Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10600

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 12 december 2013

aan de minister van Werk

de werkhervatting na kanker

kanker
chronische ziekte
herintreding

Chronologie

12/12/2013 Verzending vraag
21/3/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4013

Vraag nr. 5-10600 d.d. 12 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Weer aan de slag gaan na kanker is voor veel (ex-)patiŽnten belangrijk. Een werkhervatting is echter niet evident. Dat er verschillende knelpunten zijn waarmee (ex-)patiŽnten te maken krijgen, blijkt uit de vele reacties die het VLK vorig jaar kreeg op haar campagne "Werken na Kanker"; een campagne die tot doel had om de problemen rond werkhervatting na kanker in kaart te brengen.

Uit reacties op de campagne bleek dat sommige patiŽnten ontslagen werden tijdens hun ziekteverlof of kort na de werkhervatting, terwijl dit ontslag misschien vermeden had kunnen worden, indien er inspanningen waren gebeurd om het takenpakket aan te passen of de werknemer te begeleiden naar een andere job.

Verder bleek dat verschillende werkgevers niet bereid waren om de noodzakelijke aanpassingen te doen.

Ten derde bleek dat het systeem van toegelaten arbeid Ė zoals dit in de privťsector bestaat Ė dat mensen die arbeidsongeschikt zijn toelaat het werk deeltijds te hervatten en toch een deel van de ziekte-uitkering te behouden, verschillende gebreken vertoont:

1) Het systeem is te weinig flexibel.

2) Het systeem is erg complex en patiŽnten hebben onvoldoende informatie over de gevolgen van toegelaten arbeid op hun sociale rechten.

Ten slotte bleek uit de reacties dat heel wat getuigen die na de kankerbehandeling werk gaan zoeken het gevoel hebben dat hun verleden in hun nadeel speelt. Werkgevers zijn bang dat de sollicitant zal hervallen of vrezen dat hij regelmatig afwezig zal zijn.

Om de werkhervatting na kanker (of een andere ernstige ziekte) te bevorderen, formuleerde het VLK in mei 2013 verschillende beleidsvoorstellen:

- Er zou een verplichting moeten komen voor de werkgever om ander of aangepast werk aan te bieden.

- Het plan "back to work" moet gerealiseerd worden.

- Er moet een vorm van ontslagbescherming komen voor de arbeidsongeschikte werknemer.

Uit uw antwoord op mijn vraag om uitleg van 30 april 2013 (nr. 5-3026) blijkt dat u een aantal maatregelen wilt nemen om aan de voorstellen van de Liga tegemoet te komen, zoals de regelgeving aanpassen, het opzet van een chatbox, en het zoeken van een oplossing voor het probleem van het gewaarborgd loon van kankerpatiŽnten. Dit laatste is echter geen oplossing voor mensen die nog geen vaste job hebben zoals mensen met tijdelijke contracten, uitzendkrachten en niet-benoemde leerkrachten.

De minister engageerde zich bovendien om begin 2013 een rondetafelconferentie te laten doorgaan met alle betrokken instanties die voor een vlotte werkhervatting kunnen zorgen, maar de conferentie vond tot op heden niet plaats. Ik vind het heel belangrijk dat de rondetafelconferentie zal plaatsvinden en dat er een opvolging aan de bovenstaande beleidsvoorstellen van het VLK gegeven zal worden, aangezien kankerpatiŽnten recht hebben op een vlotte werkhervatting en op de ondersteuning die deze werkhervatting mogelijk maakt. Ik hoop in die zin ook op een grote bereidheid van de sociale partners om hieraan mee te werken.

Graag had ik van de minister dan ook het volgende vernomen:

1) Welke opvolging heeft de minister ondertussen reeds gegeven of zal zij nog geven aan de beleidsvoorstellen die het VLK in haar rapport formuleerde?

2) Wat is de stand van zaken van de maatregelen die u wenste te nemen, met name de oplossing voor het gewaarborgd loon, de chatbox en de aanpassing van de regelgeving aan chronisch zieken?

3) Welke specifieke maatregelen voorziet de minister om de werkhervatting ook voor chronische patiŽnten en kankerpatiŽnten zonder vast contract mogelijk te maken?

4) Op welke wijze zal de minister, in samenwerking met de minister van Sociale Zaken, ons systeem van tewerkstelling en gezondheidszorg aanpassen aan de steeds groter wordende groep van chronisch zieken?

5) Wanneer zal de minister een rondetafelconferentie houden met alle betrokken instanties die voor een vlotte werkhervatting kunnen zorgen?

Antwoord ontvangen op 21 maart 2014 :

Vooreerst wens ik te benadrukken hoe belangrijk het is dat mensen die op werkbare leeftijd zijn en slachtoffer worden van een kanker niet daarboven op hun werk verliezen, of geconfronteerd worden met een weigering van een werkgever om hen aan te werven, omwille van hun ziektegeschiedenis. Het is voor deze mensen van groot belang om hun sociale leven zo normaal mogelijk verder te kunnen zetten. Werk is daarin enorm belangrijk.

Ik heb de voorstellen van VLK in detail bestudeerd en heb daarop aan mijn administratie gevraagd in detail na te gaan welke reglementaire aanpassingen mogelijk zijn om aan deze voorstellen tegemoet te kunnen komen.

Dit is ondertussen gebeurd. Een aantal van de voorgestelde aanpassingen heb ik reeds laten opnemen in een ontwerp van koninklijk besluit dat ik recentelijk heb overgemaakt aan de voorzitter van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk voor het vragen van een advies aan de sociale partners binnen deze Raad. Het betreffen aanpassingen aan het koninklijk besluit betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers. Deze regelgeving beoogt niet enkel de bescherming van het welzijn van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur, maar ook van werknemers tewerkgesteld met precaire contracten.

Zo zal bijvoorbeeld de drempel om de arbeidsgeneesheer te contacteren zeer laag worden. Deze geneesheer bevindt zich immers in een gunstige positie om na te gaan op welke manier het werk zo goed mogelijk aan de mens kan worden aangepast om de terugkeer naar dat werk te vergemakkelijken. Een contact met de arbeidsgeneesheer zal discreet kunnen gebeuren, dus zonder eerst langs de werkgever te passeren. Dit en andere voorstellen worden op dit ogenblik besproken door de sociale partners, die overigens ook zeer gevoelig zijn voor deze problematiek.

Een ander probleem dat moet opgelost worden is dat de werkgever zich soms geconfronteerd ziet, of soms ten onrechte vreest om zich geconfronteerd te zien met een medewerker waarvan hij niet weet in hoeverre hij er op kan rekenen.

Het probleem stelt zich trouwens niet alleen voor kanker, maar ook voor andere ernstige aandoeningen. Ze hebben gemeen dat mensen zich meestal goed genoeg voelen om te werken, maar dat ze af en toe omwille van een behandeling of een opstoot even moeten afhaken. Dat stelt voor kleine werkgevers een groot probleem omdat ze dan telkens met het gewaarborgd loon geconfronteerd worden. Samen met collega Courard wordt een oplossing uitgewerkt die snel in werking kan gesteld worden.

Ook aan een vlot, direct en vertrouwelijk communicatiemiddel tussen de betrokken artsen (de huisarts, de arbeidsgeneesheer en de adviserende geneesheer van het ziekenfonds) wordt samen met collega Onkelinx gewerkt.

Op 18 december 2013 heb ik een hoorzitting georganiseerd waarop ik een aantal patiëntenverenigingen het woord heb gegeven om een duidelijker beeld te bekomen, zowel van de moeilijkheden waarmee kankerpatiënten en mensen met een chronische ziekte op professioneel vlak geconfronteerd worden, als van positieve praktijkervaringen. Ook andere betrokken instanties werden uitgenodigd om mee te denken over hindernissen en mogelijke oplossingen, zowel op regelgevend als op praktisch vlak, zoals sociale partners en experten inzake arbeidsgeneeskunde. Ik hoop dat deze hoorzitting de dialoog op politiek vlak nog versterkt met het oog op het garanderen voor deze mensen van hun recht op werken.

De maatregelen die we nu al voorbereiden zullen niet alle problemen oplossen, maar zijn sleutelmaatregelen om aan het recht op werk van deze mensen tegemoet te komen.