Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6986

van Philippe Fontaine (MR) d.d. 12 februari 2010

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

De Belgica - Lichting - Mogelijkheid - Belgische deelneming - Budget

Antarctica
boot
historische plaats

Chronologie

12/2/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/3/2010 )
12/3/2010 Antwoord

Vraag nr. 4-6986 d.d. 12 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

De Belgica is de walvisvaarder waarmee Adrien de Gerlache in 1896 Antarctica bereikte.

Na die beroemde expeditie heeft het schip allerlei lotgevallen gekend. Eerst voer het in de Noorse wateren ter gelegenheid van verschillende wetenschappelijke expedities naar Spitsbergen. Nadien verzekerde het onder een andere naam de reguliere verbinding tussen Spitsbergen en het noorden van Noorwegen. Het vervoerde daarbij grondstoffen, met name steenkool.

Na enkele andere bestemmingen en de vordering in 1940 door het Britse leger diende het als munitieopslagplaats. Het zonk tijdens een luchtaanval in de slag om Narvik.

Het wrak is begin de jaren negentig teruggevonden.

Er zou een plan bestaan om het wrak te lichten, een operatie die verantwoord is door de roem van het schip. Het wrak zou, hoewel gekoloniseerd door fauna en flora, zeer goed bewaard zijn, vooral de eiken structuren. Naar het schijnt zouden zelfs stukken als de stoomketel, door de Gerlache geďnstalleerd voor zijn expeditie naar de Antarctica, vrijwel intact zijn. De familie de Gerlache zou aan dit project kunnen deelnemen, onder meer om de eindbestemming van het wrak te onderzoeken.

Ik heb volgende vragen :

1. Het blijkt dat andere landen de wrakken van hun beroemde schepen hebben opgekocht om ze te lichten en op die manier de cruciale onderdelen van het maritieme erfgoed tentoon te stellen. Denkt u dat België zich in een dergelijk project kan storten? Hoe?

2. Om dit project tot een goed einde te brengen, moet men uiteraard over een budget kunnen beschikken. De kostprijs van de lichting en bewaring van het schip wordt geraamd op 60 miljoen euro. Kunt u daaraan deelnemen? Onder welke voorwaarden?

3. Is de opening van een dossier “Redding van de Belgica” denkbaar?

Antwoord ontvangen op 12 maart 2010 :

1. In aansluiting op het symposium en de workshop over de bewaring van historische scheepswrakken in de universiteit van Hasselt op 26 en 27 oktober 2009, hebben vijf experts onderzocht of het mogelijk is het wrak van de Belgica te bewaren. Hierna volgen hun conclusies :

- het hout van de Belgica is in zeer slechte staat en in veel slechtere staat dan de overblijfselen van het Zweedse oorlogsschip Vasa of die van de Mary Rose (het admiraalsschip van Hendrik VIII) ;

- het project om het scheepswrak te lichten, te bewaren en tentoon te stellen heeft weinig of geen kans van slagen ;

- het wrak zou (gedeeltelijk) afgebroken en dan opnieuw opgebouwd moeten worden, met buitensporige kosten tot gevolg ;

- het is erg onwaarschijnlijk dat er in het wrak andere aan de poolgeschiedenis gelinkte voorwerpen worden gevonden ;

- vanuit dat gezichtspunt zijn er heel wat interessantere schepen te redden ;

- bovendien zijn er voldoende scheepswrakken te bezichtigen op tentoonstellingen en te vinden in opslagruimtes.

2. De experts adviseren unaniem het wrak in situ te behouden (voor de Noorse kust), wat technisch en financieel interessanter is.

De Belgica kan dan uitgroeien tot een uniek overblijfsel en tot een wetenschappelijk platform voor het internationale wetenschappelijk onderzoek over de aantasting van de in wrakken aanwezige materialen en springstoffen. Passende maatregelen om de levensduur van het wrak te garanderen zijn uiteraard nodig, overeenkomstig het Verdrag inzake de bescherming van het cultureel erfgoed onder water.

De aanbeveling van de experts wordt ondersteund door de familie de Gerlache die de definitieve bestemming van het wrak moet goedkeuren.

3. De conclusie is dus dat België geen geld moet steken in het lichten van het wrak van de Belgica.

Het Federaal Wetenschapsbeleid vindt daarentegen dat het dossier betreffende de bouw van een nieuw onderzoeksschip voor de Noordzee (de Belgica), waarvan de kostprijs op zowat 50 miljoen euro wordt geraamd, voorrang verdient.