internationale context? Hoe verloopt deze? Kwam de problematiek van een alsmaar sterker extreem rechts al op de agenda van de EU-ministers van Justitie? Zijn er al internationale aanhoudingsmandaten opgemaakt tegen leden van deze extreemrechtse netwerken? Stuurde men al rogatoire commissies naar andere landen om bijkomende informatie te vergaren rond de internationaal extreemrechtse netwerken? Worden deze extreemrechtse organisaties geÔnfiltreerd? Hoe valt te verklaren dat niettegenstaande het herhaaldelijk oppakken van kernleden van deze extreemrechtse organisaties er toch nooit ernstige veroordelingen volgden? Is er infiltratie van extreemrechts binnen justitie en de gerechtelijke diensten mogelijk? Bestaat hieromtrent onderzoek?

Antwoord ontvangen op 19 april 2011 :

Het federaal parket heeft mij de volgende inlichtingen medegedeeld.

Het Openbaar Ministerie, en in het bijzonder het federaal parket, heeft wel degelijk aandacht voor de problematiek van de extreemrechtse organisaties.

Twee federale onderzoeken die inmiddels in een eindfase getreden zijn, illustreren dit.

In een eerste zaak kwam het federaal parket in september 2006 tussen op de racistische, antisemitische en negationistische groepering Blood and Honour Vlaanderen, opgericht in 2001 in Dendermonde (beter gekend onder de naam Bloed, Bodem, Eer en Trouw, naar het gelijknamig tijdschrift dat werd uitgebracht). Deze groepering werd niet erkend als officiële afdeling door de moederorganisatie in Engeland.

Dit onderzoek is inmiddels afgesloten.

Naar aanleiding van dit onderzoek werden zowel de driemaandelijkse tijdschriften Bloed, Bodem, Eer en Trouw als de BBET-website (www.bbet.org) van de betrokken groepering grondig geanalyseerd en alle mogelijke inbreuken op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (de zogenaamde Antiracismewet) en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, in de eindvordering van het federaal parket weerhouden.

Het federaal parket had in deze zaak op 24 november 2008 zijn ontwerp van eindvordering klaar en initieerde op dat ogenblik de procedure controle van de regelmatigheid van de toegepaste BOM-methoden door de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Deze BOM-procedure nam bijna een jaar in beslag.

Op 5 november 2009 initieerde het federaal parket de regeling van de procedure. In deze fase dienen de onderzoeksgerechten te beslissen of de inverdenkinggestelden naar de correctionele rechtbank verwezen worden. Het aanwenden van de zogenaamde proceduremiddelen Franchimont door de verdediging en het uitputten van alle beroepsmogelijkheden – thans bevindt de zaak zich voor het Hof van Cassatie die normaliter op 29 maart 2011 uitspraak zal doen – maken dat deze fase reeds een jaar en vier maanden aansleept.

Nadien zal het dossier dan, uiteindelijk, kunnen vastgesteld worden voor de correctionele rechtbank te Dendermonde. De hoop leeft dat dit nog voor het gerechtelijk verlof zou kunnen gebeuren.

In een tweede zaak, die dateert van oktober 2008, kwam het federaal parket tevens tussen op enkele leden van de groepering Blood and Honour Vlaanderen naar aanleiding van de organisatie van diverse nazi-concerten in ons land, meer bepaald te Bellegem op 19 april 2008 en te Diksmuide op 18 oktober 2008, uit hoofde van inbreuk op artikel 22 van de hiervoor genoemde wet van 30 juli 1981 met name “het behoren tot een groep of tot een vereniging die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie bedrijft of verkondigt in de omstandigheden genoemd in artikel 444 van het Strafwetboek, dan wel aan zodanige groep of vereniging zijn medewerking verlenen”.

Ook dit onderzoek is inmiddels afgesloten.

Dit dossier werd op 9 februari 2011 behandeld voor de correctionele rechtbank te Veurne. Uitspraak wordt verwacht op 9 maart 2011.

In de rand vermeld, het is u niet onbekend dat de opsporingsinspanningen van politie en gerecht in dergelijke dossiers in belangrijke mate worden gehinderd door de sfeer van geheimhouding die telkenmale rond deze concerten heerst en het zeer afgeschermde milieu waarin diende te worden opgetreden. Het inwinnen van de juiste informatie opdat efficiënt gerechtelijk zou kunnen worden gereageerd, vormt een daadwerkelijk probleem, waaraan men poogt te remediëren door een doorgedreven samenwerking tussen de rechtshandhavingdiensten en de inlichtingendiensten. Op het terrein lijkt dit echter zijn effect niet te missen.

Er is dus wel degelijk een gerechtelijke aandacht voor de problematiek. Ik verwijs volledigheidshalve nog naar de gemeenschappelijke omzendbrief van 15 juli 2005 van de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal betreffende de gerechtelijke aanpak inzake terrorisme (COL 9/2005). Dit beleidsdocument werd op 15 juli 2005 eveneens goedgekeurd door het Ministerieel Comité voor Inlichting en Veiligheid. Het is in het bijzonder van belang omdat het de gerechtelijke aanpak inzake terrorisme in België vastlegt en de samenwerking regelt tussen alle partners in de strijd tegen het terrorisme. De inhoud ervan is dwingend ten aanzien van het Openbaar Ministerie, de federale politie en alle andere diensten die afhangen van de ministers die deel uitmaken van het Ministerieel Comité.