Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6292

van Els Schelfhout (CD&V) d.d. 10 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

International Monetary Fund (IMF) - Wereldbank - Hervorming van de raden van bestuur - Standpunt van België

Groep van meest geïndustrialiseerde landen
Internationaal Muntfonds
Overeenkomst van Bretton Woods
Wereldbank
ontwikkelingshulp

Chronologie

10/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 15/1/2010)
21/1/2010Antwoord

Vraag nr. 4-6292 d.d. 10 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verneem dat het voor België alle hens aan dek is om zijn zetels in de Bretton Woods instellingen (BWI) te beschermen tegen hervormingsplannen die binnen de G20 zouden circuleren.

Ik heb hierover een aantal vragen:

1. Wat is het Belgische standpunt over de hervorming van het bestuur van de BWI's? Werd dit standpunt officieel meegedeeld aan de civiele maatschappij in België?

2. Hoe werden de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Ontwikkelingssamenwerking betrokken bij deze standpuntbepaling? Meer algemeen: hoe verloopt de samenwerking met de Belgische minister van Buitenlandse Zaken over de voorgenomen hervorming van het bestuur van de G20? Wat is de precieze taakverdeling?

3. Aan welke officiële en informele vergaderingen over de hervorming van het bestuur van de BWI's heeft de minister tot nog toe deelgenomen? Wie nam voor rekening van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën nog deel aan deze vergaderingen? Wie nam - desgevallend - deel voor rekening van de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Ontwikkelingssamenwerking?

4. Waarom kon Nederland wel en België niet lid van de G20 worden? Is het zo dat België door dit lidmaatschap te missen zijn lot niet meer in eigen handen heeft wat de zetelverdeling in de BWI's betreft? Op welke manier werkt België met Nederland samen om een gemeenschappelijk standpunt in de G20 voor te bereiden? Meent de geachte minister dat een sterkere samenwerking met Nederland aangewezen is?

5. Wordt binnen zijn standpuntbepalingen ook aandacht besteed aan een dringende betere vertegenwoordiging van de directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) in het bestuur van de BWI's? Gesteld dat België zich verplicht zou zien zijn vertegenwoordiging in de BWI's terug te schroeven door een beslissing binnen de G20, dan nog zal het ambtenaren kunnen blijven afvaardigen naar deze instelling, al dan niet op permanente basis. De bezorgdheid van een formele deelname aan deze vertegenwoordiging door DGOS is dus geenszins een achterhoedegevecht.

6. Wat vindt de minister van onze mening dat het voor het algemeen belang en vanuit ons wereldburgerschap toe te juichen is dat reuzen (qua bevolking en weldra ook qua economie) als Brazilië, India, China, Mexico, Pakistan, Vietnam en Indonesië een betere vertegenwoordiging zullen krijgen in de BWI's? En dat het vrij normaal is dat dit deels ten koste van de vertegenwoordiging van België en andere kleine Europese landen (Nederland, Zwitserland en de groep van de Scandinavische landen) zal gaan, landen die tot op vandaag elk de leiding hebben van een van de vierentwintig zetels binnen zowel het International Monetary Fund (IMF) als de Wereldbank?

Antwoord ontvangen op 21 januari 2010 :

1. België heeft zich uitgesproken ten gunste van een hervorming van de vertegenwoordiging bij het International Monetary Fund (IMF) en bij de Wereldbank, zodat deze beide instellingen een realistischer beeld weergeven van de wereldeconomie en aldus aan legitimiteit en doeltreffendheid winnen. België hecht er echter veel belang aan dat de hervorming wordt doorgevoerd aan de hand van objectieve criteria die overeenstemmen met de opdracht van beide instellingen en met de bereidheid van de Staten om bij te dragen tot de goede werking van deze instellingen.

Dit Belgische standpunt stemt overeen met de gemeenschappelijke standpunten die in het kader van de Europese Unie (EU) aangenomen werden ter voorbereiding van de topbijeenkomsten en de vergaderingen van de ministers van Financiën van de G20. Het werd verwoord in de toespraken die namens België werden gehouden op de tweejaarlijkse vergaderingen van het « Internationaal Monetair en Financieel Comité » (IMFC) en van het «  Development Committee » van de BWI’s.

2. Voor elke topbijeenkomst en elke vergadering van de ministers van Financiën van de G20, plegen de lidstaten van de EU en de Commissie overleg over de verschillende punten die op de agenda staan, inclusief de hervorming van de Bretton Woods instellingen. Het standpunt dat België op deze Europese bijeenkomsten inneemt, wordt vooraf vastgelegd. Dit gebeurt op de coördinatievergaderingen die worden georganiseerd door de directie-generaal Europese Zaken van de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken waaraan wordt deelgenomen door de administraties en strategische beleidscellen van de betrokken departementen, zoals Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, Financiën en door de Nationale Bank.

3. De vergaderingen op ministerieel niveau worden tweemaal per jaar gehouden bij de BWI’s, in het kader van het « Internationaal Monetair en Financieel Comité » (IMFC) en van het « Development Committee ». De regering wordt er doorgaans vertegenwoordigd door de minister van Financiën. Ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking maken ook deel uit van de Belgische delegatie.

4. De G20 op het niveau van de ministers van Financiën en de gouverneurs van de centrale banken bestaat sinds 1999. Nederland en Spanje maakten geen deel uit van deze informele groep. We hebben nochtans vastgesteld dat de eerste ministers van deze landen tot nog toe op ad hoc basis werden uitgenodigd op de topbijeenkomsten van de G20 die sinds 2008 plaatsvinden. Het is niet erg duidelijk welke status beide landen binnen de G20 hebben omdat hun namen niet voorkomen op de officiële documenten of persverklaringen van de G20.

Dat er nu voor de vergaderingen van de G20 een coördinatie op Europees niveau in het leven werd geroepen, stemt België tevreden. Ze is voor België de enige manier om deel te nemen aan de G20 via de voorzitterschappen van de Raad en de Commissie, die op de topbijeenkomsten worden uitgenodigd. Wij rekenen erop dat de EU-vertegenwoordiging op deze topbijeenkomsten nog zal worden verbeterd als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Op bilateraal niveau voeren we met een aantal partnerlanden, onder andere Nederland, een dialoog over de vraagstukken die onder de G20 ressorteren, vooral wat de hervorming van de Bretton Woods instellingen betreft. Ondanks het feit dat de G20 uit invloedrijke landen bestaat, is deze niet bij machte om deze instellingen te hervormen. Beslissingen in dit verband dienen in het raam van de collectieve organen getroffen te worden die door de statuten van deze instellingen aangeduid zijn. Zulke beslissingen kunnen soms pas in voege treden als zij door een gekwalificeerde meerderheid geratificeerd zijn geworden.

5. Voor wat betreft de bevoegdheidsverdeling tussen de Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) en het departement Financiën bij de vertegenwoordiging in het bestuur van de Bretton Woods instellingen en de Belgische standpuntbepaling ter zake verwijs ik het geachte lid graag naar het antwoord van de minister van Ontwikkelingssamenwerking op haar schriftelijke vraag nr. 4-3853 van 17 juli 2009. Zoals ook in dat antwoord is aangegeven, bestaat er op verschillende niveaus een toegenomen samenwerking tussen beide departementen.

6. Het is aangewezen dat de groeilanden en de ontwikkelingslanden beter worden vertegenwoordigd binnen de Bretton Woods Instellingen. Een betere vertegenwoordiging van deze landen verhoogt de legitimiteit en de doeltreffendheid van deze instellingen.

Het is ook van belang dat de Bretton Woods instellingen organisaties blijven waarbinnen het multilateralisme optimaal kan functioneren, rekening houdend met de bijdragecapaciteit van de Staten. Ons land kon zich in beginsel vinden in een mogelijke gemeenschappelijke EU-vertegenwoordiging binnen deze instellingen, maar moet vaststellen dat er wat dat betreft geen eensgezindheid heerst onder de lidstaten. Zolang er geen sprake kan zijn van een gemeenschappelijke vertegenwoordiging, wordt ons land vertegenwoordigd in het kader van een coalitie met verscheidene Staten. Dat België een van de vierentwintig zetels van de Raad van Bestuur van het IMF bekleedt, betekent niet dat het hier gaat om een nationale vertegenwoordiging. België vertegenwoordigt daar een groep van tien landen die het daarvoor hebben aangesteld.