SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2025-2026 Zitting 2025-2026
________________
7 mai 2026 7 mei 2026
________________
Question écrite n° 8-466 Schriftelijke vraag nr. 8-466

de Özlem Özen (PS)

van Özlem Özen (PS)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Risques psychosociaux (RPS) - Impact sur la santé publique - Données - Plans de santé mentale et de prévention - Concertation avec les entités fédérées - Réflexion sur l'organisation du travail - Incitants - Impacts financiers des RPS - Évaluation Psychosociale risico's (PSR) - Impact op de volksgezondheid - Gegevens - Plannen geestelijke gezondheid en preventie - Overleg met de deelstaten - Reflectie over werkorganisatie - Stimulansen - Financiële impact van PSR - Evaluatie 
________________
________ ________
7/5/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 11/6/2026)
7/5/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 11/6/2026)
________ ________
Question n° 8-466 du 7 mai 2026 : (Question posée en français) Vraag nr. 8-466 d.d. 7 mei 2026 : (Vraag gesteld in het Frans)

Un récent rapport de l'Organisation internationale du travail (OIT) tire la sonnette d'alarme: plus de 840 000 décès annuels dans le monde sont imputables aux risques psychosociaux (RPS) liés au travail.

Longues heures, insécurité de l'emploi et harcèlement ne sont plus seulement des problématiques de gestion des ressources humaines, mais de véritables fléaux de santé publique, causant des maladies cardiovasculaires, des troubles mentaux, voire même des suicides.

Au niveau mondial, ces risques représentent une perte de 45 millions d'années de vie en bonne santé et un coût économique estimé à 1,37 % du produit intérieur brut (PIB).

En Belgique, alors que l'épuisement professionnel et le stress chronique saturent nos systèmes de soins et pèsent sur l'assurance maladie-invalidité, l'approche préventive semble encore trop fragmentée.

Au regard des chiffres inquiétants susmentionnés, je souhaite vous poser les questions suivantes:

1) Le service public fédéral (SPF) Emploi ou le SPF Santé publique, voire les deux, disposent-ils de données actualisées permettant de quantifier, en Belgique, la part des maladies cardiovasculaires et des pathologies mentales directement liée aux conditions de travail? Les cas échéants, disposez-vous de données ventilées selon les Régions et Communautés?

2) Existe-t-il un lieu de concertation structurée avec les ministres régionaux et communautaires de la Santé pour intégrer la lutte contre les RPS dans les plans globaux de santé mentale et de prévention?

3) Le rapport de l'OIT préconise de s'attaquer aux causes organisationnelles plutôt qu'aux symptômes individuels. Quelles mesures le gouvernement belge compte-t-il prendre pour inciter les entreprises belges à repenser l'organisation du travail (aménagement du temps de travail effectif, déconnexion, lutte contre la précarité des contrats) plutôt que de simplement proposer des solutions de «bien-être» individuelles? Quels contacts avez-vous déjà pu établir à ce sujet avec votre homologue Monsieur David Clarinval, vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et de l'Agriculture?

4) Le gouvernement a-t-il évalué l'impact financier que représentent les RPS pour l'assurance maladie-invalidité? Une modulation des cotisations patronales en fonction des efforts réels de prévention en entreprise est-elle à l'étude?

5) Enfin, comptez-vous renforcer les moyens de l'Inspection du travail (Contrôle du bien-être au travail) spécifiquement sur le volet psychosocial, afin de passer d'une logique de réaction après plainte à une logique de prévention plus proactive?

Le caractère transversal de cette question est indéniable: si la santé publique et l'assurance maladie relèvent du niveau fédéral, la médecine préventive et l'aide sociale incombent aux entités fédérées.

 

Een recent rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) trekt aan de alarmbel: wereldwijd zijn meer dan 840 000 sterfgevallen per jaar toe te schrijven aan werkgerelateerde psychosociale risico's (PSR).

Lange werkdagen, onzekere banen en pesterijen zijn niet langer alleen uitdagingen op het vlak van personeelsbeleid, maar ernstige volksgezondheidsproblemen die hart- en vaatziekten, mentale stoornissen en zelfs zelfdodingen veroorzaken.

Wereldwijd leiden deze risico's tot een verlies van 45 miljoen gezonde levensjaren en tot een economische kost die wordt geraamd op 1,37 % van het bruto binnenlands product (bbp).

Terwijl burn-out en chronische stress onze gezondheidszorg overbelasten en de ziekte- en invaliditeitsverzekering onder druk zetten, lijkt de preventieve aanpak in België nog te gefragmenteerd.

In het licht van de bovenstaande zorgwekkende cijfers zou ik u de volgende vragen willen stellen:

1) Beschikt de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid of de FOD Volksgezondheid, of beide, over geactualiseerde gegevens waarmee het aandeel van hart- en vaatziekten en mentale aandoeningen in België dat rechtstreeks verband houdt met de arbeidsomstandigheden kan worden gekwantificeerd? Zo ja, beschikt u over gegevens uitgesplitst per Gewest en Gemeenschap?

2) Bestaat er een structureel overlegorgaan met de gewest- en gemeenschapsministers van Volksgezondheid om de strijd tegen PSR te integreren in de globale plannen inzake geestelijke gezondheid en preventie?

3) Het rapport van de IAO beveelt aan om de organisatorische oorzaken aan te pakken in plaats van de individuele symptomen. Welke maatregelen is de Belgische regering van plan te nemen om Belgische ondernemingen aan te moedigen de werkorganisatie te herzien (organisatie van de effectieve werktijd, recht op deconnectie, strijd tegen onzekere contracten) in plaats van enkel individuele «welzijnsoplossingen» aan te bieden? Welke contacten heeft u hierover al gehad met uw collega, de heer David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw?

4) Heeft de regering de financiële impact geëvalueerd die PSR vertegenwoordigen voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering? Wordt een modulering van de werkgeversbijdragen onderzocht om rekening te houden met de reële inspanningen van ondernemingen op het gebied van preventie?

5) Bent u ten slotte van plan de middelen van de Arbeidsinspectie (Toezicht op het Welzijn op het Werk) te verhogen, specifiek voor het psychosociale aspect, om over te stappen van een logica van reactie na klacht naar een meer proactieve preventiebenadering?

De transversale aard van deze vraag staat buiten kijf: terwijl volksgezondheid en ziekteverzekering tot de federale bevoegdheden behoren, vallen preventieve geneeskunde en maatschappelijke hulpverlening onder de bevoegdheid van de deelstaten.