Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1449

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 februari 2011

aan de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Federale overheidsdiensten (FOD's) - Programmatorische overheidsdiensten (POD's) - Beleidscellen en secretariaten - Participatie van mensen met een beperking

ministerie
werknemer met een beperking
integratie van gehandicapten
gehandicapte

Chronologie

23/2/2011Verzending vraag
18/7/2011Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1429
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1430
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1431
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1432
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1433
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1434
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1435
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1436
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1437
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1438
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1439
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1440
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1441
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1442
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1443
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1444
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1445
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1446
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1447
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1448

Vraag nr. 5-1449 d.d. 23 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Elk beleid dat op gelijke kansen is gericht, beoogt een optimale participatie van mensen met beperkingen aan het maatschappelijke leven in het algemeen en aan de arbeidsmarkt in het bijzonder. Om die essentiŽle doelstelling te halen mag worden verwacht dat alle overheden een inspirerend voorbeeld geven en een voortrekkersrol spelen. Dat kan onder meer door een proactief en expliciet personeelsbeleid dat prioriteiten vastlegt en concrete instrumenten ontwikkelt.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen.

1) Hoeveel mensen met een beperking, zowel absoluut als relatief, zijn binnen hun competenties tewerkgesteld bij de beleidscellen, het ministeriŽle secretariaat en de administratieve eenheden? Wat is de verdeling op basis van het soort beperking (fysiek, sensorisch, mentaal, Ö)? In welke functies en op welke niveaus zijn die mensen tewerkgesteld? Hoe evolueerde die kwalitatieve en kwantitatieve aanwezigheid in de periode 2006 -2010? Hoe evalueert de eerste minister die ontwikkeling?

2) Heeft de eerste minister specifieke initiatieven genomen om meer mensen met beperkingen aan te werven in de beleidscel, het secretariaat en de administratieve eenheden? Zo ja, welke initiatieven en wat was het effect? Zo niet, waarom heeft hij geen initiatief genomen?

3) Plant hij nog specifieke initiatieven? Zo ja, welke, wanneer en met welke doelstellingen en verhoopte effecten?

Antwoord ontvangen op 18 juli 2011 :

1) Op de beleidscel zijn geen personen met een beperking tewerkgesteld. Bij de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie werken momenteel twee personen met een handicap.

Beide personen gaven hun soort beperking niet aan.

Bij de POD Maatschappelijke Integratie werd in:

aangeworven.

2) Bij nieuwe aanwervingen staat in de functiebeschrijving dat wij bereid zijn om personen met een handicap aan te werven. Ook vermelden wij dat we bereid zijn om de werkplaats aan te passen.

Conform de aanvraag van de begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap, werd er een rondvraag, betreffende een eventuele handicap, gedaan bij de personeelsleden, maar hier kwam geen positief antwoord op.

3) Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw diversiteitsplan binnen de POD Maatschappelijke Integratie. Daarin zal er voorgesteld worden om de specifieke wervingsreserves van Selor te raadplegen, de vragenlijst van de begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap in het federaal openbaar ambt bij de personeelsleden afnemen en de vragenlijst systematisch voor te leggen aan nieuwe personeelsleden.

We moedigen de HRM-dienst aan om de specifieke reserves van Selor te raadplegen. Ook vragen wij hen om bij een aanwerving het feit dat de organisatie bereid is om aanpassingen aan de werkplek te doen, duidelijk te vermelden.