| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Session 2025-2026 | Zitting 2025-2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| 26 mars 2026 | 26 maart 2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question écrite n° 8-431 | Schriftelijke vraag nr. 8-431 | ||||
de Nadia El Yousfi (PS) |
van Nadia El Yousfi (PS) |
||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||
| ________ | ________ | ||||
| Santé mentale - Soins - Accès - Médicalisation de la précarité - Soins psychologiques de 2e et 3e ligne - Remboursement - Psychiatres - Pénurie - Mesures - Politiques de prévention et de remboursement - Coordination - Thérapies non-médicamenteuses | Geestelijke gezondheid - Zorg - Toegang - Medical. van kwetsbare personen - 2de en- en 3de-lijns psychologische zorg - Terugbetaling - Psychiaters - Tekort - Maatregelen - Preventie- en terugbetalingsbeleid - Coördinatie - Niet-medicamenteuze therapieën | ||||
| ________ | ________ | ||||
| ________ | ________ | ||||
|
|
||||
| ________ | ________ | ||||
| Question n° 8-431 du 26 mars 2026 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-431 d.d. 26 maart 2026 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
Une étude récente, réalisée par la Mutualité chrétienne (pour la période 2013-2023) révèle une tendance alarmante: si le nombre de nouveaux utilisateurs d'antidépresseurs tend à diminuer, la durée des traitements s'allonge de manière disproportionnée, et particulièrement chez les personnes socio-économiquement vulnérables. Les chiffres sont sans appel: près de 14 % de la population adulte belge a reçu une prescription d'antidépresseurs en 2023. Plus inquiétant encore, un tiers des utilisateurs s'inscrit dans un traitement de longue durée (quinze mois ou plus), dépassant largement les recommandations cliniques internationales qui préconisent un sevrage graduel après six à douze mois de médication. Et, nous ne pouvons ignorer le «marqueur social» de cette consommation à long terme d'antidépresseurs. L'étude démontre en effet que les bénéficiaires de l'intervention majorée (BIM), les personnes en incapacité de travail et les malades chroniques sont les premiers à se voir administrer ces traitements au long cours. Elle indique aussi que le recours aux médicaments est plus long lorsque le suivi est assuré exclusivement par un médecin généraliste, faute d'accès à des soins spécialisés (psychologues, psychiatres, etc.). L'étude souligne en outre que les femmes et les aînés sont proportionnellement plus touchés par cette prise chronique de psychotropes. Ces quelques constats de l'étude pointent une réalité indéniable: la santé mentale des Belges socio-économiquement vulnérables va très mal. Et cela ne risque guère de s'arranger avec les mesures du gouvernement Arizona qui risquent de transformer cette vulnérabilité en une véritable précarité structurelle (durcissement du contrôle des malades de longue durée, limitation des allocations de chômage dans le temps, réforme du statut BIM et des aides sociales, etc.). Les constats de l'étude de la Mutualité chrétienne prouvent que la santé mentale reste trop souvent gérée pour «rendre le patient apte au travail rapidement» plutôt que pour traiter les causes profondes du mal-être. Pour les personnes les plus précaires, l'antidépresseur devient un substitut par défaut à une psychothérapie trop coûteuse ou inaccessible par manque de spécialistes. La «Convention psy de première ligne» (entrée en vigueur le 1er avril 2024) est certes une avancée, mais elle semble encore bien insuffisante pour briser le plafond de verre socio-économique. Dans ce contexte, j'aimerais vous poser les questions suivantes: 1) Quelles mesures comptez-vous prendre pour renforcer le remboursement des soins psychologiques de deuxième et troisième ligne, afin que le statut BIM ne soit plus synonyme de traitement uniquement médicamenteux? Avez-vous eu des contacts à ce sujet avec l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI) et les mutualités? 2) Comment le gouvernement fédéral compte-t-il répondre à la pénurie de psychiatres et au manque de temps des médecins généralistes, qui se retrouvent malgré eux «prescripteurs de dernier recours»? 3) Comment comptez-vous coordonner les politiques de prévention (relevant des compétences des Régions et Communautés) avec la politique de remboursement des médicaments (relevant du niveau fédéral) pour privilégier l'approche thérapeutique sur l'approche symptomatique? 4) Envisagez-vous de mettre en place des mesures spécifiques pour accompagner les travailleurs en syndrome d'épuisement professionnel («burn-out») ou incapacité de longue durée vers des thérapies non-médicamenteuses, évitant ainsi une dépendance aux psychotropes induite par la pression du retour à l'emploi? 5) Le service public fédéral (SPF) Santé publique dispose-t-il d'indicateurs spécifiques permettant de mesurer l'impact des déterminants sociaux (logement, revenus, emploi) sur la durée de prescription des antidépresseurs? Le cas échéant, disposez-vous de données ventilées selon les différentes Régions du pays? Le caractère transversal de cette question est indéniable: si la santé publique et l'assurance maladie relèvent du niveau fédéral, la médecine préventive et l'aide sociale incombent aux entités fédérées. |
Uit een recente studie van de Christelijke Mutualiteit (voor de periode 2013-2023), blijkt een alarmerende tendens: hoewel het aantal nieuwe gebruikers van antidepressiva lijkt af te nemen, loopt de duur van de behandelingen sterk op, in het bijzonder bij sociaal-economisch kwetsbare personen. De cijfers zijn duidelijk: bijna 14 % van de volwassen Belgische bevolking kreeg in 2023 antidepressiva voorgeschreven. Nog verontrustender is dat een derde van de gebruikers een langdurige behandeling volgt (vijftien maanden of meer), wat een ruime overschrijding is van de internationale klinische aanbevelingen, waarin een geleidelijke afbouw wordt aangeraden na zes tot twaalf maanden medicatie. Voorts kunnen we de «sociale indicator» van dit langdurige gebruik van antidepressiva niet negeren. Het onderzoek toont immers aan dat de begunstigden van de verhoogde tegemoetkoming, personen die arbeidsongeschikt zijn en chronische zieken deze langdurige behandelingen als eerste krijgen voorgeschreven. Het onderzoek wijst ook uit dat de medicamenteuze behandeling langer aanhoudt wanneer de opvolging uitsluitend door een huisarts gebeurt, als gevolg van een gebrek aan toegang tot gespecialiseerde zorg (psychologen, psychiaters, enz.). De studie benadrukt voorts dat vrouwen en ouderen in verhouding vaker te maken krijgen met een dergelijke langdurige inname van psychotrope geneesmiddelen. Deze enkele vaststellingen uit de studie wijzen op een onmiskenbare realiteit: het gaat bijzonder slecht met de geestelijke gezondheid van sociaal-economisch kwetsbare Belgen. En dat zal er waarschijnlijk niet op verbeteren met de maatregelen van de Arizona-regering, die deze kwetsbaarheid structureel dreigt te maken (verstrenging van de controle op langdurig zieken, beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen, hervorming van het statuut van de verhoogde tegemoetkoming en van de sociale steunmaatregelen, enz.). De bevindingen van het onderzoek van de Christelijke Mutualiteit tonen aan dat de geestelijke gezondheidszorg nog te vaak meer is gericht op «de patiënt snel weer aan het werk krijgen» dan op een aanpak van de onderliggende oorzaken van het onbehagen. Voor de meest kwetsbaren wordt het antidepressivum een standaardvervanging voor een psychotherapie die te duur is of ontoegankelijk als gevolg van een tekort aan specialisten. De «overeenkomst eerstelijns psychologische zorg» (in werking getreden op 1 april 2024) is weliswaar een vooruitgang, maar blijft duidelijk ontoereikend om het sociaal-economische glazen plafond te doorbreken. In dit verband stel ik u deze vragen: 1) Welke maatregelen bent u van plan te nemen om de terugbetaling van de tweede- en derdelijns psychologische zorg te verbeteren, zodat het statuut van de verhoogde tegemoetkoming niet langer synoniem staat met een uitsluitend medicamenteuze behandeling? Hebt u hierover contact gehad met het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) en de ziekenfondsen? 2) Hoe is de federale regering van plan te reageren op het tekort aan psychiaters en het tijdsgebrek van de huisartsen, die zich tegen wil en dank genoodzaakt zien op te treden als «voorschrijvers van medicatie als laatste toevlucht»? 3) Hoe bent u van plan het preventiebeleid (dat onder de bevoegdheid van de Gewesten en Gemeenschappen valt) af te stemmen op het terugbetalingsbeleid voor geneesmiddelen (dat onder de federale bevoegdheid valt), zodat de therapeutische aanpak voorrang krijgt op de symptomatische? 4) Overweegt u specifieke maatregelen te nemen om werknemers met een burn-out of langdurige arbeidsongeschiktheid te begeleiden naar niet-medicamenteuze therapieën, om zo te voorkomen dat zij afhankelijk worden van psychotrope geneesmiddelen als gevolg van de druk om opnieuw aan het werk te gaan. 5) Beschikt de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid over specifieke indicatoren om de impact te meten van sociale determinanten (huisvesting, inkomen, werk) op de innameduur van voorgeschreven antidepressiva? Zo ja, beschikt u over gegevens voor heel België die zijn uitgesplitst per Gewest? Deze kwestie is duidelijk transversaal: volksgezondheid en de ziekteverzekering zijn federale bevoegdheden, terwijl de preventieve geneeskunde en de maatschappelijke hulp de deelstaten aanbelangen. |