Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1021

van Elke Sleurs (N-VA) d.d. 27 januari 2011

aan de minister van Justitie

Adopties - Adoptieouder en geadopteerde - Band

adoptie
officiŽle statistiek
verwantschap
pleegouder
geografische spreiding

Chronologie

27/1/2011 Verzending vraag
26/5/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-1021 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2009 werden 523 kinderen ter adoptie geplaatst in de Vlaamse gemeenschap en 297 in de Franstalige gemeenschap. Achter deze cijfers gaan zeer diverse verhalen schuil. Voor een deel van deze kinderen ging het om stiefouderadoptie. Andere kinderen, die na de geboorte door de moeder werden afgestaan, kwamen via een binnenlands adoptiebureau terecht in een nieuw warm gezin. Er waren ook de gevallen waarbij de zorgouders besloten om hun zorgkind uiteindelijk te adopteren. Daarnaast werd in meer dan de helft van de gevallen een kind van buitenlandse origine in een Vlaams, Franstalig of Duitstalig gezin geplaatst. Op die manier verkregen 482 kinderen de Belgische nationaliteit. Niet zelden gaan wensouders zelf op zoek naar hun kind.

Met deze vraag wil ik peilen naar de band tussen de adoptieouder en de geadopteerde. Enerzijds is het nuttig te weten hoe vaak pleegzorg aanleiding geeft tot adoptie. Anderzijds is het belangrijk de rol van familiebanden bij adoptie in kaart te brengen.

1) Hoeveel aanvragen werden in de periode van 2004 tot 2010 bij de jeugdrechtbanken ingediend om een reeds geplaatst pleegkind door dezelfde pleegfamilie te adopteren? Voor hoeveel van die adoptieaanvragen werd door de jeugdrechter een maatschappelijk onderzoek gevraagd? Hoe vaak besliste de jeugdrechter negatief? Graag had ik uitgesplitste cijfers gekregen per aard van de adoptie (gewone of volle), per jaar, per gewest en per leeftijd van de geadopteerde.

2) Hoeveel binnenlandse en buitenlandse adoptieaanvragen werden in de periode van 2004 tot 2010 bij de jeugdrechtbanken ingediend om een kind te adopteren in de uitgebreide familie? Welke band bestond er tussen de geadopteerde en de uitgebreide familie?

3) a) Hoe vaak betrof het een adoptie door verwanten in de tweede graad van de geadopteerde? Hoe vaak ging het hier om de grootouders? Bij hoeveel van die adoptieaanvragen werd door de jeugdrechter een maatschappelijk onderzoek gevraagd? Hoe vaak besliste de jeugdrechter negatief? Graag had ik uitgesplitste cijfers gekregen per aard van de adoptie (gewone of volle), per jaar, per nationaliteit, per gewest en per leeftijd van de geadopteerde. Welke nationaliteit had de adoptieouder?

3) b) Hoe vaak betrof het een adoptie door verwanten in de derde graad? Hoe vaak ging het hier om ooms en tantes? Voor hoeveel van die adoptieaanvragen werd door de jeugdrechter een maatschappelijk onderzoek gevraagd? Hoe vaak besliste de jeugdrechter negatief? Graag had ik de cijfers uitgesplitst gekregen per aard van de adoptie (gewone of volle), per jaar, per nationaliteit, per gewest en per leeftijd van de geadopteerde? Welke nationaliteit had de adoptieouder?

4) Hoe vaak betrof het een adoptie door verwanten in de vierde graad? Hoe vaak ging het hier om neven en nichten? Voor hoeveel van deze adoptieaanvragen werd door de jeugdrechter een maatschappelijk onderzoek gevraagd? Hoe vaak besliste de jeugdrechter negatief? Graag had ik de cijfers uitgesplitst gekregen per aard van de adoptie (gewone of volle), per jaar, per nationaliteit, per gewest en per leeftijd van de geadopteerde. Welke nationaliteit had de adoptieouder?

Antwoord ontvangen op 26 mei 2011 :

Vragen één tot en met vier kunnen niet worden beantwoord omdat deze gegevens niet in de ICT applicatie van de jeugdrechtbanken kunnen worden geregistreerd. Voor deze vier vragen zouden alle vonnissen en verzoekschriften moeten nagekeken worden.

Het Vast Bureau Statistiek en Werklastmeting is met een project gestart dat het mogelijk moet maken om een verdere onderverdeling in adoptiezaken door te voeren. Voor de toekomst zal het gemakkelijker worden dergelijke specifieke vragen te beantwoorden.