Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4675

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 6 oktober 2009

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister

Vrachtvervoer - Cabotage - Controle op misbruiken

wegcabotage
wegvervoer
bestuurder
sociale dumping
concurrentiebeperking
Midden- en Oost-Europa
arbeidsinspectie
zwartwerk
verkeerscontrole

Chronologie

6/10/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/11/2009)
3/11/2009Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4672
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4673
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4674

Vraag nr. 4-4675 d.d. 6 oktober 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Cabotage betekent dat een transporteur, met een geldige communautaire vergunning, in een andere lidstaat intern transporten kan uitvoeren op tijdelijke basis. Hij moet er zelfs geen zetel of vestiging hebben. Cabotage werd toegelaten om het aantal "lege trajecten" te verminderen. Dit is een terechte bezorgdheid. Vrachtwagens die leeg terugkeren nadat ze hun waar hebben afgeleverd zijn alles behalve milieuvriendelijk.

Jammer genoeg verneem ik van diverse transportbedrijven uit mijn streek dat cabotage dikwijls aanleiding geeft tot misbruiken. Zo is er sprake van buitenlandse transporteurs die chauffeurs laten rijden zonder de loon- en arbeidsvoorwaarden te respecteren van het land waar de cabotage wordt uitgevoerd. Bovendien zouden bepaalde Belgische transporteurs via zogenaamde dochterbedrijven in lage-loonlanden de cabotageregeling misbruiken. Dit alles leidt tot oneerlijke concurrentie voor onze vrachtwagenchauffeurs alsook de eerlijke transportbedrijven in ons land.

De misbruiken op de cabotageregeling kan enkel worden aangepakt door de controles op het wegvervoer en de controles on the road uit te breiden met een controle op de loon- en arbeidsvoorwaarden zodat sociale fraude wordt tegengegaan.

De controles moeten geco÷rdineerd gebeuren met alle betrokken diensten. (Verkeerspolitie, sociale inspectiediensten, Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, FOD Mobiliteit...). Bovendien is het meer dan aangewezen dat deze kwestie wordt aangekaart op Europese niveau. Om achterpoortjes te sluiten wensen we ook dat de bestraffing bij overtreding van sociale en /of andere regels gebeurt in het land waar de overtreding werd vastgesteld.

Bij onze transportbedrijven zijn 60 000 chauffeurs werkzaam. Ik vraag dan ook dat oneerlijke concurrentie wordt geweerd en iedereen met gelijke wapens kan strijden.

Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Bent u op de hoogte van de misbruiken op de cabotageregeling waarbij buitenlandse transporteurs of buitenlandse dochters van Belgische transporteurs buitenlandse chauffeurs uit lage loonlanden uit het voormalige Oost Europa laten rijden zonder de loon- en arbeidsvoorwaarden te respecteren van het land waar de cabotage wordt uitgevoerd, in casu BelgiŰ? Zo ja, kan u verschillende fraudes uitvoerig toelichten en kan u aangeven hoe deze vorm van sociale fraude wordt aangepakt?

2) Kan u aangeven hoeveel controles er op de weg plaatsvonden op sociale fraude in de transportsector en misbruik van de cabotageregel in het bijzonder en dit op jaarbasis? Kan u tevens de controlecijfers van de laatste drie jaar weergeven?

3) Bent u op de hoogte van fraude op de cabotageregeling waarbij malafide transportfirmaĺs gebruik maken van buitenlandse chauffeurs met buitenlandse nummerplaten van zogenaamde 'zusterbedrijven' om aldus de bonafide transportbedrijven uit ons land uit de markt te prijzen door via sociale dumping de prijzen te ondermijnen en dit door de cabotageregeling te misbruiken? Zo ja, hoe wordt deze specifieke vorm van fraude aangepakt?

4) Kan u uitvoerig illustreren in hoeverre de controles op fraude op de cabotageregeling geco÷rdineerd gebeurt met alle betrokken diensten. (Verkeerspolitie, sociale inspectiediensten, RVA, FOD Mobiliteit...)? Gebeurt dit nu reeds en zo ja, kan dit cijfermatig worden ge´llustreerd? Zo neen, bent u bereid deze fraude op geco÷rdineerde wijze aan te pakken?

Antwoord ontvangen op 3 november 2009 :

Ik kan niet ontkennen dat Belgische vervoerondernemingen een concurrentieprobleem kennen ten overstaan van vervoerondernemingen uit Lidstaten met voordeliger loonkostvoorwaarden, die cabotage verrichten op Belgisch grondgebied. Ik zou deze activiteiten echter niet als misbruik of fraude durven bestempelen: deze vervoerondernemingen maken enkel gebruik van de door de Europese vervoerregelgeving geboden mogelijkheden om op tijdelijke basis cabotage te verrichten op het grondgebied van de andere Lidstaten. De huidige cabotageregeling (verordening nr. 3118/93 van 25 oktober 1993) verplicht vervoerondernemingen die cabotage verrichten op het grondgebied van een andere Lidstaat niet de in het gastland geldende loonvoorwaarden te respecteren. Dit zal evenmin het geval zijn in de nieuwe cabotageregeling die in de lente van 2010 in werking zal treden en opgenomen is in de nieuwe verordening inzake de toegang tot de markt van het internationaal goederenvervoer over de weg die binnenkort in het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden bekendgemaakt.

Om de concurrentiepositie van de Belgische vervoerondernemingen in de mate van het mogelijke te beschermen heb ik het initiatief genomen om de cabotagemogelijkheden op Belgisch grondgebied te beperken. Dientengevolge is sinds 20 augustus 2009 bij koninklijk besluit van 10 augustus 2009 cabotage in België enkel nog mogelijk aansluitend op een internationaal vervoer met een maximum van drie cabotageritten in een periode van ten hoogste zeven kalenderdagen.

De controle op sociale fraude in de transportsector behoort tot de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de FOD Sociale Zaken. Voor inlichtingen dienaangaande verwijs ik naar mijn collega’s die bevoegd zijn voor deze federale overheidsdiensten.

Voor het antwoord op zijn derde vraag verwijs ik het geachte Lid graag naar mijn antwoord op zijn eerste vraag. Bovendien mag hij toch niet uit het oog verliezen dat die zogenaamde “malafide transportbedrijven” moeten voldoen aan de toegangsvoorwaarden tot het beroep van vervoerondernemer in de Lidstaat waar zij gevestigd zijn om een communautaire vergunning te verkrijgen die hen toegang verschaft tot de binnenlandse vervoermarkt van de andere Lidstaten. Dit geldt eveneens voor dochter- of zusterbedrijven van Belgische vervoer-ondernemingen, die zich vestigen in een andere lidstaat en vanaf dat ogenblik beschouwd dienen te worden als buitenlandse vervoerondernemingen die onder dekking van een communautaire vergunning afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een andere Lidstaat cabotage kunnen verrichten op Belgisch grondgebied. Het concurrentienadeel dat daardoor ontstaat ten nadele van de Belgische vervoerondernemingen tracht ik, zoals reeds vermeld, aan te pakken door de cabotagemogelijkheden van deze vervoerondernemingen op Belgisch grondgebied drastisch in te perken.

Om de beperkingen van de cabotage te controleren heeft mijn administratie nauwkeurige instructies opgesteld voor alle diensten die controle op het wegvervoer verrichten. Deze instructies werden trouwens uitvoerig besproken tijdens het Directiecomité van het Actieplan voor de controle op het wegvervoer van 26 augustus 2009, waar alle betrokken controlediensten vertegenwoordigd waren. De controles op de cabotage kunnen op basis van deze instructies plaatsvinden tijdens een normale wegcontrole. Specifieke gecoördineerde acties op het terrein zijn niet noodzakelijk. Wel kregen alle controlediensten opdracht de gegevens betreffende de tijdens de wegcontroles vastgestelde inbreuken, met inbegrip van de identiteit van de Belgische opdrachtgever, mede te delen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer. Op basis van die informatie kan de controledienst van de FOD Mobiliteit en Vervoer gerichte bedrijfscontroles uitvoeren bij de opdrachtgevers. Deze laatsten kunnen immers medeverantwoordelijk gesteld worden voor de niet-naleving van de beperkingen inzake cabotage. Bij vaststelling van een inbreuk tijdens een wegcontrole kan de controlebeambte een boete van 1 800 euro opleggen per vastgesteld illegaal cabotagetransport. Tevens kan de controlebeambte het voertuig op kosten en risico van de overtreder ophouden totdat de lading is overgeladen op een ander voertuig of totdat het voertuig wordt in beslag genomen. Aangezien de cabotage-beperkingen pas sinds 20 augustus 2009 van toepassing zijn is het vandaag nog veel te vroeg om conclusies uit de eerste controleresultaten te trekken.