Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7321

van Ann Somers (Open Vld) d.d. 26 maart 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Gezondheid en veiligheid op het werk - Verslag van de Europese Commissie - Lacunes in de tenuitvoerlegging van de Europese wetgeving - Situatie van BelgiŽ

arbeidsveiligheid
richtlijn (EU)
nationale uitvoeringsmaatregel

Chronologie

26/3/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/4/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode

Vraag nr. 4-7321 d.d. 26 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de periode van 2002 tot 2006 werd op Europees niveau een communautaire strategie gevoerd voor de verbetering van de arbeidskwaliteit en -productiviteit met het oog op de gezondheid en veiligheid op het werk. In die periode zou het aantal arbeidsongevallen sterk zijn gedaald. Momenteel loopt een nieuwe strategie van 2007 tot 2012, die nog ambitieuzer is en tot doel heeft de totale incidentie van arbeidsongevallen in de Europese Unie tegen 2012 met 25% te verminderen door de gezondheid en veiligheid op het werk te verbeteren.

In 2004 heeft de Europese Commissie een verslag over de praktische tenuitvoerlegging van kaderrichtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk en de eerste vijf bijzondere richtlijnen goedgekeurd. Daarin worden ernstige lacunes gesignaleerd in de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving, met name in zogenaamde risicosectoren en voor de meest kwetsbare categorieŽn werknemers (jongeren, werknemers met een tijdelijk contract en laaggekwalificeerde werknemers), met name in kleine en middelgrote bedrijven en in de overheidssector.

1. Golden de waarschuwingen over bovengenoemde ernstige lacunes destijds ook voor BelgiŽ?

2. Zo ja, wat waren toen de concrete problemen inzake de tenuitvoerlegging van de Europese voorschriften?

3. Welke maatregelen zijn er intussen genomen om hieraan te verhelpen?

4. Heeft BelgiŽ op dit ogenblik de kaderrichtlijn en de vijf bijzondere richtlijnen helemaal omgezet in interne regelgeving?

5. Zo neen, welke punten moeten nog worden omgezet?

6. Welke concrete lacunes zijn er nog in de Belgische wetgeving en reglementering ten aanzien van de vereisten van de communautaire strategie?

7. Blijkt uit de cijfers van de arbeidsongevallen sinds 2006 dat risicogroepen als jongeren, tijdelijke werknemers en laaggekwalificeerde werknemers ook in BelgiŽ het hoogste risico lopen op arbeidsongevallen?

8. Is er dienaangaande een onderscheid tussen kleine en middelgrote bedrijven en grote ondernemingen?

9. Zijn er specifieke problemen in de overheidssector?