SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2025-2026 Zitting 2025-2026
________________
23 janvier 2026 23 januari 2026
________________
Question écrite n° 8-386 Schriftelijke vraag nr. 8-386

de Goedele Liekens (Anders.)

van Goedele Liekens (Anders.)

au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
________________
Médicaments remboursés - Ticket modérateur minimum par emballage - Personnes souffrant de diabète ou d'autres maladies chroniques - Impact financier - Report possible de l'achat du médicament - Suivi Terugbetaalde geneesmiddelen - Minimumremgeld per verpakking - Personen met diabetes en andere chronische aandoeningen - Financiële impact - Mogelijke uitstel van medicatie-ophaling - Monitoring 
________________
________ ________
23/1/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/2/2026)
23/1/2026Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 26/2/2026)
________ ________
Question n° 8-386 du 23 janvier 2026 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 8-386 d.d. 23 januari 2026 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Depuis le 1er janvier 2026, un ticket modérateur minimum par emballage est appliqué pour les médicaments remboursés (y compris la catégorie A): l'ordre de grandeur est de 1 à 2 euros, et 1 euro pour les bénéficiaires de l'intervention majorée. La «Diabetes Liga» (Ligue flamande du diabète) est alertée sur le fait que cette mesure entraîne un surcoût structurel et récurrent pour un médicament médicalement indispensable. Elle touche les personnes souffrant de diabète de type 1 et de type 2 et, plus largement, les personnes atteintes d'autres maladies chroniques (hypertension, maladies rénales, maladies pulmonaires, etc.) qui ont besoin d'une médication de longue durée.

Si les bénéficiaires de l'intervention majorée paient un ticket modérateur moindre, les patients qui se trouvent juste au-dessus du plafond de revenu ne bénéficient pas de cette protection. Ils peuvent donc être confrontés à des coûts élevés, sans pour autant bénéficier automatiquement d'une capacité financière importante.

La Ligue flamande rappelle que l'insuline est vitale pour les personnes qui souffrent du diabète de type 1. Elle estime que le surcoût pour un patient moyen varie d'environ 25 à 40 euros par an, selon le type d'insuline et le nombre d'emballages. Il s'agit d'une dépense supplémentaire inévitable qui peut s'avérer très lourde pour les patients disposant d'un budget limité.

Les personnes souffrant de diabète de type 2 sont elles aussi impactées puisqu'en plus de l'insuline, les antidiabétiques oraux sont, eux aussi, soumis au ticket modérateur minimum. Le surcoût total varie, mais est structurel.

La Ligue flamande attire en outre l'attention sur les effets possibles de la mesure sur l'observance thérapeutique, en particulier chez les patients se trouvant juste au-dessus du plafond fixé pour l'intervention majorée, et sur la pression cumulative de la mesure en cas de multimorbidité. Enfin, elle demande que les moyens dégagés grâce à cette mesure soient réinvestis dans le renforcement des soins chroniques, et que l'accent soit mis sur la prévention, l'éducation et le soutien psychosocial.

1) Quelle est votre estimation de l'impact financier qu'aura le ticket modérateur minimum par emballage sur les patients souffrant de maladies chroniques, y compris les personnes atteintes de diabète de type 1 et de type 2?

2) Comment allez-vous vérifier si le surcoût généré va entraîner un report de l'achat des médicaments ou un recul de l'observance thérapeutique? Serez-vous particulièrement attentif aux patients dont le revenu dépasse tout juste le plafond fixé pour l'intervention majorée et aux personnes présentant une multimorbidité?

3) En ce qui concerne spécifiquement l'insuline, êtes-vous prêt à réévaluer les limites de prescription et de conditionnement (par exemple, pour des conditionnements plus grands) afin que les patients contraints de se procurer plus fréquemment le médicament ne soient pas pénalisés de manière disproportionnée par ce ticket modérateur?

 

Sinds 1 januari 2026 geldt voor terugbetaalde geneesmiddelen (ook categorie A) een minimumremgeld per verpakking (orde van grootte 1 à 2 euro, en 1 euro voor rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming). De Diabetes Liga ontvangt signalen dat deze maatregel leidt tot een structurele en recurrente meerkost voor medisch noodzakelijke medicatie. Dit treft personen met diabetes type 1 én type 2, en ruimer ook mensen met andere chronische aandoeningen (hypertensie, nierlijden, longlijden, enz.) die langdurig medicatie nodig hebben.

Hoewel rechthebbenden op verhoogde tegemoetkoming een lager remgeld betalen, genieten patiënten die net boven de inkomensgrenzen vallen die bescherming niet. Zij kunnen bijgevolg met oplopende kosten geconfronteerd worden, zonder dat dit automatisch wijst op een hoge financiële draagkracht.

Voor mensen met diabetes type 1 wijst de Liga erop dat insuline levensnoodzakelijk is. Zij schat de extra kost voor een gemiddelde patiënt op ongeveer 25 tot 40 euro per jaar, afhankelijk van het type insuline en het aantal verpakkingen. Voor patiënten met een krap budget gaat het om een niet-vermijdbare meerkost die zwaar kan doorwegen.

Ook voor mensen met diabetes type 2 is er impact, aangezien niet enkel insuline maar ook orale bloedglucoseverlagende medicatie onder het minimumremgeld valt. De totale meerkost varieert, maar is structureel.

De Liga wijst bovendien op mogelijke gevolgen voor de therapietrouw, met bijzondere aandacht voor patiënten net boven de grenzen van verhoogde tegemoetkoming en voor de cumulatieve druk bij multimorbiditeit. Tot slot vraagt zij dat de middelen die door deze maatregel worden gegenereerd opnieuw worden geïnvesteerd in de versterking van de chronische zorg, met nadruk op preventie, educatie en psychosociale ondersteuning.

1) Welke raming maakt de geachte minister van de financiële impact van het minimumremgeld per verpakking op patiënten met chronische aandoeningen, inclusief personen met diabetes type 1 én type 2?

2) Hoe zal hij monitoren of deze meerkost leidt tot uitstel van medicatie-ophaling of verminderde therapietrouw, en wordt daarbij specifiek gekeken naar patiënten net boven de inkomensgrenzen van de verhoogde tegemoetkoming en naar mensen met multimorbiditeit?

3) Is hij bereid om, specifiek voor insuline, de voorschrift- en verpakkingslimieten te herevalueren (bijvoorbeeld richting grotere verpakkingseenheden), zodat patiënten niet door frequenter afhalen disproportioneel meer remgeld betalen?