SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2025-2026 Zitting 2025-2026
________________
7 mai 2026 7 mei 2026
________________
Question écrite n° 8-462 Schriftelijke vraag nr. 8-462

de Özlem Özen (PS)

van Özlem Özen (PS)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Produits cosmétiques - Substances CMR - Régulation européenne - Assouplissement - Conseil de l'UE - Négociations - Position de la Belgique - Résolution nº 8-87/6 du Sénat - Recommandations - Mise en œuvre - Concertation avec les entités fédérées Cosmetische producten - CMR-stoffen - Europese regelgeving - Versoepeling - Raad van de EU - Onderhandelingen - Standpunt van België - Resolutie nr. 8-87/6 van de Senaat - Aanbevelingen - Uitvoering - Overleg met de deelstaten 
________________
________ ________
7/5/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 11/6/2026)
7/5/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 11/6/2026)
________ ________
Question n° 8-462 du 7 mai 2026 : (Question posée en français) Vraag nr. 8-462 d.d. 7 mei 2026 : (Vraag gesteld in het Frans)

Le 15 avril 2026, la commission Environnement du Parlement européen a validé une proposition de compromis concernant le règlement «Omnibus VI».

Ce compromis vise à modifier la gestion des substances chimiques dans nos produits d'hygiène et de soin.

Sous couvert de «simplification administrative» et de «compétitivité», nous assistons à une remise en cause alarmante du principe de précaution. Une mesure qui pourrait impacter dramatiquement la santé de beaucoup de consommateurs belges.

Actuellement, lorsqu'une substance est classée comme cancérogène, mutagène ou reprotoxique (substance dite CMR), elle doit être retirée du marché dans un délai de dix-huit mois.

Aujourd'hui, la Commission européenne propose de porter ce délai à cinq ans, tandis que le Parlement européen semble plutôt s'orienter vers un compromis de trente-trois mois, pouvant aller jusqu'à soixante-six mois en cas de dérogation.

Au Sénat, nous avons travaillé activement sur les causes environnementales des cancers, et notamment du cancer du sein. Une résolution visant à une meilleure prise en compte des facteurs environnementaux dans la lutte contre le cancer du sein – initiée par le groupe socialiste – a d'ailleurs été adoptée par le Sénat le 6 mars 2026 (doc. Sénat, nº 8-87/6).

Nous savons que l'exposition répétée, même à faible dose, à des perturbateurs endocriniens et des substances CMR présents dans les shampoings, dentifrices ou crèmes, joue un rôle déterminant dans l'explosion de maladies graves telles que les cancers.

En ajoutant les délais de classification aux délais de retrait, il pourrait s'écouler près de dix ans entre l'identification d'un danger et l'interdiction réelle du produit. C'est une durée inacceptable pour la santé de nos concitoyens et concitoyennes.

1) Quelle sera la position de la Belgique lors des négociations finales au sein du Conseil de l'Union européenne (UE)? Le gouvernement fédéral soutiendra-t-il le maintien du délai strict de dix-huit mois pour le retrait des substances CMR?

2) Comment le gouvernement fédéral compte-t-il s'opposer à l'élargissement excessif des dérogations qui permettrait aux industriels de maintenir ces substances toxiques sur le marché au mépris de la santé publique?

3) Alors que les liens entre substances chimiques cosmétiques et cancers hormono-dépendants sont de plus en plus documentés, la Belgique ne devrait-elle pas jouer un rôle de chef de file européen pour exiger une protection accrue plutôt qu'un alignement sur les intérêts financiers des groupes de pression («lobbies») de la chimie?

4) Suite à l'adoption de la résolution au Sénat, quels contacts avez-vous eus avec les entités fédérées pour mettre en œuvre les quarante-deux recommandations de ce texte?

Le caractère transversal de cette question est indéniable: si la santé publique et l'assurance maladie relèvent du niveau fédéral, la médecine préventive et l'aide sociale incombent aux entités fédérées.

 

Op 15 april 2026 heeft de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid van het Europees Parlement een compromisvoorstel inzake het «Omnibus VI»-pakket goedgekeurd.

Dit compromis heeft tot doel om de regeling met betrekking tot de aanwezigheid van chemische stoffen in onze hygiëne- en verzorgingsproducten te wijzigen.

Onder het mom van «administratieve vereenvoudiging» en «concurrentievermogen» zijn we getuige van een alarmerende uitholling van het voorzorgsbeginsel. Een maatregel die dramatische gevolgen zou kunnen hebben voor de gezondheid van tal van Belgische consumenten.

Op dit moment moet een stof die is geclassificeerd als carcinogeen, mutageen of reprotoxisch (een zogenaamde CMR-stof) binnen een termijn van achttien maanden van de markt worden gehaald.

De Europese Commissie stelt nu voor om deze periode te verlengen tot vijf jaar, terwijl het Europees Parlement lijkt aan te sturen op een compromis van 33 maanden, een termijn die in geval van afwijking kan oplopen tot 66 maanden.

In de Senaat hebben wij actief gewerkt rond de milieuoorzaken van kanker, met name borstkanker. Een resolutie teneinde meer rekening te houden met milieufactoren in de strijd tegen borstkanker - ingediend door de socialistische fractie – werd overigens door de Senaat aangenomen op 6 maart 2026 (doc. Senaat, nr. 8-87/6).

We weten dat herhaalde blootstelling, zelfs in lage doses, aan hormoonverstorende stoffen en CMR-stoffen in shampoos, tandpasta's en crèmes een bepalende rol speelt in de sterke toename van ernstige ziekten zoals kanker.

Als we de classificatietermijnen optellen bij de termijnen voor terugtrekking van de markt, kan er bijna tien jaar verstrijken tussen de identificatie van een gevaar en het daadwerkelijke verbod op het product. Dat is onaanvaardbaar lang voor de gezondheid van onze medeburgers.

1) Welk standpunt zal België innemen tijdens de finale onderhandelingen binnen de Raad van de Europese Unie (EU)? Zal de federale overheid het behoud van de strikte termijn van achttien maanden voor het uit de handel nemen van CMR-stoffen steunen?

2) Hoe denkt de federale regering zich te verzetten tegen de buitensporige uitbreiding van afwijkingen, waardoor fabrikanten deze giftige stoffen op de markt kunnen houden ten koste van de volksgezondheid?

3) De verbanden tussen chemische stoffen in cosmetica en hormoongevoelige kankers worden steeds beter gedocumenteerd. Zou België dan geen voortrekkersrol moeten spelen op Europees niveau om een betere bescherming te eisen, in plaats van zich te scharen achter de financiële belangen van lobbygroepen uit de chemische sector?

4) Welke contacten hebt u na de aanneming van de resolutie in de Senaat met de deelstaten gehad om de 42 aanbevelingen in deze tekst uit te voeren?

De transversale aard van deze vraag staat buiten kijf: terwijl volksgezondheid en ziekteverzekering tot de federale bevoegdheden behoren, vallen preventieve geneeskunde en maatschappelijke hulpverlening onder de bevoegdheid van de deelstaten.