Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1300

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 10 februari 2011

aan de minister van Justitie

Brussel - Gerechtelijke diensten - Tweetaligheid - Maatregelen

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
judiciŽle rechtspraak
griffies en parketten
taalgebruik
tweetaligheid

Chronologie

10/2/2011 Verzending vraag
19/4/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-1300 d.d. 10 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Niettegenstaande de hoge juridische status van de gecoŲrdineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, die van openbare orde zijn, en dat de gerechtelijke diensten een essentieel onderdeel van de federale overheid zijn, blijkt deze overheid niet bij machte haar eigen wetten te laten naleven.

Vele Brusselse gerechtelijke diensten rekruteren heel wat werknemers die geen Nederlands spreken. Bij de loketfuncties van deze Brusselse vestigingen worden vaak Nederlandsonkundigen ingezet. Vlamingen krijgen in hun hoofdstad vaak geen correcte behandeling. Ook bij de verschillende gerechtelijke diensten legt men zich blijkbaar bij deze situatie neer en werkt men op deze wijze in de illegaliteit.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoeveel Nederlandskundige en Nederlandsonkundige werknemers, agenten en burgerpersoneel, werken er in de Brusselse vestigingen van de gerechtelijke diensten? Hoe evolueerden deze aantallen en hun verhouding sinds 1996?

2) Beaamt de minister dat er qua kennis van het Nederlands een ernstig probleem is bij het personeel, inzonderheid het loketpersoneel, van deze Brusselse diensten? Zo neen, met welke argumenten ontkent hij dit? Zo ja, hoe evalueert en duidt hij dit probleem en de evolutie ervan de voorbije decennia?

3) Hoe ligt de taalverhouding bij de loketfuncties van deze diensten? Hoe is het mogelijk dat agenten en burgerpersoneel die geen Nederlands spreken toch loketfuncties uitoefenen? Wat doet de overheid om deze wettelijke verplichting en elementaire vorm van beleefdheid te waarborgen? Geeft de federale overheid binnen deze gerechtelijke diensten premies aan twee- en meertalige werknemers? Hoe definieert men in deze context de twee- en meertaligheid? Hoeveel bedragen deze premies? Wie controleert de kennis van de tweetaligheid? Welke inspanningen leverden de minister en de regering om ervoor te zorgen dat het personeel van de gerechtelijke diensten de taal van de meerderheid van de inwoners van dit land machtig is? Worden er taalcursussen georganiseerd? Zijn taalexamens verplichtend voordat men overgaat tot definitieve aanwervingen? Wat onderneemt hij op korte termijn om aan deze onaanvaardbare situaties een einde te stellen?

Antwoord ontvangen op 19 april 2011 :

Het taalgebruik bij de hoven en rechtbanken wordt geregeld in de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in de rechtszaken. In diezelfde wet wordt ook bepaald aan welke taalvoorwaarden het vastbenoemd personeel van de hoven en de rechtbanken moet voldoen, meer bepaald in de artikels 53, 54, 54bis en 54ter.

Ik kan enkel gegevens verschaffen over het personeel van de hoven en rechtbanken. De samenstelling en werking van de politiediensten (agenten en burgerpersoneel) vallen onder de bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken.

1) Tabel 1 vermeldt de verdeling naar taalrol van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten. Er wordt eveneens vermeld hoeveel van deze personeelsleden een bewijs leverden van de kennis van de tweede landstaal, en aldus momenteel een taalpremie genieten.

2) De griffies en parketten werken niet met specifiek loketpersoneel. Elke rechtzoekende wordt maximaal verder geholpen in zijn eigen taal – Nederlands of Frans – door de aanwezige personeelsleden van de griffies en de parketten.

3) De taalvoorwaarden maken deel uit van de benoemingsvoorwaarden voor het gerechtspersoneel in de griffies. Contractuele personeelsleden zijn niet onderhevig aan de tweetaligheidsvereiste. De verplichte taalbeheersing en de aard van de taalproef belemmeren de invulling van de personeelskaders.

Concreet moeten, in het gerechtelijk arrondissement Brussel, alle vastbenoemde personeelsleden van de griffies van het niveau A, B en C blijk geven van kennis van de tweede landstaal. Voor de personeelsleden van niveau A en de griffiers (niveau B) is een grondige kennis van de andere taal vereist, voor de overige personeelsleden van niveau B en de assistenten (niveau C) volstaat een voldoende kennis.

Voor de parketsecretariaten zijn er geen wettelijke taalvoorwaarden. De taalrol van de vacante plaatsen wordt bepaald in functie van de noden van de dienst. Het is duidelijk dat erover gewaakt wordt dat de beide taalrollen evenredig vertegenwoordigd zijn.

Het bewijs van de kennis van de tweede landstaal wordt geleverd via het slagen in een taalexamen, georganiseerd door Selor. Het is de afgevaardigd bestuurder van Selor die bevoegd is om de bewijzen van kennis van de andere taal uit te reiken. De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder deze bewijzen van taalkennis worden uitgereikt, wordt geregeld in het koninklijk besluit van 13 maart 2007 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te

bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Wie een bewijs levert van de kennis van de andere taal kan een taalpremie genieten, op voorwaarde dat hij tewerkgesteld is in een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in de gerechtszaken het bewijs moeten leveren van de kennis van meer dan één landstaal. De brutobedragen van deze premies variëren van 35 tot 110 euro per maand.

Het personeel van de rechterlijke orde kan taalcursussen volgen bij het Opleidingsinstituut voor de Federale Overheid, of bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding.

Tabel 1


F


N



aantal

met premie

aantal

met premie

A

114

5

88

7

griffiers/secretarissen

187

15

237

98

B

14

2

6

2

C

87

14

177

41

D

445

14

384

85


847

50

892

233