| SÉNAT DE BELGIQUE | BELGISCHE SENAAT | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Session 2025-2026 | Zitting 2025-2026 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| 21 novembre 2025 | 21 november 2025 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question écrite n° 8-347 | Schriftelijke vraag nr. 8-347 | ||||
de Anne-Charlotte d'Ursel (MR) |
van Anne-Charlotte d'Ursel (MR) |
||||
au vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté |
aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding |
||||
| ________ | ________ | ||||
| Troubles du spectre autistique - Augmentation - Origine et évolution - Études - Diagnostic - Réduction du délais d'attente - Prise en charge des enfants concernés - Accompagnement des familles - Mesures | Autismespectrumstoornissen - Toename - Oorsprong en evolutie - Studies - Diagnose - Verkorting van de wachttijd - Behandeling van de betrokken kinderen - Begeleiding van de gezinnen - Maatregelen | ||||
| ________ | ________ | ||||
| enfant maladie mentale politique de la santé maladie du système nerveux |
kind geestesziekte gezondheidsbeleid ziekte van het zenuwstelsel |
||||
| ________ | ________ | ||||
|
|
||||
| ________ | ________ | ||||
| Aussi posée à : question écrite 8-290 | Aussi posée à : question écrite 8-290 | ||||
| ________ | ________ | ||||
| Question n° 8-347 du 21 novembre 2025 : (Question posée en français) | Vraag nr. 8-347 d.d. 21 november 2025 : (Vraag gesteld in het Frans) | ||||
Selon les estimations récentes, un enfant sur soixante naîtrait aujourd'hui avec un trouble du spectre autistique (TSA), ce qui représente une augmentation notable par rapport aux décennies précédentes. Cette hausse se traduit par des délais d'attente de plus en plus longs pour obtenir un diagnostic (parfois jusqu'à deux ans) et par des difficultés importantes dans la prise en charge des enfants et l'accompagnement de leurs familles. Face à ce constat, les cinq universités francophones (ULiège, ULB, UNamur, UCLouvain et UMons) se sont associées dans un projet commun financé par Cap 48, afin de réaliser un état des lieux scientifique de l'autisme et de mieux caractériser les trajectoires de vie des enfants concernés en Belgique. À ce stade, deux cents enfants ont déjà été encodés dans le registre, avec un objectif de cinq cents patients d'ici la fin de 2025. Cependant, la Belgique souffre encore d'un manque de données nationales consolidées, ce qui rend difficile l'élaboration de politiques publiques adaptées, notamment en matière de remboursement des prises en charge essentielles (logopédie, psychomotricité relationnelle) ou d'accès à l'enseignement spécialisé. Dans ce contexte, pourriez-vous dresser un état des lieux: 1) des études et projets de recherche actuellement en cours dans notre pays pour mieux comprendre l'origine et l'évolution des TSA, ainsi que leurs financements publics ou privés; 2) des initiatives déjà entreprises pour réduire les délais d'attente dans le diagnostic et améliorer la coordination des centres spécialisés; 3) des données disponibles, même partielles, sur le nombre d'enfants concernés en Belgique, leur répartition géographique et les types de prise en charge auxquels ils ont effectivement accès; 4) des mesures déjà mises en œuvre pour renforcer l'accompagnement des familles, tant au niveau de l'accès aux soins que de l'offre scolaire adaptée? Cette question relative à la prise en charge croissante des enfants atteints de troubles du spectre autistique est transversale car elle implique à la fois des compétences fédérales (reconnaissance du handicap, financement des actes de soins via l'Institut national d'assurance maladie-invalidité – INAMI, organisation du registre ou remboursement de prestations médicales spécifiques) et des compétences régionales ou communautaires (organisation et contrôle des dispositifs d'accompagnement, accès à l'enseignement spécialisé, soutien aux familles et coordination des centres spécialisés). Une politique efficace requiert donc une collaboration étroite entre ces différents niveaux afin d'assurer une réponse globale et adaptée à l'évolution des besoins. |
Volgens recente schattingen wordt tegenwoordig één op de zestig kinderen geboren met een autismespectrumstoornis (ASS), wat een duidelijke stijging betekent ten opzichte van de voorbije decennia. Deze toename leidt tot steeds langere wachttijden om een diagnose te krijgen (soms tot wel twee jaar) en tot aanzienlijke moeilijkheden bij de behandeling van de kinderen en de begeleiding van hun gezinnen. Om hierop in te spelen, hebben de vijf Franstalige universiteiten (ULiège, ULB, UNamur, UCLouvain en UMons) de krachten gebundeld in een gemeenschappelijk project, gefinancierd door CAP48, met als doel een wetenschappelijke stand van zaken over autisme op te maken en de levensloop van de betrokken kinderen in België beter in kaart te brengen. Op dit moment zijn al tweehonderd kinderen opgenomen in het register, met een streefdoel van vijfhonderd patiënten tegen eind 2025. België kampt echter nog steeds met een gebrek aan geconsolideerde nationale gegevens, wat het moeilijk maakt om aangepaste beleidsmaatregelen uit te werken, onder meer inzake terugbetaling van essentiële zorg (logopedie, relationele psychomotoriek) of toegang tot het buitengewoon onderwijs. In dit kader zou ik u willen vragen een stand van zaken op te maken van: 1) de lopende studies en onderzoeksprojecten in ons land die gericht zijn op een beter begrip van de oorsprong en evolutie van ASS, evenals de publieke of private financiering ervan ; 2) de reeds genomen initiatieven om de wachttijden bij de diagnosestelling te verkorten en de coördinatie van de gespecialiseerde centra te verbeteren ; 3) de beschikbare gegevens - ook al zijn ze onvolledig - betreffende het aantal kinderen met ASS in België, hun verspreiding over het grondgebied en de vormen van zorg waar ze daadwerkelijk toegang toe hebben ; 4) de reeds getroffen maatregelen om de begeleiding van de gezinnen te versterken, zowel op het vlak van toegang tot zorg als van aangepast onderwijsaanbod. Deze vraag over de toenemende zorg voor kinderen met autismespectrumstoornissen is transversaal van aard, aangezien ze zowel federale bevoegdheden betreft (erkenning van de handicap, financiering van zorg via het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - RIZIV, organisatie van het register of terugbetaling van specifieke medische prestaties) als gewest- of gemeenschapsbevoegdheden (organisatie van en toezicht op begeleidingsmaatregelen, toegang tot het buitengewoon onderwijs, gezinsondersteuning en coördinatie van gespecialiseerde centra). Een doeltreffend beleid vergt dan ook een nauwe samenwerking tussen deze verschillende niveaus om een globale en aangepaste respons te bieden op de veranderende behoeften. |