Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1427

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 22 februari 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Artsen afkomstig uit het buitenland - Homologatie - Erkenning door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV)

dokter
erkenning van diploma's
buitenlandse staatsburger
EU-onderdaan
officiële statistiek
ziekteverzekering

Chronologie

22/2/2011Verzending vraag
6/5/2011Antwoord

Vraag nr. 5-1427 d.d. 22 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2009 verkregen 184 Roemeense artsen de homologatie van hun diploma. Dit wijst op een vorm van economische immigratie die zich ook in andere zorgberoepen, bijvoorbeeld bij verpleegkundigen, manifesteert. Bij artsen dreigt een apart fenomeen, namelijk artsen met een gehomologeerd diploma maar zonder een nummer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV). Dit betekent dat patiënten bij deze artsen geen tussenkomst verkrijgen. Een bepaald deel van deze artsen werkt onder de RIZIV-erkenning van een andere arts, meestal specialist.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoeveel niet Belgische artsen lieten hun diploma homologeren in de periode 2006-2010, dit per jaar en per nationaliteit? Hoe interpreteert en duidt de geachte minister deze evolutie?

2) Hoeveel niet Belgische artsen verkregen een RIZIV-erkenning in de periode 2006-2010, dit per jaar en per nationaliteit? Hoe interpreteert en duidt zij deze evolutie?

3) Beschikt zij of informatie met betrekking tot niet-Belgische artsen met een gehomologeerd diploma die werken onder de hoede van een RIZIV-geaccrediteerde arts? Hoe beoordeelt zij deze situatie?

4) Hoe wordt de nood aan de verschillende soorten artsen (huisartsen, spoedartsen en alle relevante specialismen) ingeschat voor de periode 2011-2020? Zullen de Belgische universiteiten voldoende van deze artsen afleveren om aan deze nood tegemoet te komen? Zo ja, kan zij waarborgen dat er de kwaliteit van onze gezondheidszorg niet wordt bedreigd door een tekort aan artsen? Zo niet, wat ondernam of plant zij om aan de geschatte tekorten te verhelpen?

Antwoord ontvangen op 6 mei 2011 :

1. Als bijlage vindt u het overzicht van alle niet-Belgische artsen met een niet-Belgisch diploma die van de diensten van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid een erkenning hebben gekregen . Zoals u weet, is een erkenning geen garantie dat een arts in België een praktijk start, noch een indicatie van hoelang hij of zij in België blijft. In deze cijfers is weinig systematiek qua evolutie te onderkennen, te meer daar de registratiemethodiek intussen is verbeterd. Een uitzondering daarop is de immigratie vanuit Roemenië. Onder de elementen die de grote aanwezigheid in België van artsen van Roemeense herkomst kunnen verklaren, kunnen we wijzen op de betere bezoldigingsvoorwaarden, het feit dat Roemenië jaarlijks bijna 4000 nieuwe artsen opleidt, en het feit dat de Roemenen over het algemeen redelijk goed Frans spreken. Ik merk in dat verband op dat Frankrijk een gelijkaardig fenomeen kent, dat 3 jaar geleden begon toen de Roemeense dokters de toepassing van de Europese richtlijn konden genieten. In dit stadium kan men onmogelijk voorspellen of dit fenomeen zal voortduren en of deze dokters zich duurzaam in België zullen vestigen. Wij volgen dit zorgvuldig en plannen hierover een overleg en eventuele actie op Europees niveau. Op kwalitatief vlak moeten we vaststellen dat de meeste Roemeense artsen tijdens hun opleiding tot artsen-specialisten uitstekende resultaten halen.

2. en 3. Het Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) registreert de nationaliteit van de artsen niet. Dus beschikken we op dit ogenblik niet over die cijfers. De bedoeling is om in de toekomst wel over statistisch materiaal over de geneeskundige praktijk van immigrerende artsen te kunnen beschikken.

Wat nu het feit betreft dat sommige zorgverleners verrichtingen op naam van anderen zouden registeren, moet men een belangrijke verduidelijking geven: de artsen in opleiding gebruiken de getuigschriften voor verstrekte zorgen van hun stagemeester, met de vermelding “in opdracht van”. Alle verrichtingen van een arts in opleiding worden dus administratief verrekend als prestaties van zijn stagemeester, die op deze handelingen toeziet en er de verantwoordelijkheid voor draagt. Buiten die gevallen zou het echter om zware strafbare vergrijpen van schriftvervalsing gaan, die de strafwet al verbiedt en die bovendien strijdig zijn met de deontologie waaraan deze zorgverleners onderworpen zijn.

4. De nood aan verschillende artsen wordt ingeschat door de Planningscommissie-medisch aanbod. De Commissie gebruikt hiervoor een rekenmodel voor toekomstprojecties waarin allerhande parameters zijn opgenomen zoals het huidig aantal artsen volgens leeftijd en geslacht, de instroom uit het verleden en de verwachte instroom uit de toekomst. Deze laatste wordt onder meer geschat op basis van de aantrekkingskracht van de opleiding geneeskunde, de slaagkansen en de verwachte toekomstige evolutie van de 18-jarigen in België. Verder zijn er parameters voor migratie, mobiliteit binnen België en zo meer. Langs de kant van de bevolking wordt er rekening gehouden met de consumptie van zorg volgens leeftijd, geslacht en regio. Ook dit wordt naar de toekomst geprojecteerd om zo de vraagzijde te kunnen vergelijken met de aanbodzijde, zijnde het aantal artsen. De verhouding aanbod-vraag wordt voor België en de toekomst zo gelijk gehouden. Dit betekent dat er gepoogd wordt de toekomstige verhouding aanbod-vraag zo gelijk mogelijk te houden aan de huidige verhouding aanbod-vraag. In de toekomstscenario’s van artsen werd dit gedaan voor drie groepen namelijk de huisartsen, de specialisten binnen de ziekteverzekering actief en de overige artsen. Dat cijfermateriaal wordt mee gebruikt om de globale contingenten te bepalen van huisartsen en specialisten. De minima van de specialisaties waarvoor minima nodig wordt geacht (huisartsen, kinder- en jeugdpsychiaters, spoedartsen, artsen acute geneeskunde en geriaters) worden bepaald op basis van wat de betrokken sector vraagt en wat er qua kwaliteitsvolle opleidingsplaatsen haalbaar is. Met andere woorden de aantallen die vastgelegd zijn in het koninklijk besluit (KB) van 12 juni 2008 (gewijzigd door het KB van 7 mei 2010) betreffende de planning van het medisch aanbod zouden voldoende groot moeten zijn om een toegankelijke, kwaliteitsvolle en betaalbare zorg in België te behouden. Mijn diensten maken over de realisatie van de contingentering een omstandig rapport ten behoeve van de Planningscommissie. Zoals u weet gaan de huidige contingenten van artsen tot het jaar 2018. De Planningscommissie bereidt een nieuw advies voor de contingenten van de jaren 2019 en 2020 voor. Hierbij zullen ze ook rekening moeten houden met de werktijdverkorting voor loontrekkende in de gezondheidszorg en met een eventuele inkorting van de opleidingsduur van geneeskunde in België. Zoals uw weet is de universitaire opleiding gemeenschaps-bevoegdheid en de opleiding tot arts-specialist federale bevoegdheid. Op federaal niveau wordt dit alles goed gemonitord en opgevolgd. De Gemeenschappen hebben hun vertegenwoordigers in de Planningscommissie. De specialisaties waarvoor er minima zijn zijn deze waar we een tekort aan instroom riskeren. Enkel de minima van de huisartsen worden niet gehaald. We zullen dus goed moeten kijken of onze beslissingen inzake huisartsengeneeskunde voldoende effect zullen hebben. De globale voorziene instroom aan artsen zal over de gehele periode (dus tot en met 2018) zeker aan de Vlaamse kant worden gehaald. Aan de Franstalige kant wordt die zelfs ruimschoots overtroffen.

Aantal artsen met een vreemde nationaliteit en een buitenlands diploma volgens jaar visum en volgens nationaliteit (Instroom)

NATIONALITEIT

JAAR VISUM


2006

2007

2008

2009

2010

Albanië

1

2

2

.

.

Algerije

1

.

9

1

6

Arabische Republiek Egypte

.

.

.

.

1

Argentinië

.

.

.

1

1

Armenië (Rep.)

.

.

1

.

1

Australië

.

.

1

.

.

Bangladesh

.

.

1

.

.

Benin (Volksrepubliek)

.

.

4

.

.

Bolivia

.

.

.

.

1

Brazilië

.

.

3

.

2

Bulgarije

.

6

8

5

6

Burkina Faso

.

.

5

.

.

Canada

.

.

2

.

.

Congo (Dem. Rep.)

.

1

9

.

3

Congo (Volksrep.)

.

.

2

.

.

Kroatië (Rep.)

.

.

1

.

.

Cyprus

.

1

1

.

.

Denemarken

1

2

.

.

.

Duitsland (Bondsrep.)

27

19

30

17

17

Frankrijk

30

72

60

46

53

Gabon

.

.

3

.

1

Griekenland

17

22

33

24

20

Groot-Brittannië

3

4

3

3

2

Hongarije (Rep.)

2

.

4

3

5

Ierland Eire

.

.

1

1

1

India

.

.

1

.

.

Irak

.

1

1

.

.

Iran

.

1

2

.

.

Israel

1

2

.

.

.

Italië

16

26

18

33

28

Ivoorkust

.

.

.

.

3

Jordanië

.

.

.

.

1

Kameroen

.

1

4

1

8

Letland

.

1

1

1

1

Libanon

1

2

2

2

13

Litouwen

.

1

2

2

2

Luxemburg (Groot-Hertogdom)

1

2

.

.

1

Maleisië

.

.

.

.

1

Mali

.

.

.

.

1

Malta

.

.

.

.

1

Marokko

.

2

3

2

14

Mauritius Eiland

.

.

1

.

1

Moldavië (Rep.)

.

.

.

.

2

Nederland

51

60

65

35

28

Nederlandse Antillen

.

.

.

.

1

Niger

.

.

1

1

.

Nigeria (Fed. Rep.)

.

.

.

.

1

Oostenrijk

1

3

3

1

1

Polen (Rep.)

3

7

5

4

2

Portugal

1

.

2

2

5

Roemenie

1

116

113

134

135

Slowaakse Republiek

2

2

1

.

.

Socialistische Republiek Vietnam

.

.

2

.

.

Spanje

8

9

3

1

5

Suriname

.

.

.

1

.

Syrië (Syrisch-Arabische Rep.)

.

.

1

.

.

Tsjechische Republiek

2

1

.

3

2

Tunesië

.

1

.

3

5

Verenigde Staten van Amerika

.

.

.

2

.

Zuid-Afrika (Rep.)

2

3

2

.

.

Zuid-Korea (Rep.)

.

.

1

.

.

Zweden

.

1

1

.

2

Zwitserland

3

8

6

2

.

Overige

1

2

9

34

10

TOTAAL

176

381

433

365

394