| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Session 2025-2026 | Zitting 2025-2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| 7 avril 2026 | 7 april 2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question écrite n° 8-434 | Schriftelijke vraag nr. 8-434 | ||||
de Nadia El Yousfi (PS) |
van Nadia El Yousfi (PS) |
||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||
| ________ | ________ | ||||
| Soins orthodontiques - Accessibilité financière - Suppléments d'honoraires - Augmentation - Déconventionnement des prestataires - Patients BIM - Soutien - Mesures - Nomenclature INAMI - Révision éventuelle - Transparence tarifaire - Obligation | Orthodontische zorg - Financiële toegankelijkheid - Ereloonsupplementen - Stijging - Niet-geconvent. zorgverleners - Pat. met VT[CL1.1]-statuut - Ondersteuning - Maatregelen - RIZIV-nomenclatuur - Eventuele herziening - Tarieftransparantie - Verplichting | ||||
| ________ | ________ | ||||
| ________ | ________ | ||||
|
|
||||
| ________ | ________ | ||||
| Question n° 8-434 du 7 avril 2026 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-434 d.d. 7 april 2026 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
L'étude récemment publiée par la mutualité Solidaris dresse un constat alarmant sur l'orthodontie en Belgique: ce qui devrait être un soin de santé financièrement accessible à tous est devenu un luxe pour de nombreuses familles. L'analyse de plus de quarante-six mille factures révèle un décalage abyssal entre le «tarif théorique» et la réalité du terrain. Alors qu'un traitement orthodontique médian devrait coûter environ 244 euros à un patient ordinaire après intervention de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI), la facture réelle grimpe en moyenne à environ 2 678 euros. Cette énorme différence est liée à la généralisation des suppléments d'honoraires, pratiqués par plus de 90 % des prestataires qui exercent hors convention. Plus grave encore, même pour les bénéficiaires de l'intervention majorée (les bénéficiaires du statut BIM), censés être couverts par notre système de protection sociale, le reste à charge médian s'élève à plus de 2 400 euros avant l'intervention d'une assurance complémentaire. Cette situation crée inévitablement une médecine à deux vitesses où le droit à un sourire sain dépend désormais de la taille du portefeuille ou de la capacité à souscrire à des assurances privées et facultatives. Il n'est nullement besoin de préciser que cette discrimination pèse principalement sur les enfants et adolescents issus de familles modestes. Au vu de ces éléments: 1) Comment le gouvernement compte-t-il réagir face au taux de déconventionnement massif (90 %) dans le secteur de l'orthodontie, qui rend les tarifs officiels purement symboliques pour la majorité des Belges? 2) Quelles mesures urgentes comptez-vous prendre pour garantir la réelle accessibilité financière des soins orthodontiques, et notamment pour les bénéficiaires de l'intervention majorée (BIM), alors que l'étude démontre qu'ils subissent des suppléments quasi identiques aux autres patients? 3) Le système de remboursement actuel pouvant étant jugé obsolète par les acteurs de terrain, une révision de la nomenclature de l'INAMI est-elle prévue pour mieux coller à la réalité des coûts actuels tout en plafonnant strictement les suppléments d'honoraires? 4) Comptez-vous renforcer l'obligation de transparence tarifaire en amont des traitements, afin que les familles ne soient plus mises devant le fait accompli de suppléments s'élevant à plusieurs milliers d'euros? L'accès à la santé bucco-dentaire est une question de dignité et de santé publique. Le marché ne peut continuer à dicter sa loi au détriment de la solidarité nationale. Le caractère transversal de cette question est évident: la santé publique et l'assurance maladie relèvent du niveau fédéral; la médecine préventive et l'aide sociale dépendent des entités fédérées. |
De recent door het ziekenfonds Solidaris gepubliceerde studie schetst een alarmerend beeld van de orthodontie in België: wat een voor iedereen financieel toegankelijke gezondheidszorg zou moeten zijn, is voor heel wat gezinnen een luxe geworden. De analyse van meer dan 46 000 facturen toont een hallucinante kloof tussen het «theoretische tarief» en de realiteit. Terwijl een mediane orthodontiebehandeling voor een gewone patiënt na tussenkomst van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) ongeveer 244 euro zou moeten kosten, loopt de werkelijke factuur gemiddeld op tot ongeveer 2 678 euro. Dit enorme verschil is te wijten aan de veralgemening van ereloonsupplementen, die worden aangerekend door meer dan 90 % van de zorgverleners die niet geconventioneerd zijn. Erger nog: zelfs voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming (VT), die geacht worden gedekt te zijn door ons socialezekerheidsstelsel, bedraagt het mediane remgeld meer dan 2 400 euro vóór de vergoeding door een aanvullende verzekering. Deze situatie leidt onvermijdelijk tot een gezondheidszorg met twee snelheden, waarbij het recht op een gezond gebit voortaan afhangt van de dikte van de portemonnee of van de mogelijkheid om private en facultatieve verzekeringen af te sluiten. Het behoeft geen betoog dat deze ongelijkheid vooral weegt op kinderen en jongeren uit gezinnen met een bescheiden inkomen. In het licht van deze elementen zou ik u de volgende vragen willen stellen: 1) Hoe is de regering van plan te reageren op het feit dat maar liefst 90 % van de orthodontisten niet geconventioneerd is, waardoor de officiële tarieven voor de meerderheid van de Belgen louter symbolisch zijn geworden? 2) Welke dringende maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat orthodontische zorg daadwerkelijk betaalbaar is, met name voor personen die in aanmerking komen voor de verhoogde tegemoetkoming (VT), terwijl uit de studie blijkt dat zij vrijwel dezelfde supplementen moeten betalen als de andere patiënten? 3) Aangezien het huidige terugbetalingssysteem door de actoren op het terrein als achterhaald wordt beschouwd, is er dan een herziening van de RIZIV-nomenclatuur gepland om beter aan te sluiten bij de werkelijke kosten van tegenwoordig, waarbij de ereloonsupplementen strikt worden geplafonneerd? 4) Bent u van plan de verplichting tot tarieftransparantie vóór de aanvang van de behandeling aan te scherpen, zodat gezinnen niet langer voor een voldongen feit worden geplaatst met supplementen die oplopen tot duizenden euro's? Toegang tot mond- en tandzorg is een kwestie van waardigheid en volksgezondheid. De markt mag niet langer de dienst uitmaken ten nadele van de nationale solidariteit. Het transversale karakter van deze vraag is duidelijk: volksgezondheid en ziekteverzekering vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid; preventieve geneeskunde en sociale bijstand vallen onder de bevoegdheid van de deelstaten. |