| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Session 2025-2026 | Zitting 2025-2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| 29 mai 2026 | 29 mei 2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question écrite n° 8-500 | Schriftelijke vraag nr. 8-500 | ||||
de Thierry Witsel (PS) |
van Thierry Witsel (PS) |
||||
à la ministre de l'Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l'Etat, du Numérique et de la Politique scientifique |
aan de minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid |
||||
| ________ | ________ | ||||
| Voitures autonomes - Données générées - Souveraineté, protection et hébergement sécurisé - Utilisation commerciale abusive - Garanties - Systèmes d'intelligence artificielle «à haut risque» - Supervision - Algorithmes - Transparence | Zelfrijdende voertuigen - Gegenereerde gegevens - Soevereiniteit, bescherming en beveiligde opslag - Commercieel misbruik - Waarborgen - Hoogrisico-AI-systemen - Toezicht - Algoritmen - Transparantie | ||||
| ________ | ________ | ||||
| ________ | ________ | ||||
|
|
||||
| ________ | ________ | ||||
| Question n° 8-500 du 29 mai 2026 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-500 d.d. 29 mei 2026 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
L'émergence des voitures autonomes marque une transformation profonde de la mobilité contemporaine. Ces véhicules, reposant sur l'intelligence artificielle, les capteurs et les données massives, promettent une réduction des accidents, une optimisation du trafic et une accessibilité accrue pour les personnes à mobilité réduite. Selon la Commission européenne, l'automatisation des transports pourrait contribuer à diminuer significativement les erreurs humaines, responsables de près de 90 % des accidents de la route. Toutefois, cette évolution technologique soulève des enjeux majeurs en matière de responsabilité juridique. En cas d'accident impliquant un véhicule autonome, la distinction entre conducteur, constructeur et concepteur du logiciel devient floue. Le cadre juridique actuel, fondé sur la responsabilité du conducteur, semble inadapté à ces nouvelles réalités. Le règlement européen 2019/2144 «Global Safety Regulation 2» (GSR2, règlement (UE) 2019/2144 du Parlement européen et du Conseil du 27 novembre 2019 relatif aux prescriptions applicables à la réception par type des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que des systèmes, composants et entités techniques distinctes destinés à ces véhicules, en ce qui concerne leur sécurité générale et la protection des occupants des véhicules et des usagers vulnérables de la route) impose dès 2026 des dispositifs de sécurité avancés, dont les enregistreurs de données («Event Data Recorder», EDR), afin de mieux comprendre les accidents. Par ailleurs, les véhicules autonomes collectent une quantité massive de données, soulevant des inquiétudes en matière de protection de la vie privée. Le règlement général sur la protection des données (RGPD) impose des règles strictes, mais leur application concrète dans le contexte des véhicules connectés reste complexe, notamment concernant l'anonymisation des données et leur accès par les autorités. Enfin, l'acceptabilité sociale constitue un défi. Selon l'Institut Vias, une partie importante de la population belge reste méfiante vis-à-vis des véhicules autonomes. Cette défiance souligne la nécessité d'un accompagnement pédagogique et réglementaire. À ces enjeux s'ajoutent également des questions de cybersécurité et de souveraineté numérique. Les véhicules autonomes étant connectés en permanence, ils peuvent devenir des cibles potentielles de cyberattaques ou de captation massive de données sensibles. Cette approche technologique converge vers un même impératif: la nécessité d'un cadre politique cohérent et anticipatif. La sécurité juridique, la protection des données, la cybersécurité et la responsabilité doivent être clarifiées pour garantir la confiance des citoyens. Ainsi, la voiture autonome ne doit pas être pensée uniquement comme une innovation industrielle, mais comme un outil de politique publique nécessitant une coordination entre les niveaux belge et européen. 1) Quelles garanties la Belgique entend-elle mettre en place afin d'assurer la souveraineté, la protection et l'hébergement sécurisé des données générées par les véhicules autonomes circulant sur son territoire? 2) Quelles garanties la Belgique offre-t-elle pour éviter une utilisation commerciale abusive des données ou une exploitation à des fins de surveillance? 3) Comment la Belgique entend-elle organiser la supervision des systèmes d'intelligence artificielle considérés comme «à haut risque» dans le cadre du règlement sur l'intelligence artificielle, notamment en matière de transparence, de sécurité et d'absence de biais? 4) Comment sera assurée la transparence des algorithmes utilisés dans les véhicules autonomes circulant sur le territoire belge? |
De opkomst van zelfrijdende voertuigen betekent een ingrijpende verandering voor de hedendaagse mobiliteit. Deze voertuigen, die gebruikmaken van artificiële intelligentie, sensoren en grote hoeveelheden gegevens, beloven een vermindering van het aantal ongevallen, een optimalisering van de verkeersdoorstroming en een betere toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit. Volgens de Europese Commissie zou geautomatiseerd vervoer menselijke fouten, die verantwoordelijk zijn voor bijna 90 % van de verkeersongevallen, aanzienlijk kunnen verminderen. Deze technologische evolutie roept echter belangrijke vragen op inzake juridische aansprakelijkheid. In geval van een ongeval waarbij een zelfrijdend voertuig betrokken is, vervaagt het onderscheid tussen bestuurder, constructeur en softwareontwikkelaar. Het huidige wettelijke kader, dat gebaseerd is op de aansprakelijkheid van de bestuurder, lijkt onvoldoende aangepast aan deze nieuwe realiteit. De Europese verordening 2019/2144 «Global Safety Regulation 2» (GSR2, verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft) legt vanaf 2026 geavanceerde veiligheidsvoorzieningen op, waaronder gegevensrecorders («Event Data Recorders» of EDR), om een beter inzicht te krijgen in ongevallen. Daarnaast verzamelen zelfrijdende voertuigen enorme hoeveelheden gegevens, wat bezorgdheid doet ontstaan over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) legt strikte regels op, maar de praktische toepassing ervan in de context van geconnecteerde voertuigen blijft complex, met name wat de anonimisering van de gegevens en de toegang ertoe door de autoriteiten betreft. Tot slot vormt ook de maatschappelijke aanvaarding een uitdaging. Volgens het Vias Instituut blijft een aanzienlijk deel van de Belgische bevolking wantrouwig tegenover zelfrijdende voertuigen. Dit wantrouwen toont aan dat een pedagogische en regelgevende begeleiding noodzakelijk is. Daar komen nog vraagstukken rond cyberveiligheid en digitale soevereiniteit bij. Omdat zelfrijdende voertuigen permanent verbonden zijn, kunnen ze een potentieel doelwit worden voor cyberaanvallen of het op grote schaal verzamelen van gevoelige gegevens. Al deze technologische ontwikkelingen leiden tot dezelfde noodzaak: een coherent en toekomstgericht beleidskader. Rechtszekerheid, gegevensbescherming, cyberveiligheid en aansprakelijkheid zijn aspecten die moeten worden verduidelijkt om het vertrouwen van de burgers veilig te stellen. De zelfrijdende wagen mag dan ook niet uitsluitend worden beschouwd als een industriële innovatie, maar ook als een beleidsinstrument dat coördinatie vereist tussen het Belgische en het Europese niveau. 1) Welke waarborgen wil België invoeren om de soevereiniteit, de bescherming en de beveiligde opslag te garanderen van de gegevens die worden gegenereerd door zelfrijdende voertuigen die op zijn grondgebied rijden? 2) Welke waarborgen biedt België om te voorkomen dat deze gegevens worden misbruikt voor commerciële doeleinden of worden aangewend voor monitoringdoeleinden? 3) Hoe wil België het toezicht organiseren op artificiële-intelligentiesystemen die in het kader van de AI-verordening als «hoog risico» worden beschouwd, met name wat transparantie, veiligheid en de afwezigheid van vooringenomenheid betreft? 4) Hoe zal de transparantie worden gewaarborgd van de algoritmen die worden gebruikt in zelfrijdende voertuigen die op het Belgische grondgebied circuleren? |