Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7347

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 26 maart 2010

aan de minister van Landsverdediging

Klimaatopwarming - Verplaatsingen - Gebruik van het vliegtuig - Voorkeur voor reizen per trein

ecologische voetafdruk
vervoer per spoor
luchtvervoer
emissierechten
Protocol van Kyoto
ministerie
reis
emissiehandel
vermindering van gasemissie
opwarming van het klimaat

Chronologie

26/3/2010Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/4/2010)
6/5/2010Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7338
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7339
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7340
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7341
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7342
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7343
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7344
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7345
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7346
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7348
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7349
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7350
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7351
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7352
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7353
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7354
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7355
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7356
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7357
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7358
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7359

Vraag nr. 4-7347 d.d. 26 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2008 gaf de minister van Klimaat en Energie aan dat hij een rondzendbrief voorbereidt ter attentie van de Belgische regeringsleden waarin hij hen aanmaande om meer gebruik te maken van de trein.

Verontwaardigd stelde de excellentie immers vast dat de Belgische regeringsleden en de leden van de beleidscellen jaarlijks ongeveer 6500 heen- en terugvluchten maken. Met de hierbij gepaard gaande 13000 ton CO2-uitstoot is de overheid een grote luchtvervuiler. De minister van Klimaat en Energie noemde de impact hiervan op het milieu aanzienlijk.

In een rondzendbrief stelde hij voor om bij korte verplaatsingen (tot driehonderd kilometer) niet langer gebruik te maken van een vliegtuig. Voor langere verplaatsingen geldt de tienurenregel. Overal waar men binnen de tien uur met de trein kan geraken moet volgens de rondzendbrief ook gebruik worden gemaakt van de trein.

In 2008 hadden de ministers van Klimaat en Energie en van Sociale Zaken en Volksgezondheid instructies uitgevaardigd waarbij de ambtenaren van de betrokken departementen verplicht worden de trein te nemen voor alle bestemmingen die zich op minder dan driehonderd kilometer afstand bevinden (Londen, Parijs, Amsterdam, Keulen, ...) en dat de trein ook de voorkeur zal krijgen voor grotere afstanden die per trein kunnen worden bereikt in minder dan tien uur (bijvoorbeeld de steden in Zuid-Frankrijk, Zwitserland, ).

Voor de verplaatsingen die toch per vliegtuig moeten gebeuren, wordt de uitstoot geneutraliseerd door de aankoop van certificaten bij compensatieprogramma's of door de aankoop en de annulatie van emissierechten op basis van het Europese emissiehandelssysteem of van het Protocol van Kyoto.

De minister van Klimaat en Energie liet weten het initiatief te willen uitbreiden tot alle regeringsleden en het personeel van de federale overheidsdiensten (FOD) en de programmatorische federale overheidsdiensten (POD) en de instellingen van openbaar nut. Een principebeslissing in die zin werd genomen en een werkgroep werd opgericht, doch binnen de groep werd nog geen akkoord bereikt.

Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Heeft de minister of hebben leden van zijn administratie of beleidscel in 2008 en 2009 gebruik gemaakt van een vliegtuig voor verplaatsingen binnen een straal van driehonderd kilometer? Zo ja, hoeveel keer en is hij van plan om het gebruik ervan te reduceren?

2) Wat vindt hij van het principe dat de regeringsleden en de departementen en FOD's die onder hun bevoegdheid vallen de trein moeten nemen voor alle bestemmingen in het buitenland die zich op minder dan driehonderd kilometer afstand bevinden? Kan hij dat uitvoerig toelichten?

3) Wordt dat systeem nu reeds toegepast door de minister zelf en de FOD's, beleidscellen en departementen waarvoor hij bevoegd is? Zo neen, waarom niet?

4) Wat vindt hij van het principe dat als de verplaatsing toch per vliegtuig moet geschieden, de uitstoot moet worden geneutraliseerd?

5) Past hij dit persoonlijk reeds toe en passen de departementen, de beleidscellen en de FOD's waarvoor hij bevoegd is dit reeds toe? Zo ja, hoeveel heeft dit reeds gekost en wat is de geschatte meerkost op jaarbasis?

6) Zo niet, waarom past de minister het principe van de neutralisering van de verplaatsingen per vliegtuig niet toe?

7) Is hij het eens met de stelling dat de regering inzake het klimaat een voorbeeldfunctie moet vervullen, net als het Parlement?

Antwoord ontvangen op 6 mei 2010 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

In de schoot van Defensiestaf is de Movement & Transport Co-ordination Cell belast met het organiseren van lucht-, land- en maritieme transporten op de meeste efficiënte en doeltreffende wijze. De verplaatsingen op korte afstanden worden in principe altijd langs de baan of per spoor georganiseerd.

Dit is normaliter het geval als de af te leggen afstand kleiner is dan 600 km en als de bestemming door spoorlijnen wordt aangedaan.

Verder dan die afstand wordt een bijzondere analyse systematisch uitgevoerd om het meeste efficiënte transportmiddel te bepalen, rekening houdend met, onder andere, de transportkosten, de bereikbaarheid van de bestemming, de dringendheid van de verplaatsing, het aantal te vervoeren personen en de ecologische voetafdruk van de verschillende transportmiddelen. Afhankelijk van de situatie kan het vervoer langs de baan, per spoor, met burgervlucht of met militair vliegtuig plaatsvinden.