SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2025-2026 Zitting 2025-2026
________________
21 avril 2026 21 april 2026
________________
Question écrite n° 8-445 Schriftelijke vraag nr. 8-445

de Nadia El Yousfi (PS)

van Nadia El Yousfi (PS)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Keytruda - Coût réellement payé - Opacité - Contrats de confidentialité - Dépenses de remboursement - Limitation - Licences obligatoires - Médicaments biosimilaires - Production publique - Investissements publics - Transparence Keytruda - Werkelijke kosten - Ondoorzichtigheid - Geheimhoudingscontracten - Uitgaven voor terugbetaling - Beperking - Verplichte licenties - Biosimilaire geneesmiddelen - Overheidsproductie - Overheidsinvesteringen - Transparantie 
________________
________ ________
21/4/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 21/5/2026)
21/4/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 21/5/2026)
________ ________
Question n° 8-445 du 21 avril 2026 : (Question posée en français) Vraag nr. 8-445 d.d. 21 april 2026 : (Vraag gesteld in het Frans)

L'enquête récente de l'«International Consortium of Investigative Journalists» (ICIJ), relayée par la RTBF et le quotidien «Le Soir» le lundi 13 avril 2026, met en lumière une réalité glaçante: le «Keytruda», traitement révolutionnaire contre le mélanome – et le cancer en général – coûte à notre collectivité quelque 28 000 euros le gramme.

Depuis 2016, ce sont 2,6 milliards d'euros d'argent public qui ont été engagés auprès du laboratoire pharmaceutique Merck/MSD. Ce montant astronomique fait du «Keytruda» le médicament le plus coûteux de l'histoire de notre sécurité sociale, sans que nous puissions connaître le montant des ristournes confidentielles, dont l'opacité même pose un problème démocratique majeur.

Si nous devons nous réjouir des succès thérapeutiques qui sauvent des vies, nous ne pouvons accepter que le budget de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI) devienne l'otage des marges bénéficiaires d'une multinationale qui affiche 31,6 milliards de dollars de chiffre d'affaires pour ce seul médicament.

Comme le souligne à juste titre l'enquête, le prix n'est plus corrélé au coût de production, mais à la capacité de paiement de nos systèmes de santé et de solidarité.

L'innovation médicale ne doit jamais être un luxe, mais elle doit être un bien commun.

Or, chaque euro concédé sans contrôle aux géants pharmaceutiques est un euro de moins pour le personnel soignant, pour la prévention ou pour le remboursement d'autres soins essentiels.

À moyen terme, c'est le spectre d'une médecine à deux vitesses qui se profile.

Dans ce cadre:

1) Comment justifiez-vous que le prix réellement payé par le contribuable belge reste secret et opaque via des contrats de confidentialité, empêchant tout débat public sur le juste prix?

2) Avec une hausse de 6,6 % des dépenses de remboursement en un an, quelles mesures structurelles comptez-vous prendre pour que l'appétit des actionnaires de «big pharma» ne vide pas les caisses de notre sécurité sociale tout en garantissant l'accès universel aux soins de santé de qualité?

3) Concernant la souveraineté des géants pharmaceutiques, le gouvernement compte-t-il soutenir la mise en place de «licences obligatoires» ou investir dans une «production publique» de médicaments biosimilaires pour briser ces monopoles? Ne pensez-vous pas que le moment est venu d'investir dans une infrastructure publique de production et de distribution de médicaments accessibles à tous les malades, pour que les traitements essentiels ne soient plus soumis aux caprices de firmes qui peuvent décider de retirer un produit du marché s'il n'est pas assez rentable?

4) Entendez-vous exiger la transparence sur les investissements publics de recherche dont ces firmes bénéficient avant de fixer les prix pour les patients?

5) Enfin, à l'instar de ce qui se fait dans le secteur de l'énergie, le gouvernement compte-t-il instaurer une taxe sur les marges excessives des firmes pharmaceutiques lorsque celles-ci dépassent un certain seuil de rentabilité sur le dos de la sécurité sociale?

Le progrès scientifique ne vaut que s'il est partagé par tous. Il est temps que l'intérêt général reprenne le dessus sur le profit privé.

Le caractère transversal de cette question est indéniable: si la santé publique et l'assurance maladie relèvent du niveau fédéral, la médecine préventive et l'aide sociale incombent aux entités fédérées.

 

Het recente onderzoek van het «International Consortium of Investigative Journalists» (ICIJ), waarover de RTBF en het dagblad «Le Soir» op maandag 13 april 2026 berichtten, brengt een huiveringwekkende realiteit aan het licht: «Keytruda», een revolutionaire behandeling tegen melanoom – en kanker in het algemeen – kost onze gemeenschap zo'n 28 000 euro per gram.

Sinds 2016 is er 2,6 miljard euro aan overheidsgeld uitgegeven aan het farmaceutische bedrijf Merck/MSD. Dit astronomische bedrag maakt van «Keytruda» het duurste geneesmiddel in de geschiedenis van onze sociale zekerheid, zonder dat we het bedrag van de geheime kortingen kunnen achterhalen, waarvan de ondoorzichtigheid op zich al een groot democratisch probleem vormt.

Hoewel we ons moeten verheugen over therapeutische successen die levens redden, kunnen we niet aanvaarden dat het budget van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) gegijzeld wordt door de winstmarges van een multinational die alleen al voor dit ene geneesmiddel een omzet van 31,6 miljard dollar heeft geboekt.

Zoals het onderzoek terecht aangeeft, wordt de prijs niet langer bepaald door de productiekosten, maar door de betalingscapaciteit van onze socialezekerheidsstelsels.

Medische innovatie mag nooit een luxe zijn, maar moet een gemeenschappelijk goed zijn.

Elke euro die zonder controle aan de farmareuzen wordt toegekend, is een euro minder voor het zorgpersoneel, voor preventie of voor de vergoeding van andere essentiële zorg.

Op middellange termijn dreigt er een tweedeling in de gezondheidszorg te ontstaan.

In dit verband:

1) Hoe rechtvaardigt u dat de prijs die de Belgische belastingbetaler daadwerkelijk betaalt, geheim en ondoorzichtig blijft via geheimhoudingscontracten, wat elk publiek debat over de juiste prijs verhindert?

2) Gelet op de stijging van 6,6 % van de terugbetalingsuitgaven in één jaar, welke structurele maatregelen bent u van plan te nemen om te voorkomen dat de hebzucht van de aandeelhouders van big pharma de kas van onze sociale zekerheid leeghaalt, en om tegelijkertijd de universele toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg te garanderen?

3) Wat de dominantie van de farmareuzen betreft: is de regering van plan de invoering van «verplichte licenties» te steunen of te investeren in een «overheidsproductie» van biosimilaire geneesmiddelen om deze monopolies te doorbreken? Vindt u niet dat het moment is aangebroken om te investeren in een overheidsinfrastructuur voor de productie en distributie van geneesmiddelen die voor alle patiënten toegankelijk zijn, zodat essentiële behandelingen niet langer onderworpen zijn aan de grillen van bedrijven die kunnen besluiten een product uit de handel te nemen als het niet winstgevend genoeg is?

4) Bent u van plan om transparantie te eisen over de overheidsinvesteringen in onderzoek waarvan deze bedrijven profiteren, voordat de prijzen voor patiënten worden vastgesteld?

5) Is de regering ten slotte van plan om, naar het voorbeeld van wat in de energiesector gebeurt, een belasting in te voeren op de buitensporige winstmarges van farmaceutische bedrijven wanneer deze ten laste van de sociale zekerheid een bepaalde winstdrempel overschrijden?

Wetenschappelijke vooruitgang is alleen waardevol als iedereen ervan kan profiteren. Het is tijd dat het algemeen belang weer voorrang krijgt boven privéwinst.

De transversale aard van deze vraag staat buiten kijf: terwijl volksgezondheid en ziekteverzekering tot de federale bevoegdheden behoren, vallen preventieve geneeskunde en maatschappelijke hulpverlening onder de bevoegdheid van de deelstaten.