Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10888

van Richard Miller (MR) d.d. 15 januari 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

de internationale verdragen inzake mensenrechten

rechten van de mens
internationale conventie
sociale rechten
huiselijk geweld
seksueel geweld
wapenhandel
Europese Conventie
staatloze
nationale minderheid
overeenkomstprotocol
wrede en onterende behandeling
foltering
ratificatie van een overeenkomst

Chronologie

15/1/2014 Verzending vraag
4/2/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4221

Vraag nr. 5-10888 d.d. 15 januari 2014 : (Vraag gesteld in het Frans)

BelgiŽ heeft op het vlak van diplomatieke acties voor de mensenrechten altijd een internationale sleutelrol gespeeld, vooral als voorloper bij de toepassing van sommige verdragen. Spijtig genoeg zijn bepaalde internationale verdragen momenteel door sommige deelstaten van ons land, en bijgevolg ook op federaal niveau, nog altijd niet geratificeerd.

Ik denk onder meer aan het Optioneel Protocol bij het Verdrag van de Verenigde Naties (VN) tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (OPCAT), dat meer dan tien jaar geleden door de VN werd aangenomen. BelgiŽ heeft het engagement om het Protocol te ratificeren herhaald naar aanleiding van het Universeel Periodiek Onderzoek. Hoe zit het met het onafhankelijk controlemechanisme voorzien in het protocol?

Aangaande het Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 tot beperking van de gevallen van staatloosheid, dat tot doel heeft de staatlozen te beschermen, had ik graag vernomen welke procedures er, overeenkomstig de engagementen in de beleidsverklaring van de regering, werden opgestart.

BelgiŽ heeft op 31 juli 2001 het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa ondertekend, maar deze werd nog altijd niet geratificeerd. De definitie ďnationale minderhedenĒ zou een belemmering zijn voor de inwerkingtreding van het verdrag. Wat is de analyse van de vice-eersteminister?

Een aantal gemengde verdragen, namelijk het VN-Verdrag over de Wapenhandel, het Facultatief Protocol bij het Internationaal Pact inzake economische, sociale en culturele rechten van de Verenigde Naties, en het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul), moeten nog door sommige deelstaten worden geratificeerd. Ik hoop dat ze nog voor het einde van deze legislatuur op alle niveau's worden geratificeerd.

Mijnheer, de vice-eersteminister, kan ik een stand van zaken krijgen van de ratificatie van voormelde overeenkomsten, protocols en verdragen?

Antwoord ontvangen op 4 februari 2014 :

1) Facultatief protocol met betrekking tot het verdrag tegen folteringen en andere wrede, onmenselijke of degraderende straffen of behandelingen, aangenomen in New York op 18 december 2002.

Op federaal niveau hebben mijn diensten nog geen voorbereidend instemmingsdossier ontvangen. Wat de inhoud van dit dossier betreft, verwijs ik naar mijn collega bevoegd voor Justitie.

Dit Protocol is op intern Belgisch niveau een gemengd verdrag. Deze werd nog niet goedgekeurd door alle parlementen van de deelstaten. Enkel het Vlaams Parlement (decreet van 13 juli 2012) en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (decreet van 25 mei 2009) hebben hun instemming al gegeven.

Het Protocol zal enkel door België kunnen worden ondertekend nadat alle deelstaten het aangenomen zullen hebben.

Wat het onafhankelijke controlemechanisme betreft dat voorzien wordt door het Protocol, verwijs is u door naar mijn collega bevoegd voor Justitie.

2) Verdrag over het verminderen van het aantal staatlozen (New York, 30 augustus1961).

Dit verdrag werd niet door België ondertekend. Het gaat dus over een lidmaatschap.

Mijn diensten hebben nog geen voorbereidend instemmingsdossier gekregen. Voor de samenstelling van dit dossier, verwijs ik naar mijn collega bevoegd voor Justitie.

3) Kaderverdrag ter bescherming van de nationale minderheden (Straatsburg, 1 februari 1995).

Dit verdrag is op intern Belgisch niveau een gemengd verdrag. Het werd nog door geen enkel parlement goedgekeurd.

In het regeerakkoord, die het institutioneel akkoord bevat, staat: “Wat het vervolg van de aanbeveling rond de ratificatie van het Kaderverdrag ter bescherming van de nationale minderheden betreft, geformuleerd in het kader van het universele periodieke onderzoek, zal de werkgroep van de interministeriële conferentie Buitenlands Beleid blijven onderzoeken of men een akkoord kan bereiken over een definitie van het begrip “minderheid”.

Sinds het begin van de legislatuur heb ik de samenstelling van deze werkgroep op de agenda geplaatst van de interministeriële conferentie buitenlands beleid. In December 2013 heb ik uiteindelijk de laatste benoeming ontvangen van een regering die nu toelaat om snel een eerste vergadering bijeen te roepen om dit deel van het regeerakkoord uit te voeren.

4) Verdrag over wapenhandel, aangenomen in New York op 2 april 2013.

Op federaal niveau wordt het instemmingsdossier voorbereid door mijn diensten.

Op intern Belgisch niveau is dit een gemengd verdrag. Enkel het Waals Parlement heeft het verdrag goedgekeurd (decreet van 28 november 2013).

Het Protocol zal enkel kunnen worden aangenomen nadat alle bevoegde parlementen hem goedgekeurd zullen hebben.

5) Facultatief protocol met betrekking tot het internationaal pact over economische, sociale en culturele rechten, aangenomen in New York op 10 december 2008.

Op federaal niveau werd het wetsvoorstel ingediend bij de Senaat.

Dit Protocol is op intern Belgisch niveau een gemengd verdrag. Het werd nog niet goedgekeurd door alle parlementen van de bevoegde deelstaten. Tot op heden hebben enkel het Vlaams Parlement (decreet van 4 maart 2011), het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (decreet van 23 maart 2011) en het Waals Parlement (decreet van 28 november 2013) hun instemming gegeven.

Zodra het Protocol goedgekeurd is door de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers, alsook door alle parlementen van de bevoegde deelstaten, zal het ratificatie-instrument kunnen worden gedeponeerd bij de bewaarder (tijdens het eerste trimester van 2014).

6. Verdrag van de Raad van Europa over de preventie en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huishoudelijk geweld, opgemaakt in Istanbul op 11 mei 2011.

Op federaal niveau hebben mijn diensten nog geen voorbereidend instemmingsdossier ontvangen. Wat de inhoud van dit dossier betreft, verwijs ik naar mijn collega bevoegd voor Justitie.

Dit verdrag is op intern Belgisch niveau een gemengd verdrag. Deze werd enkel goedgekeurd door het Vlaams Parlement (decreet van 29 november 2013).

Het verdrag zal enkel door België kunnen worden ondertekend nadat alle deelstaten het aangenomen zullen hebben.