Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1030

van Alain Destexhe (MR) d.d. 3 juni 2008

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Psychiatrische verzorgingstehuizen - Bedragen toegekend aan bewoners - Aanwending - Controle

psychiatrische inrichting
geestelijk gehandicapte
sociale bijstand

Chronologie

3/6/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/7/2008 )
5/11/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-1030 d.d. 3 juni 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

Artikel 38, §4, van het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen, vervangen door het koninklijk besluit van 13 december 2002 bepaalt: “Iedere bewoner moet over een minimaal maandbedrag van 148,74 euro beschikken dat dient als zakgeld uitsluitend voor persoonlijke doeleinden.

Dit bedrag is niet bestemd om de aankoop, de was, het onderhoud en de herstelling van kleding, schoenen, bril en prothesen te dekken, noch de kosten betreffende het persoonlijk financieel aandeel van de bewoner in de zorg, behandeling en medicamenten, noch die betreffende het incontinentiemateriaal en ander zorgmateriaal of die betreffende het aandeel in de opnemingsprijs dat ten laste van de bewoner blijft, noch die betreffende de franchise van de familiale verzekering en burgerlijke aansprakelijk-heidsverzekering, noch die betreffende de eventuele vergoeding van de voorlopige bewindvoering krachtens het artikel 488bis-H van het Strafwetboek”.

In de toelichting bij dit besluit lezen we dat dit bedrag moet dienen om de zelfstandigheid van de bewoners van een psychiatrisch verzorgingstehuis te verhogen.

Sommige bewoners van die instellingen zijn niet zelfstandig genoeg meer om, zelfs begeleid, het gebouw waarin ze verblijven te verlaten. Ik verneem dat men weigert om de bewindvoerders van die mensen enige uitleg of verantwoording te geven over de manier waarop die bedragen worden uitgegeven en dat men dreigt hun mandaat af te nemen als ze weigeren om te betalen.

Kunt u mij bevestigen dat artikel 38, §4, van voormeld koninklijk besluit ook van toepassing is op de bewoners met een beperkte zelfstandigheid? Bestaan er procedures of onafhankelijke audits om na te gaan waaraan de instellingen die deze bedragen ontvangen dat geld besteden, zonder dat op de betrokkenen enige druk of bedreiging wordt uitgeoefend?

Antwoord ontvangen op 5 november 2008 :

In antwoord op de vraag in verband met artikel 38, §4, van het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen, kan ik bevestigen dat deze bepaling die stelt dat iedere bewoner moet beschikken over een minimaal maandbedrag van 148,74 euro als zakgeld dat uitsluitend dient voor persoonlijke doeleinden wel degelijk van toepassing is op mensen met een beperkte zelfredzaamheid.

Er bestaan geen procedures of onafhankelijke audits die het mogelijk maken het gebruik van de desbetreffende sommen door de instellingen die ze ontvangen te controleren.