Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5706

van Christine Defraigne (MR) d.d. 7 december 2009

aan de minister van Justitie

Gevangenissen - Brugge en Lantin - Afdeling voor uitvoering van individueel bijzonder veiligheidsregime - Eventueel reglement van interne orde- Inhoud

strafgevangenis
strafstelsel
gedetineerde

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
3/2/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4796

Vraag nr. 4-5706 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

De krant De Morgen hekelde bijna een jaar geleden de erbarmelijke omstandigheden waarin de gedetineerden leven in de “afdeling voor de uitvoering van het individuele bijzondere veiligheidsregime” in de gevangenissen van Brugge en Lantin.

Die afdeling, waar men volgens de advocaten in terechtkomt na een rondwandeling in gangen van een kilometer lang met controleposten, werd bijna twee jaar geleden opgericht en is toegevoegd aan het “bijzondere regime” dat al bestond voor de zware misdadigers.

In Brugge zou die zwaar beveiligde afdeling bestaan uit tien cellen en 31 bewakers. De detentievoorwaarden zouden de volgende zijn : geen contact met de buitenwereld; geen briefwisseling; geen bezoek, behalve streng gereglementeerd en bewaakt bezoek van de advocaat; dagelijks twee grondige fouilleringen op het lichaam en inspectie van de cel, 23 op 24 uur volledig isolement met de toelating om een “wandeling” te maken in een soort kooi met traliewerk (om ontsnappingen per helicopter te voorkomen), hand- en enkelboeien.

De toenmalige minister van Justitie, Jo Vandeurzen, heeft de inhoud van het artikel in De Morgen, dat was gebaseerd op de getuigenis van een gevangene, volledig weerlegd. Volgens uw voorganger is het experiment overtuigend en is de houding van de gedetineerden ten opzichte van het personeel verbeterd.

De inrichting van dergelijke afdelingen is formeel niet verboden door de Belgische wetgeving. De wettekst is echter vrij vaag, wat de administatie een vrij grote manoeuvreerruimte biedt voor de toepassing ervan.

Ik had bijgevolg graag geweten op welke basis een gedetineerde in een afdeling voor de uitvoering van een individueel bijzonder veiligheidsregime kan worden geplaatst. Heeft de gevangenis een reglement van interne orde om de plaatsing in een zwaar beveiligde afdeling te rechtvaardigen? Zo ja, hoe kunnen we kennisnemen van de inhoud van dat reglement?

De parlementsleden hebben bezoekrecht in de Belgische gevangenissen om hun werking te kunnen observeren; het lijkt me dus normaal dat wij toegang kunnen hebben tot de regels die intern worden toegepast.

Antwoord ontvangen op 3 februari 2010 :

Op de afdeling bijzondere veiligheid in Brugge zijn de detentieomstandigheden niet zoals in de vraagstelling beschreven. Hetzelfde geldt voor Lantin.

Uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke of individuele activiteiten, systematische controle van de briefwisseling, beperking van bezoek tot glasbezoek, gedeeltelijke ontzegging van het gebruik van de telefoon, systematische toepassing van het onderzoek aan de kledij en verplicht verblijf op cel zijn voorbeelden van maatregelen die binnen deze afdelingen kunnen worden genomen, alsook in alle gevangenissen, in het kader van de toepassing van de controle- en veiligheidsmaatregelen bedoeld in de Titel VI, hoofdstuk III van de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden van 12 januari 2005. Deze maatregelen kunnen dus worden opgelegd, maar behoren niet standaard tot een individueel bijzonder veiligheidsregime. Dit moet geval per geval bekeken worden.

Bovendien vereist artikel 118, §2, van de basiswet dat elk van die maatregelen afzonderlijk en omstandig wordt gemotiveerd.

Beperkingen van de externe contacten worden dus slechts opgelegd binnen de grenzen van de wet.

Dagelijkse fouilleringen op het lichaam kunnen enkel bij individuele, gemotiveerde beslissing worden genomen.

Het gebruik van dwangmiddelen (bijvoorbeeld handboeien) is aan strikte voorwaarden gebonden en moet ook worden gemotiveerd. In een recente omzendbrief (19 november 2009) betreffende het gebruik van dwangmiddelen wordt de toe te passen procedure beschreven.

Ten slotte moet worden opgemerkt dat een individueel bijzonder veiligheidsregime een progressief regime is, dat aan evaluatie wordt onderworpen en kan worden versoepeld.

De directeur-generaal van het directoraat-generaal EPI neemt de beslissing tot plaatsing in een van de twee afdelingen bijzondere veiligheid, te Brugge of te Lantin. Het regime dat wordt toegepast hangt af van de geïndividualiseerde beslissing van de directeur-generaal, met inachtneming van de regels en de procedure (verhoor van de gedetineerde, medisch advies enz.), zoals beschreven in de artikelen 110 en volgende van de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden.

Het wettelijke en regelgevend kader is dus allesbehalve vaag.