Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3122

van Alain Destexhe (MR) d.d. 27 februari 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Nosocomiale infecties - Hoger sterftecijfer - Maatregelen (Ziekenhuisbacterie)

ziekenhuis
infectieziekte
sterftecijfer
ziekenhuisopname
openbare gezondheidszorg
voorkoming van ziekten
ziekenhuisinfectie

Chronologie

27/2/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 2/4/2009 )
14/5/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3122 d.d. 27 februari 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Volgens een studie waarvan de resultaten verschenen zijn in Journal du médecin, zouden er in België jaarlijks 2625 meer sterftegevallen worden geregistreerd ten gevolge van nosocomiale infecties, wat zou overeenstemmen met een bijkomende uitgave van 400 miljoen euro. Kan de minister die cijfers bevestigen? Zo ja, welke concrete maatregelen zijn er genomen om dat type infectie te bestrijden?

Antwoord ontvangen op 14 mei 2009 :

De methodologie van deze studie is valide en we mogen er dan ook van uitgaan dat de resultaten betrouwbaar zijn. Ze liggen trouwens in de lijn van de verwachtingen. Uit deze studie bleek eveneens dat 6,2 % van de gehospitaliseerde patiënten getroffen worden door een ziekenhuisinfectie, wat perfect vergelijkbaar is met de prevalentiecijfers in andere Europese landen, die zich situeren tussen de 5 en 9 %.

De preventie van ziekenhuisinfecties is al langer een prioriteit voor mij. Onder andere via de Belgian Antibiotic Policy Coordination Committee (BAPCOC) en het federaal platform voor ziekenhuishygiëne werden de voorbije jaren dan ook reeds enkele belangrijke initiatieven genomen.

Allereerst werden er lokale en nationale overkoepelende structuren gecreërd, met name negen regionale platforms voor ziekenhuishygiëne en het federaal platform voor ziekenhuishygiëne binnen de schoot van BAPCOC. Deze platforms verzekeren de samenwerking en coördinatie van initiatieven zowel op regionaal als op nationaal niveau, met een duidelijke kwaliteitsverbetering tot gevolg. Bovendien vormen deze platforms de ideale kanalen voor snelle doorstroming van informatie tussen de overheid en de mensen op het terrein, en dit in beide richtingen.

In 2004 heeft het federaal platform voor ziekenhuishygiëne haar ‘Beleidsplan betreffende de reorganisatie van ziekenhuishygiëne in de Belgische instellingen’ overgemaakt aan de toenmalige minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Op basis van dit advies en een vergelijkbare tekst van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen en vroedvrouwen (NVKVV), verschenen in 2007 nieuwe normen voor ziekenhuishygiëne. Bovendien werd de financiering voor ziekenhuishygiëne in de acute ziekenhuizen verhoogd met een bedrag van 4,3 miljoen euro.

Aangezien handhygiëne het meest efficiënte middel is om ziekenhuisinfecties te voorkomen, werden reeds twee nationale campagnes ter bevordering van de handhygiëne georganiseerd in de Belgische ziekenhuizen – in 2005 en 2007 – telkens met een budget van circa 125 000 euro. Beide campagnes werden een groot succes, zowel in termen van deelname (vrijwillig) – 97 % van de acute ziekenhuizen – als in termen van resultaten – de naleving van de handhygiënevoorschriften steeg van 50 % naar 70 %. De derde campagne is trouwens momenteel aan de gang.

In 2006 werd deelname aan de registratie van ziekenhuisinfecties door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) verplicht gemaakt. De aangeboden protocols werden eveneens aangevuld met registratie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA), Clostridium difficile en multiresistente Enterobacteriaceae.

We mogen bovendien stellen dat de combinatie van al deze initiatieven zijn uitwerking niet heeft gemist. Zo zien we in de Belgische acute ziekenhuizen de laatste jaren een gunstige evolutie voor MRSA. Sinds 2003 daalt immers zowel de incidentie van nosocomiale MRSA (MRSA/1 000 opnames) als het resistentiecijfer (procentueel aandeel van MRSA in alle Staphylococcus aureus-isolaten).

Er is echter nog steeds vooruitgang te boeken. Met name in de chronische en psychiatrische ziekenhuizen en in de woon- en zorgcentra is er nood aan bijkomende initiatieven ter bestrijding van de zorginfecties. Immers, niet enkele de acute ziekenhuizen, maar ook de chronische en psychiatrische ziekenhuizen worden met ziekenhuisinfecties geconfronteerd. Het is duidelijk dat ook deze ziekenhuizen voldoende middelen moeten krijgen om met de nodige expertise en professionaliteit deze infecties te bestrijden. De huidige financiering volstaat echter niet om dit doel ten volle te realiseren. Daarom heeft een werkgroep van het federaal platform een ‘Voorstel voor de minimale bestaffing van teams voor ziekenhuishygiëne in gespecialiseerde, geriatrische en psychiatrische ziekenhuizen’ uitgewerkt. De realisatie van dit voorstel, waaraan een kostenplaatje van 4,7 miljoen euro verbonden is, is een prioriteit op korte termijn.

Daarnaast zijn zorginfecties niet langer beperkt tot ziekenhuizen. Door de intense uitwisseling van patiënten worden ook woon- en zorgcentra steeds meer met deze problematiek geconfronteerd. Deze instellingen beschikken momenteel echter niet over de vereiste structuren en expertise om adequaat in te spelen op deze situatie. Daarom heeft een andere werkgroep van het federaal platform een ‘Voorstel voor een wetgevend initiatief voor de beheersing van zorginfecties in Woon- en Zorgcentra’ uitgewerkt. Samen met mijn collega’s van de gewesten en gemeenschappen heb ik onlangs besloten om dit voorstel te evalueren aan de hand van vier pilootprojecten die dit jaar zullen starten. Hiervoor maak ik een budget vrij van 400 000 euro.

Daarnaast werd reeds vanaf 1 juli 2008 de RIZIV-financiering aangepast. Producten en materiaal ter voorkoming van nosocomiale ziekten worden gefinancierd à rato van 0,06 euro per rechthebbende per dag (2,7 miljoen euro op jaarbasis)